Levensverzekeringspolis holt wettelijk erfrecht uit

België heet een land te zijn waar men zijn kinderen niet kan onterven. Kinderen zijn zogenaamde reservataire erfgenamen die steeds recht hebben op hun reservatair erfdeel. Of dat een goede dan wel een slechte zaak is, laten we hier in het midden, maar het gegeven op zich is in grote lijnen wel correct. België heeft ook de reputatie een land te zijn waar in elke wetgeving nogal wat achterpoortjes zijn, en dat is hier niet anders. De erfrechtelijke bescherming van kinderen is inderdaad niet absoluut. Hun reserve kan aanzienlijk uitgehold worden via een levensverzekeringscontract.

Indien u kinderen heeft, beschikt u slechts over een beperkte marge om uw vermogen naar eigen goeddunken te bestemmen. U kan met uw vermogen met andere woorden niet zomaar doen wat u wil. Uiteraard zal niemand, ook de wet niet, u tegenhouden wanneer u een dure auto wenst te kopen, of een luxecruise wil boeken. Maar zodra u bepaalde personen via schenking of testament zou willen bevoordelen, wordt het delicaat.

Elk kind heeft immers recht op een bepaald abstract deel van uw vermogen. Dat is zijn 'reserve'. De marge waarover u beschikt, en dus het deel van uw vermogen waarvoor u niet gebonden bent, noemt men in het juridische jargon het 'beschikbaar deel'. U kan met dit beschikbaar deel echt doen wat u wil: afstaan aan een VZW die u nauw aan het hart ligt, een van uw kinderen bevoordelen boven de andere, enzovoort.

Hoe groot de reserve en het beschikbare deel concreet zijn, hangt af van het aantal kinderen:

- heeft u één kind, dan heeft dit recht op de helft van uw vermogen; de andere helft is 'beschikbaar';

- zijn er twee kinderen, dan is het beschikbaar deel gelijk aan één derde; ook de reserve van elk kind is gelijk aan één derde;

- het beschikbaar deel is gelijk aan één vierde zodra er drie of meer kinderen zijn; elk kind heeft dan minstens recht op een gelijk breukdeel van drie vierden. Dit kan ingewikkeld lijken, maar dat is het in feite niet echt. Heeft u bijvoorbeeld vijf kinderen, dan heeft elk kind recht op 3/20, het beschikbaar deel bedraagt één vierde, of 5/20.

Ingewikkeld wordt het wel zodra u de reserves en het beschikbaar deel concreet wil berekenen. Daarvoor komen we terecht bij het wat wereldvreemde begrip 'fictieve massa'.

Het principe werkt als volgt: u vertrekt van de goederen die aanwezig zijn bij het overlijden. Daar voegt u dan, fictief, de bij leven gedane schenkingen bij, aan hun waarde op datum van het overlijden, maar in hun staat ten tijde van de schenking. Van de som van beide trekt u de schulden af. Het resultaat vormt de fictieve massa. Op basis van deze fictieve massa worden de reserve en het beschikbaar deel berekend.

Een voorbeeld. Meneer Devos heeft twee zonen en een dochter. Bij zijn overlijden laat hij 520.000 euro na. Hij heeft nog ten belope van 20.000 euro schulden. Mijnheer Devos heeft ooit aan een neef een schenking gedaan van liquiditeiten voor een bedrag van 60.000 euro. Hij heeft ook een testament opgemaakt waarin hij 110.000 euro legateert aan diezelfde neef.

Bij overlijden wordt de fictieve massa samengesteld : 520.000 euro (bestaande goederen) + 60.000 euro (schenkingen) - 20.000 euro (schulden) = 560.000 euro. Elk van de kinderen heeft recht op zijn reserve, 140.000 euro, het beschikbaar deel bedraagt eveneens 140.000 euro.

Meteen valt op dat de reserve van de kinderen aangetast wordt door het testament ten voordele van de neef: wanneer dit volledig zou worden uitgevoerd worden, dan blijft er nog 390.000 euro te verdelen onder de drie kinderen, zijnde 130.000 euro per kind. De kinderen kunnen deze aantasting van hun reserve aanvechten: zij kunnen 'inkorting' vorderen, en dus hun volledige reserve opeisen. Het testament ten voordele van de neef zal dan nog slechts ten belope van 80.000 euro uitwerking hebben. De wens van meneer Devos wordt dus niet integraal uitgevoerd.

Merk overigens op dat het resultaat identiek zou zijn geweest indien meneer Devos tijdens zijn leven 90.000 euro zou hebben geschonken aan zijn dochter, niet om haar te bevoordelen tegenover haar twee broers, maar gewoon om haar te helpen bij de aankoop van een bouwgrond. Bij de samenstelling van de fictieve massa en de erop volgende verdeling van de nalatenschap moet zij deze 90.000 euro dan 'inbrengen'. In plaats van 140.000 euro zal zij dan nog slechts 50.000 euro ontvangen.

Hoewel de reserve van de kinderen in principe onaantastbaar is, is zij in werkelijkheid minder solide dan het lijkt. Dat komt bijvoorbeeld omdat de verzekeringswetgeving bepaalt dat premies die een overleden verzekeringnemer betaald heeft in het kader van een levensverzekering, niet aan inkorting onderworpen zijn. Er moet met andere woorden geen rekening mee gehouden worden bij de samenstelling van de fictieve massa.

Voor de klassieke levensverzekeringen, de tak 21-polissen, is dat in elk geval zo. Voor de meer moderne vormen van levensverzekeringen, met name deze gekoppeld aan beleggingsfondsen, de tak 23-polissen, is toch enige omzichtigheid geboden, omdat niet steeds even duidelijk is of het om een echte verzekering gaat, dan wel om een spaarformule.

Komen we dan terug bij meneer Devos, en zijn wens om 170.000 euro te laten toekomen aan zijn neef. Via testament, zo hebben we gezien, lukte het niet: de neef zou 30.000 euro moeten inkorten. Zou het dan misschien wel lukken met een levensverzekering?

In plaats van een testament op te maken, heeft meneer Devos, in de loop van de jaren vóór zijn overlijden, een bedrag van in totaal 80.000 euro gestort als premies in het kader van een levensverzekering, op grond waarvan bij zijn overlijden 110.000 euro uitbetaald wordt aan zijn neef.

Bij overlijden van meneer Devos is van een testament ten voordele van de neef uiteraard geen sprake meer: dit is door de polis overbodig geworden. Opnieuw wordt de fictieve massa samengesteld. Deze bedraagt nu: 440.000 euro (bestaande goederen) + 60.000 euro (schenkingen) - 20.000 euro (schulden) = 480.000 euro. Het beschikbaar deel bedraagt 120.000 euro, net als de reserve van elk kind.

De neef kan zijn schenking van destijds (60.000 euro) gerust behouden: zij bedraagt amper de helft van het beschikbaar deel. En ook het bedrag van de levensverzekering (110.000 euro) zal hem integraal uitgekeerd worden. Bovendien worden de reserves van de kinderen gerespecteerd: zij verdelen onder elkaar 420.000 euro, ruimschoots voldoende om hun reserve van 120.000 euro elk op te vullen. Opdracht volbracht dus, voor meneer Devos_

Het valt op dat, in deze hypothese, het bedrag van de fictieve massa een stuk lager uitvalt. De reserve van de kinderen zakt evenredig. Dat komt omdat de gestorte premies het vermogen van meneer Devos verlaten hebben - waardoor het bij zijn overlijden aanwezige vermogen kleiner geworden is -, zonder dat daar een toename van de gedane schenkingen tegenover staat. De betaalde premies zijn immers niet aan inkorting onderworpen, zodat zij niet bij de schenkingen moeten worden gevoegd.

Toch moet u ergens redelijk blijven. De opportuniteit die de verzekeringswetgeving biedt, is geen vrijbrief voor een ongebreideld misbruik. De wet bepaalt trouwens zelf de (vage) grens tussen wat kan en wat niet kan: premies zijn slechts vrijgesteld van inbreng en inkorting op voorwaarde dat ze niet kennelijk buiten verhouding staan tot de vermogenstoestand van de verzekeringsnemer.

Maar zelfs dan valt de sanctie nog mee: indien zou worden aangetoond dat de premies inderdaad overdreven waren, moet enkel rekening gehouden worden met het deel van de premies dat de mogelijkheden van de verzekeringnemer te boven ging (met als maximum het bedrag van het uitgekeerde kapitaal). Enkel dat deel zal de regels van inbreng en inkorting ondergaan. Met andere woorden, wie zich ver wil wagen, heeft al bij al relatief weinig te verliezen.

De auteur is vennoot bij Moreau & Blomme Estate Consultants

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud