Leeftijd helpt vooral mannelijke werknemers aan hoger loon

De directie statistiek van de federale overheidsdienst Economie (het vroegere NIS) heeft een analyse gemaakt van de factoren die de loonvorming bepalen. Het onderzoek slaat enkel op voltijdse werknemers uit privébedrijven met minstens tien werknemers. De referentieperiode is oktober 2005.

In nogal wat bedrijven en sectoren zijn de loonbarema's nog aan de leeftijd gekoppeld. Dat systeem moet de komende jaren wel verdwijnen, omdat Europa discriminatie op basis van leeftijd verbiedt. De aanhangers van die leeftijdskoppeling verdedigen ze vaak met het argument dat ze vooral vrouwen een duwtje in de rug geeft. Met hun vaak onderbroken loopbanen profiteren die minder van aan de anciënniteit gekoppelde barema's, luidt het. Die mogen van Europa wel blijven bestaan.

Maar uit de harde cijfers blijkt dat mannen veel meer dan vrouwen hun loon zien stijgen naarmate de jaren verstrijken. Vooral voor 50-plussers is het verschil frappant. Terwijl de mannelijke lonen versneld stijgen, beginnen die van de vrouwen opnieuw te dalen.

Anciënniteit in een bedrijf heeft voor beide geslachten ongeveer hetzelfde effect. Toch blijkt aan het einde van de loopbaan de kloof tussen mannen en vrouwen nog iets groter te zijn dan aan het begin.

Petrochemie

Voor de rest bevat het onderzoek weinig verrassingen. Wie een goedbetaalde job wil, solliciteert het best in de petrochemie, de nutsbedrijven, de luchtvaart of de financiële sectoren. De horeca, de detailhandel en de sectoren hout, kleding en textiel betalen het minst. Met 1.831 euro bedraagt het gemiddelde maandloon in de slechts betalende sector (de horeca) nog niet de helft van de 4.192 euro die de modale werknemer in de petrochemie verdient.

Grote bedrijven betalen nog altijd beter dan kleine. Het loon in een bedrijf met meer dan 1.000 werknemers ligt gemiddeld 37 procent hoger dan dat in een bedrijf met tien tot negentien werknemers. Dat komt deels doordat lagergeschoolden in die kleinere bedrijven oververtegenwoordigd zijn. Het opleidingsniveau is nog altijd bijzonder bepalend voor het loon. Wel valt op dat mensen met een diploma technisch of beroepssecundair onderwijs nog iets meer verdienen dan afgestudeerden van het algemeen secundair onderwijs.

Carrière maken blijft natuurlijk de meest directe weg naar een hoger loon. Een bedrijfsleider van een (middel)groot bedrijf verdient gemiddeld 5.391 euro per maand. Dat is het dubbele van de 2.703 euro waarmee de gemiddelde Belgische werknemer moet rondkomen.

Diegenen bij wie het carrière maken niet echt wil lukken, kunnen nog altijd werk gaan zoeken in het Brussels Gewest. Daar ligt het gemiddelde loon een stuk hoger dan in de rest van het land. Dat heeft natuurlijk te maken met het grote aantal hoger opgeleide kaderleden dat daar actief is.

IB

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud