Studiebeurzen hoger onderwijs worden lichtjes opgetrokken

(tijd) - De studiebeurzen in het hoger onderwijs worden lichtjes opgetrokken. Een beursgerechtigde niet-kotstudent krijgt volgend academiejaar 1.842 euro, een beursgerechtigde kotstudent kan rekenen op 3.069 euro. Dat staat in het ontwerpdecreet over de studiefinanciering dat de Vlaamse regering gisteren goedkeurde.

Het ontwerpdecreet past het studiebeursstelsel aan de invoering van de bachelor-mastertrajecten en de versoepeling van de studietrajecten aan. De studietoelage, die gekoppeld is aan een studiejaar, wordt vervangen door een studiefinancieringskrediet, dat gekoppeld is aan studiepunten. Een academiejaar telt 60 studiepunten.

Een belangrijke nieuwigheid is dat de hiërarchie in studieniveaus wordt afgeschaft. Een beurgerechtigde verliest zijn beurs niet meer als hij bijvoorbeeld na een masteropleiding ook nog een bacheloropleiding aan een hogeschool wil volgen.

Een studiefinancieringskrediet bevat twee bachelorkredieten, een masterkrediet, een jokerkrediet en bijkomende kredieten voor het volgen van een voorbereidingsprogramma, een schakelprogramma en een lerarenopleiding als vervolgopleiding. Het jokerkrediet wordt maar eenmaal toegekend, geldt tijdens de hele studieduur en omvat 60 studiepunten.

Aan het studiefinancieringskrediet is geen leeftijdsgrens gekoppeld. Zolang het krediet niet uitgeput is, kan een beursgerechtigde student het blijven opnemen.

De student kan zijn studiefinancieringskrediet meenemen naar het buitenland. Volgens de nieuwe regelgeving kunnen studenten hun beurs ook aanvragen gedurende het hele academiejaar.

De beurzen gaan eveneens de hoogte in: van 1.783 naar 1.842 euro voor een niet-kotstudent, van 2.886 tot 3.069 euro voor een kotstudent.

Daarmee wordt respectievelijk 97 en 85,5 procent van de werkelijke studiekosten gedekt, zei minister Vanderpoorten. Voor die werkelijke studiekosten baseerde de minister zich op cijfers van het Hoger Instituut voor de Arbeid.

Om alle mindergegoede studenten te bereiken, gaat het ontwerpdecreet uit van verschillende categorieën van 'leefeenheden'. Het beurzensysteem wordt eveneens sociaal rechtvaardiger gemaakt. De minimum- en maximuminkomensgrenzen voor de toekenning van de beurs gaan lichtjes de hoogte in. Ter compensatie worden de fiscale aftrekken voor levensverzekeringen en kapitaalaflossingen niet meer in de berekening opgenomen. Het kadastraal inkomen van de woning waarin de student woont, wordt niet meer in rekening gebracht. De overheid houdt alleen nog rekening met het kadastraal inkomen 'vreemd gebruik', en dat wordt dubbel geteld in de formule om het inkomen te berekenen.

Het nieuwe stelsel kost de overheid jaarlijks 15 miljoen euro meer. Geld dat de minister vond door in haar budget verschuivingen door te voeren. 'Zo is het niet meer mogelijk om een jokerkrediet voor een aanvullende masteropleiding op te nemen. Het leek ons belangrijker om de studiebeurzen voor te behouden voor de basisopleidingen', zei Vanderpoorten.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud