Frida Deceunynck: Betrouwbare handen

Geld verdienen is niet gemakkelijk. Zorg er dan ook voor dat uw geld in betrouwbare handen zit. Wat als uw bank, beursvennootschap, vermogensbeheerder of verzekeraar failliet gaan? Wat moet u doen om het helemaal veilig te spelen? En hoe herkent u malafide tussenpersonen en makelaars?

In principe kunnen alle banken over de kop gaan. Dat is de trieste realiteit. Banken zijn immers privé-bedrijven, en dan zijn faillissementen nooit helemaal uit te sluiten. Dat geldt overigens ook voor alle andere financiële instellingen en tussenpersonen, zoals beursvennootschappen, verzekeringsmaatschappijen, vennootschappen voor vermogensbeheer of -advies, verzekeringsmakelaars en bankagenten. Omdat 'kleine' ongelukjes in deze sector echter al snel uitgroeien tot ware drama's, werden vanuit overheidshoek een aantal controlemechanismen en waarborgstelsels uitgewerkt. En die hebben in het verleden hun deugdelijkheid al bewezen.

In eerste instantie wordt de financiële gezondheid van onze banken, beursvennootschappen, enzovoort, grondig gecontroleerd door de Commissie voor Bank- en Financiewezen. Op die manier worden problemen voor het grootste deel voorkomen. Maar soms ontsnapt er wel eens iets aan het waakzaam oog van de commissie. En in extreme gevallen loopt het zelfs helemaal mis. Maar dan is er gelukkig nog het Belgische depositogarantiesysteem, voluit het zogenaamde 'Beschermingsfonds voor Deposito's en Financiële Instrumenten' genoemd.

Dit waarborgfonds vergoedt niet enkel gedupeerde bankklanten maar voorziet ook in een waarborg voor de klanten van gefailleerde beursvennootschappen en erkende vennootschappen voor vermogensbeheer, zeg maar de onafhankelijke vermogensbeheerders. Alle instellingen uit de financiële sector zijn door de wet verplicht om deel uit te maken van dit garantiesysteem. In 1999 moest het fonds voor de laatste keer meebetalen in het faillissement van een kleine Brusselse beursvennootschap. Vroegere interventies waren er de voorbije 13 jaar (door de voorloper van het huidige systeem) bijvoorbeeld naar aanleiding van het faillissement van de Antwerpse Bank Max Fisher, de Aalsterse beursvennootschap Goethals & co, Defever Securities_

De regels van het fonds bepalen dat per gedupeerde een maximale vergoeding kan worden uitgekeerd van 20.000 euro als schadeloosstelling voor tegoeden op rekeningen (zicht-, spaar-, termijnrekeningen, enz.). Kasbons zijn daarin eveneens inbegrepen, maar enkel wanneer ze op naam in bewaring werden gegeven bij de bank. Wie zijn kasbons thuis of in een kluis bewaart, kan dus nooit aanspraak maken op een schadevergoeding wanneer zijn bank in de problemen komt. Verder worden enkel tegoeden in euro gegarandeerd. Dollar- of yendeposito's komen dus nooit in aanmerking voor schadeloosstelling.

Andere beleggingscategorieën die uitgesloten zijn van deze waarborg zijn beleggingsfondsen uitgegeven door de bank. Maar dat hoeft in principe niet meteen een probleem te zijn. Beleggingsfondsen zijn volledig autonome entiteiten die in principe los staan van de bank die ze heeft uitgegeven. De beleggingen die door de beheerder van het fonds werden aangekocht, blijven in principe altijd aanwezig in het vermogen van het fonds. Wat er ook gebeurt met de bank of verzekeraar die erachter staat. Gaat uw bank over de kop, dan hoeven uw beleggingsfondsen hun waarde dus niet te verliezen.

Een tweede limietplafond van 20.000 euro per persoon wordt gereserveerd voor financiële effecten die verloren gaan in een faillissement, zoals aandelen, obligaties en deelbewijzen van beleggingsfondsen. Stel dat u voor 10.000 euro aan effecten bezit die op een effectenrekening staan bij uw bank of beursvennootschap. Hoewel er aan de waarde van deze obligaties en aandelen niets verandert door het faillissement van de bank of de beursvennootschap die ze bewaart, kunnen er op zo'n moment toch problemen ontstaan. In het verleden kwam het wel eens voor dat aandelen en obligaties van klanten in een faillissement plots 'verdwenen' bleken. Bijvoorbeeld omdat de effecten in een laatste frauduleuze reddingspoging werden uitgeleend door de wisselagent of als onderpand werden gebruikt voor optiecontracten. En ook effecten die net voor het faillissement werden aan- of verkocht voor klanten, kunnen bij financiële problemen wel eens tussen wal en schip terecht komen. Effecten die zo op de één of andere manier toch in een faillissement betrokken geraken, worden gewaarborgd door deze tweede limiet van 20.000 euro.

Wil u maximaal door deze waarborgregeling verzekerd zijn, houd dan rekening met deze plafondbedragen. Houd maximum 20.000 euro op uw naam aan deposito's aan bij éénzelfde bank zorg er ook voor dat het tegoed op uw effectenrekening dit bedrag niet overschrijdt. Uw tegoeden spreiden over verschillende banken kan hier een oplossing bieden. Merk ook op dat beide waarborgen per persoon gelden. Uw tegoeden spreiden over de gezinsleden tot maximum 20.000 euro per persoon, kan dus eveneens de totale waarborg vergroten die geldt voor het gezinsvermogen.

Wil u vermijden dat uw effecten 'verloren' gaan in een faillissement dan kan u de stukken ook opvragen en zelf in een kluis bewaren. U betaalt dan weliswaar leveringstaks en wordt vaak ook leveringskosten aangerekend door de bank of beursvennootschap, maar u bent dan wel zeker dat uw effecten nooit kunnen 'verdwijnen', tenzij natuurlijk tijdens het transport naar of van het kantoor.

De meeste effecten 'verdwijnen' echter gelukkig niet bij een faillissement maar komen er ongeschonden weer uit. De bewaring van effecten, zoals aandelen, obligaties, enzovoort, gebeurt in ons land niet door de banken en beursvennootschappen zelf, maar wel door een onafhankelijke overheidsinstelling, de zogenaamde CIK. Alle financiële instellingen laten de effecten van hun klanten bewaren door deze onafhankelijke kas, waarvan de werking geregeld is bij wet. Financiële problemen bij de CIK zelf zijn dan ook zo goed als ondenkbaar. En loopt er in extreme omstandigheden toch iets mis bij de CIK, dan hoeft u daar in principe nog niet van wakker te liggen. Op dat moment zijn het de banken en de beursvennootschappen die een vordering hebben op de CIK. Het is dan ook hun verantwoordelijkheid om dat varkentje te wassen en de effecten die ze daar in bewaring hadden gegeven, veilig te stellen.

Werkt u enkel met bekende en gecontroleerde financiële instellingen, dan hoeft u in principe dus niets te vrezen wanneer u de maximale vergoedingsplafonds respecteert. Maar wil u ingaan op één of ander beleggingsaanbod van een financiële instelling die u niet kent, dan kan u maar best voorzichtig zijn. Controleer altijd eerst of de organisatie erkend is door de de Commissie voor Bank- en Financiewezen (www.cbf.be). Ook op de site van Test-Aankoop kan u controleren of u met een betrouwbare organisatie te maken heeft (www.budget-net.com ; onder rubriek 'budget alert'). Hier wordt ook een lijst gepubliceerd van de bekende malafide beleggingsmaatschappijen die de voorbije jaren in ons land actief waren. Voorts krijgt u een aantal tips om onbetrouwbare individuen te kunnen onderscheiden van betrouwbare.

Natuurlijk is het ook altijd mogelijk dat een malafide persoon zich uitgeeft als gevolmachtigde of agent van een bekende financiële instelling, terwijl hij of zij in werkelijkheid een bedrieger is. Ooit misbruikte zo'n geldronselaar zelfs het briefpapier van een bekende bank om zijn slag te kunnen slaan. Twijfelt u aan de betrouwbaarheid van een nieuwe bank- of verzekeringsagent die zich tot u richt met een beleggingsaanbod, dan kan u best altijd bij de hoofdzetel van de bank controleren of u wel met een bevoegd tussenpersoon te maken heeft.

En dan is er nog het risico dat een geautoriseerd bankagent zonder medeweten van zijn werkgever er met het geld van zijn klanten vandoor gaat. Denk maar aan het verhaal van KBC-agent Eric Goven, dat zich enkele jaren geleden afspeelde. Maar daar hoeft u niet echt van wakker te liggen (als u tenminste van elke geldstorting een bewijsje heeft ontvangen). Dergelijke dingen komen uitzonderlijk wel eens voor, maar meestal hoort de buitenwereld daar weinig of niets van. Als een bankbediende iets mispeutert, vergoedt de bank de gedupeerde klanten in stilte en wordt alles bedekt met de mantel der liefde. Banken zijn verzekerd voor dergelijke risico's en beschikken bovendien over een eigen vermogen dat meestal groot genoeg is om duistere zaken in stilte recht te zetten.

Laat u uw beleggingen regelen door een erkende vennootschap voor vermogensbeheer of -advies, dan is oplichting in principe onmogelijk. Zij zijn immers niet gemachtigd om geld of effecten aan te nemen van hun klanten. Laat u uw geld door hen beheren, of tekent u in op één van de beleggingen die zij hebben voorgesteld, dan moet u het geld daarvoor storten op een rekening op uw eigen naam bij een onafhankelijke financiële instelling of beursvennootschap, zo schrijft de wet voor.

Uiteraard heeft een vermogensbeheerder wél de bevoegdheid om op eigen initiatief daden van beschikking te stellen met betrekking tot dat vermogen. Of concreet: de beheerder kan op eigen initiatief orders laten uitvoeren voor rekening van de klant. Maar de aangekochte effecten moeten rechtstreeks op de effectenrekening van de klant terechtkomen. En bij een verkoop wordt de opbrengst meteen terug op de zicht- of spaarrekening van de klant gestort. Zo is het voor de beheerder onmogelijk om met het geld van zijn klanten aan de haal te gaan. Temeer daar de uitvoerende bank van elke verrichting meteen een bevestiging stuurt naar de klant. Gebeurt er iets verdachts, dan zal die dat dus snel merken. En geeft u om bepaalde redenen toch eens een som geld, een cheque of een pakketje effecten af aan uw vermogensbeheerder met de vraag om het geld of de effecten op uw rekening te storten, dan bent u altijd gedekt door het Beschermingsfonds voor Deposito's en Financiële Instrumenten.

Verder zijn ook erkende verzekeringsmakelaars of -agenten, onbevoegd om geld van u aan te nemen. Tekent u in op één van hun beleggingen dan dient u het geld rechtstreeks te storten op de bankrekening van de uitgevende verzekeringsmaatschappij. Twijfelt u aan de gang van zaken, neem dan contact op met de maatschappij zelf om te controleren of alles in orde is. Weet wel dat eventuele fraude door een verzekeringsmakelaar of -agent niet verzekerd is door het Waarborgfonds voor Deposito's en Financiële Instrumenten. Verzekeringsmakelaars worden wél gecontroleerd door de Controledienst der Verzekeringen, het zogenaamde CDV. Controleer dan ook altijd of uw verzekeringsmakelaar een erkenningsnummer heeft van het CDV voor u ermee in zee gaat.

En daarmee zijn we uiteindelijk aanbeland bij de verzekeringsmaatschappijen zelf. Die zijn evenmin aangesloten bij het Waarborgfonds voor Deposito's en Financiële Instrumenten. Want dat dekt zoals gezegd enkel banken, beursvennootschappen en erkende vennootschappen voor vermogensbeheer. En een apart verzekeringsgarantiefonds bestaat niet.

Maar gelukkig heeft u als begunstigde van een verzekeraar wel andere garanties. Elke verzekeringsmaatschappij is verplicht zogenaamde 'dekkingswaarden' aan te houden ter waarde van de financiële verplichtingen die zij heeft tegenover haar cliënten. Als verzekeringsnemer heeft u in geval van faillissement een voorrecht op deze activa en komt u dus voor alle andere schuldeisers. Dergelijke waarborgen heeft u dan weer niet wanneer u cliënt bent bij een bank. Banken moeten slechts 15 procent van de gedeponeerde spaargelden als buffer aanhouden. Of deze dekkingswaarden ook effectief aanwezig zijn bij de verzekeringsmaatschappijen, wordt elk kwartaal gecontroleerd door de Controledienst der Verzekeringen. Daarnaast beschikken de verzekeraars ook nog over de activa die hun eigen vermogen vertegenwoordigen en die ongeveer 15 procent van de technische voorzieningen bedragen.

Naar aanleiding van de beurscrisis van de voorbije jaren hebben enkele verzekeringsondernemingen in ons land deze buffer verstevigd, bijvoorbeeld door vrije activa toe te wijzen aan de dekkingswaarden, door het volstorten of verhogen van het maatschappelijke kapitaal, enzovoort. Wie klant is bij een Belgische verzekeringsmaatschappij moet zich voorlopig nog geen zorgen maken.

En zo hebben alle financiële instellingen in ons land hun eigen waarborg- en controlesystemen. Dat deze systemen naar behoren functioneren, is inmiddels wel duidelijk. Het grootste risico is dan ook dat u naast het gecontroleerde en gewaarborgde circuit terechtkomt. Maar dat kan u vermijden. Zorg er altijd voor dat u enkel met erkende en gecontroleerde instellingen en tussenpersonen werkt. En wil u helemaal op zeker spelen, respecteer dan de limietbedragen van het Waarborgfonds als u uw geld bij een bank, beursvennootschap of vermogensbeheerder deponeert. Dan loopt u netjes onder de paraplu, en blijft u zeker droog.

Frida Deceunynck

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud