Advertentie

Frida Deceunynck: Lenen op kosten van uw baas

Betaalt uw werkgever elke maand trouw voor de groepsverzekering van u en uw collega's? Dan kunt u het geld misschien nu al lenen om een huis te kopen. Een mooie constructie: u krijgt het geld en uw baas betaalt de lening af.

Het systeem van lenen op een groepsverzekering is relatief onbekend in ons land. Toch wint het de laatste tijd aan belang. En dat zal de komende jaren wellicht nog toenemen. Het ontwerp van de nieuwe wet op de aanvullende pensioenen, ook wel eens de WAP genoemd, bevestigt immers niet alleen de mogelijkheid om groepsverzekeringen aan te wenden voor de financiering van vastgoed, maar breidt ze ook uit. Tot nog toe mocht een groepsverzekering immers enkel gebruikt worden voor de aankoop, de bouw of het verbouwen van woningen in België. De nieuwe wet breidt dat uit tot vastgoed in de hele Europese Unie.

Hoe zo'n vastgoedfinancieringen via een groepsverzekering in werkelijkheid precies verlopen, is voor velen niet helemaal duidelijk. Een voorbeeld kan echter veel verduidelijken. Laten we beginnen met de meest voor de hand liggende variant van groepsverzekeringsfinancieringen, waarbij u het tegoed in uw pensioenspaarpot vervroegd 'opneemt'. Veronderstel bijvoorbeeld dat uw werkgever al jarenlang elke maand trouw premies betaalt voor de groepsverzekering van zijn personeel. Aangezien u al ettelijke jaren in het bedrijf werkt, is uw groepsverzekeringsreserve inmiddels opgelopen tot 20.000 euro, zo leest u af op uw jaarlijks verzekeringsoverzicht. Een mooie pensioenspaarpot, dus. Bent u in zo'n situatie, dan zou u kunnen overwegen nu reeds dit kapitaal 'op te vragen' (geheel of gedeeltelijk), zodat u het kunt gebruiken voor de aankoop van een huis of voor verbouwingen die u wilt doorvoeren. Houd er wel rekening mee dat het kapitaal dat u nu opneemt, later niet meer beschikbaar is als u effectief met pensioen gaat.

Hoewel dit er op het eerste gezicht vrij eenvoudig uit ziet, zit zo'n opname van groepsverzekeringsreserves in de praktijk toch wat ingewikkelder in elkaar. Aangezien de wetgever verbiedt groepsverzekeringsreserves vervroegd af te kopen, moet de opname via een omweg verlopen. Vraagt u uw reserves vervroegd op voor de aankoop van vastgoed, dan krijgt u van de verzekeraar niet het geld uit uw eigen spaarpot, maar wel een lening die gedekt wordt door uw reserves. En op die lening moet u rente betalen. Anderzijds blijft u natuurlijk ook rente krijgen op uw tegoed, dat bij de verzekeraar is gebleven. Enkel het renteverschil moet u dus echt betalen. Dat verschil moet u ramen op 0,5 à 1,5 procent per jaar. Of om bij ons voorbeeld te blijven: neemt u 20.000 euro op, dan zult u daarop tot uw pensionering jaarlijks ongeveer 100 à 300 euro aan rente moeten betalen.

Een beperkt aantal verzekeraars biedt tegenwoordig ook de mogelijkheid voorschotten op te nemen waarop geen rente meer verschuldigd is. Uiteraard aanvaardt een verzekeraar zo'n formule in de praktijk alleen als hij ook op de reserve geen rente meer moet betalen.

Bent u nog niet lang genoeg in dienst bij uw werkgever, dan is uw reserve wellicht nog niet groot genoeg om verbouwingen te financieren. Maar ook dan kunt u een voorschot vragen op uw pensioenkapitaal. In zo'n geval krijgt u een voorschot op het kapitaal dat nog moet opgebouwd worden. Neem nu volgend voorbeeld. Stel dat uw werkgever maandelijks bijdragen betaalt voor de groepsverzekering van zijn personeel. Uit deze groepsverzekering mag u bij uw pensionering een gewaarborgd eindkapitaal van 125.000 euro verwachten. Op dit moment zit er echter nog maar 4.000 euro in uw spaarpot.

Hoewel uw reserve nog minimaal is, zou u toch kunnen overwegen het beloofde eindbedrag, of een deel ervan, nu al op te vragen voor uw verbouwingen. Stel bijvoorbeeld dat u 50.000 euro nodig heeft. Vermits dat bedrag ruim beneden het gegarandeerde eindkapitaal van 125.000 euro blijft, kunt u aan de verzekeraar een lening vragen voor 50.000 euro. Langs de kant van uw werkgever blijft alles ondertussen gewoon doorlopen. Met de maandelijkse premiebetalingen wordt het gegarandeerde eindkapitaal gewoon verder opgebouwd en tegen de tijd dat u met pensioen gaat, zit er ook effectief 125.000 euro in uw spaarpot. Op dat moment wordt een stuk van de spaarpot aangewend om de lening van 50.000 euro terug te betalen. Het overige wordt uitbetaald als pensioenkapitaal (uiteraard steeds na afhouding van de verschuldigde belasting).

Maar daarmee is het verhaal nog niet gedaan. De verzekeraar die u die 50.000 euro heeft geleend, wil uiteraard intrest op dat kapitaal zolang het niet is afgelost. Tot u met pensioen gaat en het kapitaal ook effectief wordt terugbetaald, hangt u daar aan vast. Stel bijvoorbeeld dat u 7 procent rente moet betalen. U moet dan tot aan uw pensionering elk jaar 3.500 euro aan intrest betalen (7 procent op 50.000 euro).

Maar ook hier zijn een aantal verzekeraars bereid gunstiger voorwaarden toe te staan. In vele gevallen moet de voorschotnemer slechts een verminderde rentevoet betalen van bijvoorbeeld 4,25 procent. Daartegenover staat echter dat de premies die tot uw pensionering door de werkgever worden gestort, ook slechts tegen een verminderde rentevoet van bijvoorbeeld 3,75 euro worden opgerent. Van een winstdeelname is er dan geen sprake meer.

Wilt u van die lastige rentebetalingen helemaal af geraken, dan kunt u ook vragen de verschuldigde rente mee te kapitaliseren met het voorschot. Of om bij ons voorbeeld te blijven: als u 4,75 procent rente moet betalen, bent u het eerste jaar 2.375 euro aan intrest verschuldigd. In plaats van dat bedrag te betalen wordt het opgeteld bij de hoofdsom van 50.000 euro, zodat de rente het tweede jaar wordt berekend op een kapitaal van 52.375 euro. Dat bedrag wordt dan opnieuw bij uw kapitaal geteld en zo loopt dat almaar verder op tot uw pensionering. Laat u de rente op deze manier gedurende 15 jaar kapitaliseren, dan komt u aan een verschuldigd eindkapitaal van 100.295 euro. Met uw bruto eindkapitaal van 125.000 euro komt u er dan net om de lening af te lossen. Na afhouding van alle verschuldigde belastingen houdt u daar immers ongeveer 100.000 euro van over.

Zolang de looptijd van de lening niet te lang is, kunnen voorschotten op een groepsverzekering interessant zijn om vastgoed te financieren. Maar hebt u nog erg lang te gaan tot uw pensionering, dan wordt het minder interessant. Voor wie bijvoorbeeld maar 30 jaar is, betekent zo'n voorschot op zijn polis dat hij of zij nog 35 jaar lang intrest moet betalen. En dat komt meestal duurder uit dan wanneer een gewone lening op twintig jaar zou worden afgesloten waarvoor zowel kapitaal als intrest moet worden afgelost.

Bovendien moet u er rekening mee houden dat u op die manier uw extra-legaal pensioen opgebruikt voor uw woning. Extra kapitaal moet u dan bij uw pensionering niet of nauwelijks meer verwachten. Toch hoeft dat niet onverantwoord te zijn en moet het niet verwonderen dat de wetgever deze techniek toelaat. Ook via de aankoop van vastgoed bouwt u immers een patrimonium op. Koopt u op die manier een eigen woning, dan hoeft u later uw pensioengeld niet meer te gebruiken om huur te betalen. En verkoopt u de woning later, dan kunt u op die manier het pensioengeld er terug uithalen.

Merk wel op dat het venijn soms in de staart zit. Vermits het kapitaal bij uw pensionering wordt aangewend om het ontleende kapitaal terug te betalen, krijgt u op dat moment niets, of hooguit een gedeelte van het opgebouwde kapitaal, in handen. De eindbelasting op groepsverzekeringskapitalen valt echter niet weg. Daardoor bent u op dat moment belasting verschuldigd op een kapitaal dat u niet meer krijgt. Hebt u de financiering gebruikt om uw eerste en enige woning te kopen, dan kan dat fiscaal probleem echter verzacht worden. In dat geval kan de verschuldigde belasting gespreid worden over 10 of 13 jaar zodat u jaarlijks slechts een klein stukje moet betalen.

Houd er ten slotte ook rekening mee dat deze formule moeilijkheden kan opleveren wanneer u na verloop van tijd, al dan niet gedwongen, uw werkgever verlaat. U zult de verzekeringspremies dan zelf moeten voortbetalen om de lening af te betalen. En dat kan een zware dobber zijn wanneer u het volledige kapitaal hebt opgevraagd. Om op dat vlak moeilijkheden te voorkomen, verbiedt een aantal werkgevers te lenen op de groepsverzekering.

Alles bij elkaar zijn dergelijke leningen meestal maar interessant wanneer slechts een stuk van het gewaarborgde pensioenkapitaal wordt geleend. De belastingen aan het einde van de rit kunnen dan eventueel betaald worden uit het resterende kapitaal, en moet u na verloop van tijd de premies zelf verder betalen omdat u van werkgever verandert, dan is dat minder zwaar. Bovendien begint u hier beter niet aan wanneer u jonger bent dan 40 jaar. Tot uw pensionering moet u immers intresten blijven betalen aan de verzekeraar. Voor jonge bouwlustigen is lenen op een groepsverzekering dan ook zelden interessant. Maar voor verbouwingen die u op iets latere leeftijd plant, kan uw groepsverzekering als een geschenk uit de hemel komen.

Frida Deceunynck

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud