'Kans op tweede LHSP- schandaal kleiner geworden'

Dat bedrijfsrevisor KPMG de jaarrekeningen van Lernout & Hauspie Speech Products (LHSP) goedkeurde zonder er vraagtekens bij te plaatsen, doet vragen rijzen over de betrouwbaarheid van de jaarrekeningen van Belgische bedrijven. 'Elke boekhouding is gemanipuleerd door het management, en goedgekeurde jaarrekeningen bieden geen garantie dat er geen fraude in het spel is.' Toch schatten de meeste specialisten de kans dat zich in België een tweede LHSP-schandaal voordoet eerder klein in.

(tijd) Beleggers krijgen steevast de raad mee de financiële verslaggeving van ondernemingen waarin ze investeren goed op te volgen. Maar bij Enron, de grootste fraudezaak ooit, keurde de bedrijfsrevisor Arthur Anderson steevast de jaarrekeningen goed. Dichter bij huis liet bedrijfsrevisor KPMG de jaarrekeningen van LHSP passeren zonder er graten in te zien. 'Iedereen die zich vandaag over de jaarrekeningen van 1998 en 1999 buigt, kan nochtans meteen zien dat er dingen waren die niet klopten', verklapt een bedrijfsrevisor.

Hoe komt het dat niemand daarover viel? 'Fraude achteraf ontdekken is makkelijk', zegt Bart De Bie, forensisch auditor gespecialiseerd in het opsporen van fraude. 'Als er een vermoeden van fraude is, kijk je anders naar een boekhouding.'

Maar behoort het net niet tot de kerntaak van een bedrijfsrevisor om fraude bloot te leggen? Neen, luidt het antwoord bij het Instituut voor Bedrijfsrevisoren. 'Een revisor laat zijn licht schijnen over de betrouwbaarheid van de financiële verslaggeving. Dat is niet hetzelfde als actief fraude opsporen', zegt Peter Berger, de nieuwe voorzitter van het Instituut. Hij voegt er wel aan toe dat de rol van de bedrijfsrevisor de laatste jaren is uitgebreid: 'Onder druk van de schandalen kijkt de revisor tegenwoordig anders naar jaarrekeningen. Hij houdt meer rekening met de mogelijkheid van fraude en voert tests uit om te zien of een onderneming zo georganiseerd is dat de kans op fraude minimaal is.'

Volgens cijfers van Graydon keuren bedrijfsrevisoren 95 procent van de jaarrekeningen goed zonder enig voorbehoud. Dat betekent dus dat die jaarrekeningen volgens de revisoren betrouwbaar zijn en dat bankiers en beleggers er hun beslissingen op mogen baseren. Maar er zijn geen garanties. 'De grootste misvatting bij beleggers is dat een goedgekeurde jaarrekening per definitie fraudevrij is', zegt De Bie.

'Bedrijfsrevisoren hebben in het verleden te vaak opdrachten aanvaard van bedrijven waar zij niets van afweten. Als revisor moet je kunnen inschatten hoe een business in elkaar steekt, anders kan het management je alles wijsmaken', weet forensisch auditor Geert Van Hemelryck. Een revisor kan ook misleid worden, zoals het geval was bij Ahold. In die fraudezaak is een zogenaamde 'side letter' opgedoken, waarin het tegenovergestelde stond van wat het management aan de bedrijfsrevisor had verteld. 'Als je op grote schaal wordt voorgelogen en als iedereen in het bedrijf elkaar afschermt, zal je met een doorgedreven controle van de boekhouding niet ver komen', beaamt Berger. 'Zekerheid kan een revisor nooit geven. Dat zou betekenen dat hij elke transactie moet controleren en elk contract moet uitspitten. Eigenlijk moet hij dan zelf de bedrijfsvoering doen, wat onmogelijk is.'

Waarheidsserum

Als het wel mogelijk was om alle fraude op te sporen, zou het te duur zijn. Frank Staelens, forensisch auditor bij Deloitte: 'Er bestaan zeer efficiënte technieken om fraudesystemen bloot te leggen. Maar bedrijven en aandeelhouders zijn niet altijd bereid de bijkomende kosten van deze risicoanalyses te dragen.'

De bedrijfsrevisor is in de praktijk dus afhankelijk van de goede trouw van het management. 'Jaarrekeningen zijn te vertrouwen in zoverre het managment te vertrouwen is', resumeert Staelens. Berger geeft bedrijfsrevisoren de raad bij twijfel klanten te weigeren. 'Je kan de mensen geen waarheidsserum inspuiten. Vanaf het ogenblik ik de indruk krijg dat een klant niet eerlijk is, gooi ik hem buiten.'

Volgens Van Hemelryck staat het vast dat bedrijfsrevisoren een belangrijke preventieve rol spelen: 'Het gebeurt geregeld dat revisoren stuiten op boekhoudoperaties die onwettig zijn en dat bedrijven onder dreiging van een afkeurende verklaring hun intenties opbergen en de operatie op een reguliere manier verwerken.'

Fraude begint wel vaker met goedbedoelde boekhoudtechnieken. 'Alle managers hebben de intrinsieke behoefte hun bedrijf beter voor te stellen dan het is', zegt Christof Beuselinck, docent accounting aan de universiteit van Tilburg. 'Ik moet het eerste bedrijf nog tegenkomen dat geen boekhoudkundige trucs gebruikt.' Op zich is daar niets mis mee. Nergens in de wet staat dat je de regels niet soepel mag toepassen, bijvoorbeeld om de omzet groter, en de winst en schulden kleiner te laten lijken.

Volgens de onderzoeker sturen de meeste bedrijven de boekhouding in functie van drie doelstellingen. 'Ofwel rapporteert een bedrijf in functie van de kapitaalmarkt met als doel een zo fleurig mogelijk beeld voor te spiegelen aan potentiële kapitaalverschaffers. Ofwel wordt de boekhouding opgesteld in functie van de schulden. Een derde - vaak onderschatte - drijfveer is het sociaal beleid van de onderneming. Bij internationale groepen zie je vaak dat de boekhouding zo wordt gestuurd dat bepaalde filialen jaren aan een stuk verlieslatend lijken. De winsten verhuizen naar elders, met als doel de vakbonden hun argumenten te ontnemen.'

Sommige bedrijfsleiders worden te creatief en komen in een straatje zonder einde. Over de vraag wanneer creatief boekhouden ophoudt en fraude begint, kunnen boeken volgepend worden. De meeste specialisten spreken van jaarrekeningenfraude als systematisch een verkeerde voorstelling van de werkelijkheid gegeven wordt. 'Doorgaans zijn het niet de cijfers die de doorslag geven, maar de communicatie erover, waaruit blijkt dat sommige mensen goed weten dat ze fout bezig zijn', zegt De Bie.

Momentopname

Toch moeten beleggers niet al te ongerust zijn. De meeste specialisten zijn het erover eens dat de kans op een tweede LHSP-schandaal steeds kleiner wordt. 'Het is te vroeg om te zeggen dat een grote fraude in een beursgenoteerde onderneming zich niet meer kan voordoen. Maar de regels worden steeds strenger en de controles diepgaander. Fraudeurs krijgen het alsmaar moeilijker en moeten op zoek naar steeds complexere technieken', zegt Staelens. Bart De Bie: 'Fraude is er genoeg. Maar grootscheepse fraudezaken, waarbij duizenden beleggers hun oordeel hebben gevormd op basis van een grotendeels fictieve boekhouding, zie ik niet zo snel opnieuw gebeuren.'

De specialisten waarschuwen wel voor een blind vertrouwen in jaarrekeningen. 'De eerste les in boekhouding luidt dat een jaarrekening een momentopname is. Een belegger mag zijn beslissing niet alleen daarop baseren', zegt De Bie. 'Beleggers moeten leren de taal van de revisor te ontcijferen', voegt Staelens toe: 'Als een bedrijfsrevisor een toelichting formuleert, is elk woord gewikt en gewogen. Enerzijds wil hij belanghebbenden iets signaleren, anderzijds moet hij dat doen zonder de vennootschap onverantwoorde schade te berokkenen. Beleggers doen er goed aan zich om te scholen, zodat ze de signalen die kunnen wijzen op fraude leren herkennen.'

Ten slotte waarschuwt De Bie voor hebzucht: 'Dezelfde beleggers die destijds als eerste in de rij stonden om een graantje mee te pikken van de ongelofelijke groeicijfers van LHSP, klagen nu dat de bedrijfsrevisor had moeten weten dat de cijfers niet konden kloppen. Fraude hoort voor een stuk bij het risico van spelen op de beurs. Er zijn geen garanties en wie daar niet mee leven kan, kan maar beter in staatsobligaties investeren.'

Gwen Declerck

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud