Advertentie
Advertentie

Tarieven van 6% en 9%

(tijd) - Het tarief van de eenmalige bevrijdende aangifte is in principe 9 procent. Dat tarief wordt verlaagd tot 6 procent als het nettobedrag (bruto min verschuldigde eenmalige bijdrage) wordt geïnvesteerd of geherinvesteerd voor een minimumperiode van drie jaar. De aard en modaliteiten van die beleggingen moeten nog worden bepaald.

Het toepassingsveld van deze beleggingen zal ruim zijn. Ook gebouwen zullen in aanmerking komen. De investering moet niet noodzakelijk in België gebeuren. Het mag in elke lidstaat van de Europese Unie.

Deze tarieven mogen als hoog worden bestempeld, te meer omdat geen onderscheid gemaakt wordt tussen grijs en zwart geld. De belastingplichtige die zijn zwart geld verdiende vanaf 1998 tot 2001, zal een gat in de lucht springen. Zelfs als hij of zij 9 procent moet betalen. Maar hoe meer het geld dateert van vóór 1998, hoe duurder de operatie wordt. Een belastingplichtige kiest in zo'n geval beter voor de 'normale' regeling: het betalen van de ontdoken roerende voorheffing. Zelfs met een boete van 50 procent (boete bij eerste overtreding met het opzet de belasting te ontduiken conform art. 225 e.v. K.B. W.I.B. 1992). Dat zal stukken goedkoper zijn.

Als u de eenmalige bevrijdende bijdrage hebt betaald, zal de kredietinstelling of beursvennootschap u als bewijs van aangifte en betaling een nominatief en genummerd attest geven. Dat bewijsmiddel kan u dan als joker gebruiken voor de hoven en rechtbanken, voor administratieve rechtscolleges, evenals tegenover elke openbare dienst en parastatale instelling. De bemiddelaars moeten een lijst van de afgeleverde attesten geven aan de Cel voor Financiële Informatieverwerking (CFI). De controlerende overheidsdienst kan dan aan de CFI vragen of het voorgelegde attest echt is. Dat het niet nagemaakt of verhandeld is tussen belastingplichtigen. Maar de CFI zal nooit lijsten aan de fiscus afleveren. Enkel als een fiscus een attest voorlegt, kan die fiscus aan de CFI vragen of dat 'echt' is.

In de praktijk zal het er dus als volgt aan toegaan. Stel dat de fiscus in 2004 uw dossier onderzoekt omdat hij aanwijzingen heeft dat u gedurende 1999 tot 2001 de belastingen heeft ontdoken. Met een geldig attest kunt u het onderzoek niet tegenhouden. De fiscus moet zijn onderzoek kunnen doen. Op het einde van zo'n onderzoek maakt de fiscus vaak een bericht van wijziging van aangifte of een kennisgeving van aanslag van ambtswege. Dat leidt dan tot een (bijkomende) belastingaanslag. Op om het even welk ogenblik in de procedure kunt u uw attest bovenhalen. Dat zal dan fungeren als joker. In zoverre uiteraard het bedrag dat de fiscus extra wou belasten gelijk of kleiner is dan het bedrag dat voorkomt op het attest. Is het groter, dan moet u de belasting toch nog betalen op het verschil.

De auteur is accountant, docent Hogeschool Gent en gastprofessor aan de Universiteit Gent.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud