Meer weten over studiebeurzen

Wie studerende kinderen heeft, weet dat die handenvol geld kost. En daarbij kunnen de meeste ouders best een steuntje gebruiken. Een studietoelage kan dan een oplossing zijn. Maar hoe zit dat in elkaar ?

Kan ik een studietoelage krijgen ? Hoeveel zal die bedragen ? Welke inkomsten zijn daarbij van belang ? _ Allemaal vragen die heel wat ouders van studerende kinderen zich stellen. Het antwoord erop is echter niet zo eenduidig te geven. De berekening van de studietoelagen is immers vrij ingewikkeld en afhankelijk van heel wat parameters. Voor meer informatie wendt u zich dan ook best meteen tot het Departement Onderwijs van de Vlaamse regering, afdeling studietoelagen. Deze dienst is tijdens de kantooruren te bereiken op het nummer 0800/30201. Daar kan u ook de brochure aanvragen waarin u alle nodige informatie kan vinden en waarmee u zelf kan berekenen op welke studietoelage u recht heeft.

Voor de studiebeurzen voor het hoger onderwijs geldt vanaf het academiejaar 2001-2002 een nieuwe regeling. Die regeling probeert komaf te maken met een aantal mankementen die in het systeem zaten. Eerst en vooral werd gepoogd de kloof te dichten die bestond tussen de werkelijke studiekosten en de studiebeurzen. Terwijl de werkelijke kostprijs van een jaar hoger onderwijs voor een kotstudent ongeveer 3.750 euro bedraagt, bedroeg een studiebeurs voor een kotstudent in het oude systeem maximaal 2.625 euro. Een stuk van dat verschil wordt weggewerkt in het nieuwe stelsel door de beurzen met ongeveer 5 procent op te trekken.

Een andere belangrijke nieuwigheid is de zogenaamde jokerbeurs. Wie vroeger een jaar moest overdoen, kon voor dat bisjaar geen beurs krijgen. Nu kan die zijn joker inzetten en toch nog een beurs krijgen. Elke student heeft echter slechts één joker. Een jaar bissen kan dus zonder verlies van de studiebeurs, maar een tweede jaar niet meer.

Verder is men ook afgestapt van het principe dat de toekenning van de beurs verbond aan het inkomensniveau van twee jaar voordien. Wie wil, mag nu een beurs aanvragen op basis van zijn inkomen van het lopende jaar. Tenslotte werd ook beslist de uitkeringen te koppelen aan de gezondheidsindex. Al deze maatregelen zijn bedoeld om het hoger onderwijs verder te democratiseren.

Ook wanneer u niet zeker in aanmerking komt voor een studiebeurs doet u er goed aan toch een beurs aan te vragen. Hogeschool- en universiteitsstudenten die een beurs aanvragen moeten bij de aanvang van het academiejaar immers slechts het verlaagde inschrijvingsgeld voor beursstudenten betalen. Komt u effectief in aanmerking voor een beurs, dan blijft het daarbij en hoeft u niets meer bij te betalen. Wordt uw aanvraag afgewezen, dan moet u het saldo pas in januari betalen. Op die manier kan u het inschrijvingsgeld in twee stukken betalen.

Naast de klassieke studietoelagen zijn er ook nog andere, minder bekende beurzen, uitgereikt door de provincie of door particuliere instellingen. Deze beurzen worden meestal voorbehouden voor begaafde maar minder begoede studenten. De sociale diensten van de hogescholen en universiteiten kunnen hierover meer informatie geven. Deze diensten bieden soms ook aanvullende vormen van financiële ondersteuning. Zo kan u hier soms voorschotten krijgen op een studiebeurs en kan u er eventueel een extra studietoelage bekomen. Uiteraard is dergelijke steun enkel voorbehouden voor studenten in speciale situaties en worden de aanvragen grondig onderzocht. Elke universiteit heeft zo zijn eigen systemen, gaande van extra studietoelagen, die niet terugbetaald moeten worden, tot renteloze en omzetbare studieleningen, die na afloop van de studie in principe wél terugbetaald moeten worden.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud