Frida Deceunynck: waardepapieren gezocht

Bezit is eigendom. Dat is het basisprincipe waarop het eigendomsrecht in ons land is gebaseerd. Maar dat kan wel eens vervelende gevolgen hebben. Stel maar even dat iemand per ongeluk, te goeder of te kwader trouw, in het bezit is gekomen van uw waardepapieren. Bent u alles dan zomaar kwijt?

Werden uw waardepapieren gestolen of bent u ze op een andere manier verloren, dan hoeft u van de basisbescherming die ons burgerlijk wetboek biedt niet veel te verwachten. Bezit is eigendom, zo stelt onze wet. De nieuwe bezitter van uw effecten kan er dus mee doen wat hij wil. En die zal ze wellicht zo snel mogelijk doorverkopen. Voor u is alles dan verloren, zelfs al weet u perfect wie de 'dief' was van uw stukken. De wet bepaalt dat wanneer een gestolen of verloren zaak inmiddels verder werd verkocht, u het bezit ervan slechts kunt terugkrijgen als u de koper vergoedt voor de prijs die hij ervoor betaalde. Of met andere woorden: u moet uw eigen effecten dan gewoon terugkopen. Zelfs al kunt u bewijzen dat de stukken wel degelijk van u waren. U zult begrijpen dat deze wetsbepaling al vaak aanleiding heeft gegeven tot betwistingen en frustraties. Niets is eenvoudiger dan gestolen waardepapieren te verkopen zonder argwaan te wekken. Via een beursvennootschap of bankier zijn effecten vlot verhandelbaar.

Zolang de 'vermiste' waardepapieren nog niet werden doorverkocht door de nieuwe bezitter, lijkt het iets eenvoudiger om ze te recupereren. Dan moet u geen vergoeding te betalen om ze terug te krijgen. Kunt u aantonen dat u de effecten heeft verloren of dat u werd bestolen, dan kunt u ze, zonder dat u daarvoor een vergoeding verschuldigd bent, terugvorderen van de 'dief' tot drie jaar na de vaststelling van het verlies. Maar dan moet u natuurlijk wel weten wie uw effecten in bezit heeft. En dat is niet altijd eenvoudig. Want eer u dat op het spoor bent, is het meestal te laat en werden de stukken al verkocht.

Bij verlies of diefstal van waardepapieren heeft u aan deze basisbescherming van het burgerlijk wetboek meestal bitter weinig. Want voor u het weet, zijn de stukken verkocht, en kunt u ze enkel recupereren door ze terug te kopen. Vandaar dat onze wetgever een bijkomende beschermingsregeling heeft uitgewerkt die specifiek gericht is op beleggers die ongewild hun effecten zijn verloren. Deze regeling dateert van kort na de Eerste Wereldoorlog, toen een heuse vloedgolf aan betwistingen over het eigendomsrecht van effecten aan toonder ons overspoelde. En ze heeft sindsdien al vaak haar nut bewezen.

Het basisidee van deze regeling is vrij eenvoudig. Zodra effecten vermist zijn - of ze werden gestolen of per ongeluk werden meegegeven met het oud papier maakt niet uit - kunt u ze als eigenaar laten blokkeren, of in het jargon: kunt u verzet aantekenen tegen de stukken. Daarvoor kunt u terecht bij het Nationaal Kantoor van Roerende Waarden. Binnen twee dagen na de ontvangst van het verzet worden de effecten gepubliceerd in het zogenaamde Bulletin, dat verspreid wordt onder alle financiële tussenpersonen en beursvennootschappen. Vanaf dat moment zijn ze geblokkeerd. Banken en beursvennootschappen mogen de stukken niet meer verhandelen of uitbetalen en er mogen ook geen dividenden of rentecoupons meer worden geknipt. Voor de dief wordt het hierdoor onmogelijk de stukken te gelde te maken of de inkomsten ervan te innen. En u als rechtmatige eigenaar heeft rustig de tijd om op zoek te gaan naar uw aandelen of obligaties. Deze verzetsperiode duurt immers automatisch vier jaar.

Komen de effecten gedurende deze periode niet boven water, bijvoorbeeld omdat de stukken verloren gingen tussen het oud papier of omdat ze werden vernietigd tijdens een brand, dan vervalt het verzet op de eerste januari nadat het vier jaar onafgebroken is bekendgemaakt in het Bulletin. Op dat moment verliezen de effecten hun waarde en krijgt u als opposant recht op de uitbetaling van het kapitaal en de vervallen intresten of dividenden, of op een duplicaat van de stukken. U moet als opposant wel zelf opdraaien voor de duplicaatkosten. En die kunnen aardig oplopen. In sommige gevallen bedragen die zelfs de helft van de waarde van de effecten. Wilt u die kosten vermijden, dan kunt u vragen om een uitkering in geld in plaats van een duplicaat. Maar dat is spijtig genoeg niet altijd mogelijk. Verder bepaalt de wet dat de uitgevende instelling het geld gedurende de verzetsperiode moet herbeleggen om te garanderen dat het kapitaal goed wordt beheerd. De emittent is evenwel niet verplicht de opbrengst van deze herbelegging aan u uit te keren. Sommigen doen dit wel, anderen niet.

Maar de verzetsprocedure heeft nog meer te bieden. Worden de vermiste effecten tijdens de verzetsperiode aangeboden bij een bank of beursvennootschap - bijvoorbeeld om de coupons te innen, om de stukken te verkopen of om het kapitaal te incasseren op de vervaldag - dan is de financiële instelling die de stukken aangeboden krijgt verplicht de identiteit van de aanbieder te noteren. En daar wordt u als opposant zo snel mogelijk van op de hoogte gebracht. Zo kan de verzetsprocedure u dus helpen om de 'dief' te ontmaskeren.

Maar daarmee zijn alle problemen nog niet opgelost, integendeel, soms beginnen ze dan pas écht. Want misschien beweert de 'dief' wel dat hij de rechtmatige eigenaar van de effecten is. Dan is het aan u om aan te tonen dat dat niet zo is. Een klassiek geval zijn betwistingen over effecten bij een echtscheiding. Een van de beide partners neemt de effecten mee en hoopt ze in stilte te gelde te kunnen maken. De ander tekent verzet aan en daarna begint het getouwtrek om de aandelen.

Ook in andere situaties is het niet altijd duidelijk wie de rechtmatige eigenaar is van bepaalde effecten. Als bij een erfenis blijkt dat een pakketje aandelen van de overleden moeder verdwenen is, tekenen de kinderen daar wellicht verzet tegen aan. Maar wat als later blijkt dat de verdwenen aandelen bij een van de kleinkinderen zitten? Of bij een vriendin of een andere vertrouwenspersoon van de overledene die beweert de aandelen jaren geleden gekregen te hebben?

Het zal nu wel duidelijk zijn dat het niet altijd zo eenvoudig is 'vermiste' aandelen te recupereren, zelfs niet nadat de nieuwe bezitter bekend is geworden door de verzetsprocedure. Die wil de effecten immers niet altijd meteen lossen. En dan moet u gaan procederen.

De wettelijke verzetsprodure bepaalt dat u als opposant twee maanden de tijd krijgt om de zaak te regelen vanaf het moment dat de nieuwe bezitter is geïdentificeerd. Is de bezitter van de effecten bereid de titels terug te geven, dan kan alles wellicht snel in der minne geregeld worden en kan het verzet worden opgeheven. Blijkt bijvoorbeeld dat een werknemer de waardepapieren van zijn baas heeft gestolen, dan is zo'n snelle regeling meestal mogelijk, mét of zonder tussenkomst van de politie.

Maar in andere gevallen zal dat niet lukken. Dan moet u als opposant binnen twee maanden een gerechtelijke procedure in eigendomsbetwisting instellen tegen de aanbieder van de waardepapieren. Het verzet wordt dan gehandhaafd tot de rechter een uitspraak doet. Dan komt het erop aan dat u het bewijs kan leveren dat de titels uw eigendom waren. Dat kan het makkelijkst door het voorleggen van de aankoopborderels. Heeft u die nog, dan is er vaak geen enkel probleem. De stukken worden dan bijna automatisch aan u toegekend. Heel wat beleggers gooien hun aankoopborderels echter weg zodra ze de stukken in handen hebben. Dan moet de rechter op basis van andere argumenten beslissen aan wie de effecten toebehoren. Ieder de helft is dan een veel voorkomende oplossing. U begrijpt meteen hoe belangrijk het is aankoopborderels steeds zorgvuldig bij te houden, zelfs nadat de stukken werden geleverd.

In ingewikkelde familie- en erfeniskwesties zijn de aankoopborderels alleen vaak niet voldoende om uit te maken wie de rechtmatige eigenaar is. Zorg er daarom steeds voor dat bij schenkingen, nalatenschappen en verdelingen naar aanleiding van een echtscheiding altijd een gedateerd en ondertekend geschrift wordt opgesteld waarin alles wordt vastgelegd. Op die manier kunt u bij problemen later het makkelijkst bewijzen wie de eigenaar is.

Hoe ingewikkeld de zaak ook in elkaar zit, zorg er altijd voor dat u de nodige stappen doet binnen twee maanden na het bekend worden van de bezitter van de gecontesteerde effecten. Want onderneemt u als opposant niets nadat de gewraakte stukken werden aangeboden ter inning, dan vervalt het verzet automatisch na twee maanden. De waardepapieren of coupons mogen dan na afloop van het verzet uitbetaald worden aan de aanbieder.

Maar hoe gaat u nu het best te werk als u op een mooie dag merkt dat u een pakketje aandelen mist? De snelste en eenvoudigste procedure om verzet aan te tekenen is per aangetekend schrijven het Nationaal Kantoor van Roerende Waarden op de hoogte te brengen van het verlies of de diefstal. Hiervoor bestaan voorbeeldformulieren maar u mag ook zelf een brief opstellen. Enkele gegevens mogen daarin niet ontbreken. Uw identiteitsgegevens en de omschrijving van de verloren of gestolen stukken zijn het belangrijkst. Deze omschrijving moet steeds de uitgever van de stukken bevatten, hun looptijd, het rentepercentage, de nominale waarde en de nummers van de stukken.

Vooral de nummers van de stukken zijn erg belangrijk. Maar dat leidt wel eens tot problemen. Heel wat beleggers kennen de nummers van hun effecten niet meer wanneer de stukken in kwestie verdwenen zijn. Om dat te voorkomen, bewaart u het best steeds een kopie van uw effecten op een afzonderlijke plaats of noteert u de nummers ervan in een apart notitieboekje. Daarmee heeft u meteen alle gegevens bij de hand. Andere noodzakelijke inlichtingen in uw aanvraag tot verzet zijn het tijdstip en de plaats van de ontvangst van de laatste coupon en het aantal coupons dat nog aan de titels is gehecht. Indien mogelijk vermeldt u het best ook de omstandigheden waarin de stukken zijn verdwenen en de wijze waarop u ze heeft verworven.

Alle waardepapieren aan toonder (kasbons, aandelen, obligaties,...) komen in aanmerking voor verzet. Verder kan ook verzet worden aangetekend tegen de uitbetaling van coupons en dividenden. Er is slechts één uitzondering: verzet wordt niet aanvaard tegen de uitbetaling van coupons van staatsfondsen.

Het Nationaal Kantoor voor Roerende Waarden is gevestigd aan de Wetstraat 71 in 1040 Brussel en is telefonisch te bereiken op 02/233.72.15. Verzet aantekenen brengt steeds de nodige kosten mee. Per geprotesteerd effect (of coupon) wordt 7,5 euro aangerekend. Zijn de verloren effecten minder dan 7,5 euro waard, dan loont het meestal niet de moeite de procedure in gang te zetten. Tenzij het erg belangrijk is de identiteit van de 'dief' te te achterhalen. Een werkgever die weet dat een van zijn bedienden een pakket aandelen heeft gestolen, heeft er waarschijnlijk geld voor over om te weten wie de dief is. Zelfs al kost het aantekenen van het verzet hem meer dan de gestolen aandelen kunnen opleveren.

Heeft u alles correct gedaan, dan kunt u niets meer doen en is het afwachten geblazen. Worden effecten waartegen verzet is aangetekend per ongeluk toch aanvaard door een bankbediende die het Bulletin vergat te raadplegen, dan moet de bank of beursvennootschap die hiervoor verantwoordelijk is de schade vergoeden. Zodra u verzet heeft aangetekend, kunt u dus in principe gerust zijn.

Zolang het verzet niet werd gepubliceerd, kunnen de stukken echter verzilverd worden. Coupons kunnen worden geïnd, kasbons kunnen vervroegd worden aangeboden aan de uitgevende instelling of op de openbare veiling en aandelen of obligaties kunnen worden verkocht op de beurs. Het komt er dus altijd op aan zo snel mogelijk te reageren en de 'dief' geen kans te geven geld te maken van uw beleggingen. Haast en spoed is soms wel goed.

Frida Deceunynck

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud