Handleiding bij paniek op de beurzen

Eind februari, begin maart gingen de beurskoersen even onderuit. De opgebouwde winst sinds begin dit jaar smolt als sneeuw voor de zon en beleggers werden er nog even aan herinnerd dat koersen ook kunnen dalen. Vooral beleggers die na jaren van hausse begin dit jaar opnieuw de beurs ontdekten, zijn geschrokken. Daarom is het goed nog even de verschillende cycli te overlopen.

Er zijn grosso modo drie zones te onderscheiden op de beurs. Je hebt de periode van paniek en desinteresse, met koersen van aandelen die ver onder hun intrinsieke waarde noteren. Het meest recente voorbeeld is ongetwijfeld de periode rond maart 2003. Delhaize aan koersen rond 13 euro, Fortis onder 10 euro. We gaan ze hier niet allemaal opnoemen, maar het is duidelijk dat veel bedrijven toen fors onder hun werkelijke waarde noteerden.

Geruchten over faillissementen halen tijdens zo'n periode dan de voorpagina en het grote publiek heeft na een lange periode van dalende koersen geen interesse voor aandelen. In die donkerste uren wordt meestal de kiem gelegd van een nakend herstel. Zelfs bij tegenvallende conjunctuur en cijfers noteert het gemiddelde aandeel zo goedkoop dat het eigenlijk alleen maar hoger kan. Een goed moment om aandelen te kopen. Noteer dat dit een periode is waarin bijna geen beursintroducties plaatsvinden.

Daarna volgt een periode van herstel, waarbij de overdreven lage waarderingen evolueren naar een gemiddeld peil. Niet zelden herstellen ook de winsten van de bedrijven omdat de wereld nu eenmaal blijft draaien en er na regen altijd zonneschijn komt.

De koersen stijgen nu om twee redenen: een expansie van de waarderingen (bijvoorbeeld van een koers-winstverhouding van 8 gaat het terug naar 10 of 12) en een herstel van de winstgevendheid. Langzaam maar zeker keren de specialisten terug naar de beurs. Naarmate de koersen blijven stijgen, komt ook Jan Publiek weer aanzetten. Dit is een goed moment om aandelen te houden.

De beurs is zoals een slinger. De slinger gaat van links naar rechts, op de beurs gaat het van onder- naar overwaardering. En weer terug, maar daarover later meer. Aandelen zijn ondertussen zo gestegen dat kopers steeds meer kopers aantrekken en de waarderingen op objectieve basis niet goedkoop meer zijn. De geruchten over faillissementen zijn vervangen door overnamegeruchten en haperende bedrijfswinsten worden genegeerd. Het is een goed moment om aandelen te verkopen. Noteer dat dit ook de periode is waarin vele bedrijven naar de beurs komen.

Na een periode van overwaardering gaat de slinger weer de andere kant uit en gaan we normaliter richting faire waardering om tot slot weer te eindigen bij onderwaardering. En dan kan de cyclus weer beginnen.

Grote P

Waar staan we nu? Als er iets duidelijk is, dan wel dat de jongste periode van paniek met een grote P te situeren valt rond maart 2003 en niet eind februari of begin maart van dit jaar. Beschouw de recente kleine correctie maar als een kleine hapering, als paniek zonder erg. Al was het wel een goede test. Wie toch al zijn nachtrust moest laten, is niet echt uit het goede beleggershout gesneden.

Geholpen door puike bedrijfsresultaten en een expanderende wereldeconomie herstelden de koersen de jongste jaren fors en de waarderingen trokken aan. Of we nu al de laatste fase hebben ingezet (overwaardering) of nog een jaartje of zo te gaan hebben (op weg naar overwaardering), weet niemand. Al zal iedereen er achteraf wel de juiste verklaring voor hebben.

De objectieve waardering voor bedrijven uit de financiële sector oogt nog goedkoop, zeker op basis van historische cijfers (boekjaar 2006). Niet zelden noteren we nu nog maar tien maal de winst, wat historisch gezien niet duur is. Als die winsten gaan dalen - omdat bijvoorbeeld de rentemarge krimpt - krijgen we natuurlijk een ander verhaal. Industriële bedrijven als Bekaert, Umicore en Solvay boekten de jongste jaren mooie bedrijfswinsten. De prijs die beleggers voor zo'n bedrijven willen betalen, steeg eveneens.

Er zijn zeker periodes te vinden waarin beleggers nog hogere waarderingen wilden betalen (in termen van koers-winstverhouding of koers-boekwaarde, denk maar aan de periode rond 1998), maar ook hier kan een haperende economie de winsten onder druk zetten. Die druk moet dan komen van bijvoorbeeld een recessie in de Verenigde Staten of - als de Amerikaanse centrale bank zo'n recessie wil vermijden via een lagere rente - een dalende dollar.

Als we de slinger vergelijken met een meter en de markering van 0 centimeter de bodem aangeeft (maart 2003) en de 50 centimeter halverwege de periode aangeeft van een faire waardering, zitten we nu ergens tussen centimeter 75 en 100. Paniek met een grote P situeert zich rond 0 (verkooppaniek) en 100 (kooppaniek) centimeter.

Kooppaniek

Normaliter is de volgende periode van paniek - met een grote P - er dus een van kooppaniek, omdat we nu eenmaal dichter bij 100 zitten dan bij 0 centimeter. Wie denkt dat de korte daling eerder deze maand aandelen terug op 0 centimeter bracht, zit verkeerd. Er is dus zeker nog geen sprake van verkooppaniek met een grote P. Onder druk van immer aanhoudende overnamegeruchten en stijgende koersen zitten we eerder in een periode waarin Jan en alleman plots alles wil kopen wat er te kopen valt. Je merkt het aan de beursintroducties die weer vele malen overingetekend zijn.

Als er in de Verenigde Staten onder druk van de problemen bij de hypotheekverschaffers (en zijn uitlopers) een wiel zou afdraaien, kan de markt best 10 procent lager gaan. Dat valt dan evenwel te catalogeren als een tussentijdse verkooppaniek, even terug van 90 naar 80 centimeter, zeg maar. Niet als de 'paniek-voor-in-de-geschiedenisboeken'.

Hoe kan een belegger zich nu het best wapenen tegen paniek, met een grote en een kleine P? De basis blijft een grondige analyse van individuele bedrijven, waarbij men probeert een voorzichtige waarde op de individuele aandelen te kleven. Is dat voor een bepaald bedrijf te moeilijk of onmogelijk, zoek dan een ander bedrijf waar het wel lukt. Noteer die waarde ergens.

De meeste beleggers kijken maar naar één zaak: de beurskoers. Het is veel belangrijker te kijken naar de waarde van een bedrijf. Met die waarde in de hand, kan je aan het werk. Aandelen die (ver) boven die waarde noteren, moet je verkopen. Aandelen die (ver) onder die waarde noteren, zijn koopwaardig.

Lijstje

Het lijkt me daarom nuttig een lijstje bij de hand te hebben van aandelen in portefeuille met daarbij een koersdoel waarbij je zelf zegt: 'Als we dit ooit noteren, doe ik ze zeker weg.' Dat niveau bepaal je natuurlijk in functie van de waarde van dat bedrijf. Wordt u wakker met een resem overnameberichten op het nieuws, een nieuwe recordregen op de beurs en de dwingende angst om iets te kopen, haal dan dit lijstje boven en verifieer of er geen aandeel tussen staat dat u beter kan verkopen.

Leg ook een lijstje aan van bedrijven die u eigenlijk in portefeuille wil nemen, maar ondertussen te duur noteren naar uw zin en pas bij (veel) lagere koersen interessant zijn. Noteer de prijs waartegen u het aandeel zonder dralen wel wil kopen. Die prijs ligt natuurlijk onder de waarde die u bepaalde. Wordt u wakker met een resem onheilsberichten op het nieuws, nieuwe bodems op de beurs en een panische angst om alles te verkopen, haal dan dit lijstje boven en verifieer of er geen aandeel tussen staat dat u beter kan kopen.

Het gouden lijstje met de 'ultieme koopjes' voor de periode dat we weer rond 0 centimeter noteren en de slinger op onderwaardering staat, zal u morgen nog niet nodig hebben. Eenvoudigweg omdat de slingerbeweging jaren duurt.

Kristoff Van Houte Financieel analist en uitgever Kroffinvest

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect