Hoeveel kosten uw kinderen?

'Elk kind kost een huis', luidt een bekende volkswijsheid. Maar klopt dat wel? Want kinderen mogen dan wel veel geld kosten, voor een stuk wordt dat ook gecompenseerd. Denk maar aan de kinderbijslag en aan de 'kinderkortingen' die in ons belastingstelsel zijn verwerkt.

Hoeveel geld kost een kind per maand? Weinig mensen vragen het zich af voor ze eraan beginnen. Maar mensen mét kinderen weten wel degelijk waar het om gaat. Want kinderkosten kunnen aardig oplopen. En daarbij hoeft u niet alleen te denken aan de kosten van luiers, kinderopvang, flesjes, papjes, enzovoort_ Veel andere kosten kunnen heel wat minder duidelijk afgescheiden worden van het totale huishoudbudget. Denk bijvoorbeeld aan de ruimere woning die u nodig heeft omwille van de kinderen. Of aan de extra verwarmings-, water- en elektriciteitskosten die deze grotere woning meebrengt, de grotere gezinswagen,_ En wie het plaatje helemaal compleet wil maken, mag ook de zogenaamde 'indirecte' kinderkosten niet vergeten. Zo'n kosten zijn bijvoorbeeld het loon dat uw gezin derft wanneer een van beide partners omwille van de kinderen voor een deeltijdse job kiest. Of de kosten van de schoonmaak- of strijkhulp die u in huis moet halen omdat het huishoudelijke werk u over het hoofd gegroeid is.

Het is niet eenvoudig al deze kosten samen te vatten in een algemeen geldend cijfer. Elke gezinssituatie is immers uniek. Zo blijkt uit onderzoek dat kinderen in een eenoudergezin ongeveer 5 procent meer kosten dan kinderen in een tweeoudergezin. De reden hiervoor ligt voor de hand: in eenoudergezinnen moet vaker een beroep gedaan worden op kinderoppas of een andere betaalde hulp omdat de ouder er alleen voor staat. Voorts speelt ook het gezinsinkomen een rol. Wie meer verdient, besteedt automatisch ook meer geld aan zijn kinderen. En natuurlijk speelt ook de leeftijd van de kinderen mee. Een vijfjarige kleuter kost minder dan zijn vijftienjarige broer, want vijfjarigen eten minder, hebben nauwelijks studiekosten, enzovoort. Soms spelen ook schaalvoordelen mee. In grote gezinnen kunnen de jongere kinderen bijvoorbeeld spullen van hun oudere broers en zussen voortgebruiken.

In een poging rekening te houden met de belangrijkste van deze elementen stelden wetenschappers zogenaamde 'equivalentieschalen' op. Aan de hand hiervan is te berekenen over welk extra inkomen een gezin met kinderen moet beschikken om, in vergelijking met een gezin zonder kinderen, dezelfde levensstandaard te hebben. Een eenvoudige en in ons land vaak gebruikte equivalentieschaal is de 'schaal van Renard', uitgewerkt door de Waalse wetenschapper Roland Renard die in opdracht van de Franstalige Gemeenschap een onderzoek uitvoerde naar de kosten van kinderen. Uit deze schaal blijkt bijvoorbeeld dat een gezin met een vijfjarig kind ongeveer 16 procent meer moet verdienen dan een gezin zonder kinderen om dezelfde levensstandaard te kunnen hebben. De levensstandaard die een kinderloos gezin kan opbouwen met 2.000 euro netto per maand, kan een gezin met een vijfjarig kind met andere woorden slechts evenaren wanneer het beschikt over 2.320 euro netto per maand. Heeft datzelfde gezin ook nog een kind dat tien jaar oud is, dan heeft het 37 procent (16% + 21%) meer inkomen nodig dan het kinderloze gezin om dezelfde levensstandaard te kunnen aanhouden. In ons voorbeeld moet het gezin dan over een inkomen van 2.740 euro beschikken.

Deze schaal van Renard heeft echter duidelijke tekortkomingen. Zo blijkt hieruit bijvoorbeeld niet dat baby's meer kosten dan kleuters omdat ze een heleboel extra kosten meebrengen, bijvoorbeeld voor kinderopvang, luiers, babyvoeding. Uit een Nederlands onderzoek blijkt dat dit baby-effect de jongste jaren sterk toenam. Doorslaggevend is de kostprijs van een onthaalgezin of crèche, waar al gemakkelijk 250 euro per maand heen vloeit. Hier staat wel een fiscaal voordeel tegenover dat de werkelijke opvangkosten gevoelig vermindert.

Ook de besproken schaalvoordelen waarvan grote gezinnen kunnen genieten, komen niet tot uiting in de schaal van Renard. Nochtans zijn die er wel degelijk. De kinderwagen kan bijvoorbeeld opnieuw gebruikt worden voor het tweede kind, en u hoeft ook niet per se weer een grotere wagen te kopen wanneer nummer twee zich aandient. Uit buitenlandse studies blijkt dan ook dat een tweede kind ongeveer 5 procent minder kost dan een eerste kind. En in gezinnen met een zeer laag inkomen kan die minderuitgave voor de tweede zelfs oplopen tot om en bij 10 procent. Voor derde kinderen zijn de conclusies minder eensluidend. Volgens sommige studies dalen de kosten nog voor een derde kind. Volgens andere stijgen ze opnieuw lichtjes.

Hoewel de schaal van Renard tekortkomingen heeft, kan ze toch nuttig zijn om te berekenen hoeveel kinderen elke maand kosten aan hun ouders. De Gezinsbond (de vroegere Bond voor Grote en Jonge Gezinnen) zag er zelfs een instrument in om te berekenen hoeveel kinderen minimaal kosten. Om de minimale kosten van kinderen te becijferen, past de Gezinsbond de schaal van Renard eenvoudigweg toe op het minimuminkomen dat een gezin zonder kinderen (twee personen) nodig heeft om rond te komen. Dat minimuminkomen raamde de Bond enkele jaren geleden op ongeveer 1.250 euro per maand. Zo worden de minimumkosten van een kleuter (0-5 jaar) bijvoorbeeld geraamd op 200 euro per maand. Voor een 18-jarige liggen deze minimale kosten echter al een pak hoger. Hier moet men rekening houden met minimumkosten van 346,25 euro.

Maar tegenover de kosten die kinderen meebrengen, staan in ons land ook financiële tegemoetkomingen. De kinderbijslag springt uiteraard het meest in het oog. Deze toelage hangt af van het aantal kinderen in het gezin, hun leeftijd, het sociale statuut van de ouders, enzovoort. In een werknemersgezin is de kinderbijslag iets gunstiger dan in een gezin van zelfstandigen. Laat ons daar enkele cijfers bijhalen. Voor loontrekkenden bedraagt de kinderbijslag voor het eerste kind 72,61 euro, voor het tweede kind wordt 134,65 euro uitbetaald en voor het derde of elk volgend kind 200,59 euro. Daarbovenop kan een leeftijdsbijslag komen. Het kluwen van de leeftijdsbijslagen is echter, door de hervorming van het systeem enkele jaren geleden, bijzonder ingewikkeld. Gemiddeld mag u er vanuit gaan dat vanaf de leeftijd van 6 jaar in de meeste gevallen ongeveer 25 euro per maand extra wordt uitbetaald. Op de twaalfde verjaardag komt daar nog eens om en bij 38 euro bij en vanaf 18 jaar wordt de leeftijdsbijslag nogmaals verhoogd met ongeveer 42 euro. Voor het oudste kind dat recht heeft op kinderbijslag worden deze leeftijdsbijslagen ongeveer gehalveerd.

Het regime voor zelfstandigen is iets minder gunstig. Voor het eerste kind krijgen zij slechts 36,93 euro kinderbijslag. Voor de tweede en volgende kinderen zijn de barema's gelijk aan die van de loontrekkenden. Voor de leeftijdsbijslagen gelden min of meer gelijklopende tarieven, met het verschil dat eerste of enige kinderen van zelfstandigen nooit recht hebben op een leeftijdstoeslag.

Wie de cijfers vergelijkt, moet vaststellen dat de kinderbijslag niet volstaat om de kosten van kinderen te dekken. Vooral in kleine gezinnen is dat het geval. In gezinnen met één kind dekt deze toelage de werkelijke kinderkosten voor ongeveer 30 procent. Zijn er twee kinderen, dan wordt de situatie iets beter omdat de kinderbijslag gevoelig stijgt vanaf het tweede kind. 45 tot 50 procent van de minimumkosten wordt dan gedekt door de kinderbijslag. In gezinnen met drie kinderen zouden de kinderbijslagen de kosten voor 50 tot 60 procent dekken. En in gezinnen met vier kinderen of meer kan dit percentage oplopen tot 65 procent.

Voorts blijkt dat het kostendekkingspercentage afneemt naarmate de kinderen ouder worden. De leeftijdstoeslagen volstaan niet om de extra noodzakelijke kosten van ouder wordende kinderen te dekken.

Maar gelukkig moeten kroostrijke gezinnen het niet alleen met de kinderbijslag doen. Ze hebben ook recht op een mooi belastingvoordeel, een fiscale kinderkorting. Per kind ten laste wordt een gedeelte van uw inkomen vrijgesteld van belastingen. Opdat dit voordeel even groot zou zijn voor gezinnen met een hoog of een laag inkomen, wordt deze vrijstelling toegepast op de laagste schijven van het inkomen.

De verhoging van deze belastingvrije som loopt op naarmate er meer kinderen zijn . Voor het eerste kind wordt de belastingvrije som bijvoorbeeld met 1.140 euro verhoogd, terwijl voor het vijfde kind een extra som van 4.050 euro wordt vrijgesteld van belastingen. Het uiteindelijke belastingvoordeel dat overeenkomt met deze belastingvrije sommen, kan u eveneens aflezen in de tabel. Een (twee-ouder)gezin met vier kinderen, bijvoorbeeld, spaart per jaar 3.797,50 euro uit aan belastingen.

Telt u dit fiscale voordeel op bij de kinderbijslag, dan komt u al een stuk dichter in de buurt van de minimale kosten van kinderen. Vooral grote gezinnen komen hier voordelig uit. Voor kleine gezinnen liggen de kosten echter nog altijd hoger dan de voordelen.

Naast deze algemene financiële voordelen voor gezinnen met kinderen, bestaan er nog specifieke voordelen om gezinnen in welbepaalde situaties te helpen. Zo oordeelt onze wetgever dat alleenstaanden een extra steuntje in de rug verdienen. Daarom is ons belastingssysteem zo dat de belastingvrije sommen een groter fiscaal voordeel opleveren in eenoudergezinnen dan in twee-oudergezinnen. Daarmee komt men tegemoet aan het feit dat kinderen in éénoudergezinnen gemiddeld 5 procent meer kosten dan in twee-oudergezinnen.

Ook voor mensen met jonge kinderen werd een specifiek fiscaal voordeel in het leven geroepen. Zij hebben het immers bijzonder zwaar te verduren, met kosten voor kinderopvang, luiers, babyvoeding, _ , terwijl de kinderbijslag voor hen net het laagst ligt. Sinds enige jaren geven de uitgaven voor (erkende) kinderopvang recht op een substantiële belastingvermindering. Per kind en per opvangdag mag het bedrag dat werd besteed aan kinderopvang worden aangegeven op de belastingaangifte, met een maximum van 11,20 euro per dag. Het totale aangegeven bedrag wordt afgetrokken van het belastbaar netto-inkomen, zodat de belastingbesparing ongeveer gelijk is aan de helft van de opgegeven kosten. Wie maximum 11,20 euro betaalt per opvangdag per kind, recupereert ongeveer de helft hiervan via deze aftrekpost.

Wie geen gebruik kan maken van deze aftrekpost, heeft recht op een vervangvoordeel. Kinderen onder drie jaar waarvoor geen opvangkosten worden aangegeven, geven recht op een verhoging van de belastingvrije som van 430 euro. Het fiscale voordeel dat daarop wordt toegekend, bedraagt 25 procent hiervan in kleine gezinnen (tot twee kinderen) maar kan in grotere gezinnen oplopen tot 30 of 40 procent. Wie werkelijke opvangkosten kan aangeven, is daar gewoonlijk voordeliger mee uit. Tijdens het geboortejaar van het kind of in het jaar dat het voor het eerst naar school gaat, kan dat echter anders zijn. Dan kan de verhoging van de belastingvrije som voordeliger zijn wanneer de opvangkosten erg laag uitvallen.

Er zijn nog enkele andere specifieke financiële voordelen voor gezinnen met kinderen. Omdat gezinnen met kinderen een grotere woning nodig hebben, wordt voor hen het fiscale voordeel van hun hypotheeklening berekend op een groter basisbedrag. Ook dat kan een aardige belastingbesparing opleveren elk jaar. Daarnaast hebben gezinnen met minstens twee kinderen recht op een korting op de onroerende voorheffing. Per kind ten laste heeft u recht op een korting van 10 procent. U moet die korting zelf aanvragen (op de achterkant van het aanslagbiljet vindt u het telefoonnummer) maar eenmaal ze loopt, wordt ze daarna automatisch toegekend. U moet het dan enkel nog melden wanneer er iets verandert in uw gezinssituatie. En dan zijn er ten slotte nog een hele reeks extraatjes voor kroostrijke gezinnen. Zo komen grote gezinnen sneller in aanmerking voor bouwpremies, studietoelagen, kortingen op het openbaar vervoer, enzovoort.

Gezinnen met kinderen kunnen dus wel degelijk rekenen op steun. Maar als u alle kosten en voordelen op een rijtje zet, merkt u waarschijnlijk toch dat u er niet helemaal komt met de voordelen die u krijgt toegestopt. Per kind moet u er wellicht nog enkele tientallen euro's bovenop leggen elke maand. Kinderen opvoeden, is dus toch niet gratis. Maar gelukkig kosten ze ons nog lang geen huis.

Frida Deceunynck

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud