Nieuwe EU-lidstaten schakelen best niet te snel op euro over

De nieuwe EU-lidstaten uit Oost-Europa schakelen best niet te snel over op de euro. Dat stelt de studiedienst van de KBC, een bank met een rijke ervaring in het oosten van Europa.

(tijd) Eerst moeten de nieuwe lidstaten voldoende dicht naderen tot het economische niveau van de oude lidstaten.

De KBC vergelijkt in haar jaarlijkse studie over Oost-Europa de prestaties van diverse lidstaten. Het opvallendste bij de nieuwe lidstaten is de hoge economische groei die ze realiseren. Die groei ligt al jaren boven het niveau in de oude lidstaten, en dus ligt ook de inflatie meestal een stuk boven die in de oude lidstaten. Het renteniveau van de ECB is echter bepaald door de inflatie in de oude lidstaten. 'Dat leidt dikwijls tot negatieve reële rentes, wat goed is voor de economische groei, maar op termijn tot problemen leidt', stelt Piet Lammens van KBC. Hij verwijst naar de groei die Spanje de voorbije jaren liet optekenen, maar die gepaard gaat met verlies aan competitiviteit.

De KBC stelt vast dat de politici in de meeste nieuwe lidstaten niet meer zo snel willen omschakelen op de euro en geeft ze geen ongelijk. Het is best even te wachten tot de welvaart in de betrokken landen in de buurt van het EU-gemiddelde komt. Intussen kunnen ze ongehinderd groeien.

De KBC-studie stelt voorts dat het oude Europa niet moet rekenen op het nieuwe Europa om haar vergrijzingsprobleem op te lossen. Ten eerste zou dat een massale migratie noodzakelijk maken, ten tweede vergrijst ook het nieuwe Europa. Uit de studie blijkt dat enkel uit Roemenië, Bulgarije en Polen nog migranten vertrekken. In Hongarije en Slovenië bijvoorbeeld is al een terugkeer te merken.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect

Gesponsorde berichten

n