Tien verbazende beelden in de kristallen beursbol van het jaar

-- (tijd) - Benieuwd wat het financieel-economische jaar 2007 zal brengen? Dit artikel zal uw nieuwsgierigheid ruimschoots bevredigen: we geven nu al de meest verrassende gebeurtenissen van volgend jaar weg. Zoals over de Bel20 die door 5.000 punten breekt, maar nadien fors terugvalt. Of over de Europese langetermijnrente die tot minder dan 3 procent zakt. Voorts gaat goud fors stijgen, de dollar fors dalen, Nasdaq naast de Londense beurs vissen en Philips in handen van durfkapitalisten vallen. En van Google zouden we afblijven.

De hoofdeconoom van Petercam en de chef Geld & Beleggen van De Tijd stoften hun kristallen bol af, tuurden in de toekomst en zagen er tien verrassende gebeurtenissen voor 2007 in. Zoals gewoonlijk in deze jaarlijkse denkoefeningen, zijn de voorspellingen nogal controversieel: ze worden niet gedeeld door de meerderheid van de financiële experts. Het valt evenmin te verwachten dat al de profetieën zullen plaatsvinden. Daarvoor is een kristallen bol net iets te onnauwkeurig.

Maar, voor wat het waard is, hier gaan we.

1. Bel20 doorbreekt kaap

van 5.000 punten

We beginnen met het goede nieuws: er zullen weer beursrecords sneuvelen in 2007. De dorst naar aandelen stijgt nog flink en krijgt hier en daar ronduit euforische trekjes. De Dow Jones en de Bel20 breken meer dan tien keer hun slotrecord. De Belgische beursgraadmeter haalt de grens van 5.000 punten, minder een jaar nadat hij in september 2006 voor het eerst boven de 4.000 was, uitgepiept.

Voor de populaire Europese beursindexen, zoals AEX en Euro Stoxx50, zitten er geen records in. Ze naderen hun toppen van begin 2000 enigszins, maar een zware beurscrisis doorkruist de eerste recordwensen die her en der opduiken. Nasdaq haalt zijn spectaculair record van 2000 evenmin (logisch: dat is nog ruim 100 procent boven het huidige peil), ook al is de index van de Amerikaanse schermenbeurs een van de beste presteerders van het jaar.

2. Beurscrisis zendt Bel20

tot onder 4.000

Een gedurfde voorspelling, vinden we zelf: de Bel20 gaat eerst minstens 15 procent hoger tot 5.000 punten, en dondert vanaf daar ruim 20 procent lager tot minder dan 4.000 punten.

Op dat ijle 5.000-niveau worden vrees en teleurstellingen erg uitvergroot. Een onverwacht opduikend inflatiespook, een crisis in Azië, een grondstoffencrash, een te snel afbrokkelende dollar, een wankelende financiële reus,... Wat juist de uitlokker zal zijn kunnen we in onze kristallen bol niet lezen. Maar de gevolgen zien we wel: een plots wantrouwen resulterend in een tijdelijke kredietschaarste en winstnemingen op de beurs. Euforie en zelfgenoegzaamheid slaan om in paniek. De mooie beurswinsten van begin 2007 slaan om in verliezen. Enige troost: tijdens de beursstorm lukken de Rode Duivels nog eens een verkwikkende overwinning, tegen Portugal of Finland.

Voor de niet-voetballiefhebber is de crisis pijnlijk en relatief langdurig. Naar het jaareinde toe keert de rust terug. De Bel20 eindigt het jaar in de buurt van zijn beginpeil, na een danig hobbelige rit.

3. Europese lange rente zakt

tot beneden 3 procent

Zowat alle analisten en strategen zijn negatief over de vooruitzichten voor obligaties. 'De rente staat laag en kan alleen maar stijgen', luidt het. De Europese Centrale Bank (ECB) doet haar duit in het zakje door nog een tijdlang renteverhogingen aan te kondigen. Maar de inflatie daalt al een tijdje in euroland, en is niet echt een probleem. Behalve de tijdelijke inflatieopstoot in Duitsland (btw-verhoging) en België (verpakkings- taks), valt het allemaal mee.

En omdat de euro sterk blijft en er geen nieuwe oliepiek komt, zakt de inflatie even onder de 1 procent in euroland, genoeg om de term 'deflatie' opnieuw uit de kast te halen. Vooral in het tweede halfjaar zakt de langetermijnrente daarop alsmaar dieper. Hij bereikt een record van minder dan 3 procent.

4. De Chinese yuan apprecieert fors

Na een eerste aanpassing in juli 2005, wordt het wisselkoersregime van de Chinese munt opnieuw bijgesteld. Het herhaaldelijk aandringen van onder meer Fed-voorzitter Ben Bernanke en Amerikaanse regeringsleiders leidt tot een sterke appreciatie van de yuan - ook wel renminbi genoemd - tot een verhouding van 7 per dollar. De Chinese regering is hiermee niet opgezet. Niet zozeer omdat het de Chinese producten voor de Amerikaanse consument duurder zal maken (de Chinese productiekosten zijn een verwaarloosbare fractie van de verkoopprijs), maar omdat de dalende dollar de dollarreserves van de Chinese centrale bank ondermijnt.

5. Euro stijgt tot 1,45 dollar

Een vervelend neveneffect van de yuan-appreciatie is dat de Amerikaanse dollar op alle markten verder onder druk komt, en dat de Amerikaanse centrale bank moeilijker de rente kan verlagen om de vertragende economie uit het slop te helpen.

Vandaag liggen de markten niet echt wakker van de dreiging van een verdere dollardaling. Dat verandert in de loop van 2007, als de euro zijn record van eind 2004 breekt: 1,3666 dollar. Notabelen beginnen opnieuw alarmklokken te luiden over de globale onevenwichten: 'Hoe lang zijn de buitenlanders nog bereid het gigantische Amerikaanse tekort te financieren?' Daarop volgt een minidollarcrisis die de euro tot ver voorbij de kaap van 1,40 dollar brengt.

6. Italië zakt dieper in het politiek-economische moeras

De regering Prodi slaagt er niet in de begroting op het juiste spoor te brengen. De begroting van 2006 toont niet een verwacht tekort van 4,8 procent van het bbp, maar van bijna 6 procent. Ook dit jaar komt de ommekeer er niet. Het risico bestaat dat het tekort terugkeert naar het niveau van voor de euro-convergentie: 7 procent van het bbp.

Italië loopt ook economisch achter op de rest van Europa, met voor een zevende opeenvolgende jaar een groei van minder dan 2 procent. Omdat drastische maatregelen moeilijk zijn door de politieke versnippering in Italië, klinkt de roep luider om uit de euro te stappen. Aanvankelijk doet deze commotie de euro verzwakken, tot beleggers beseffen dat dit een goede zaak zou kunnen zijn voor de cohesie en de sterkte binnen de euro-groep. 2007 eindigt met het ontslag van de regering-Prodi. De euro komt versterkt uit deze crisis, omdat blijkt dat het systeem tegen een stootje kan..

7. Het goud klimt naar 800 dollar per ounce

De goudkevers moesten in 2006 wat op hun honger zitten. De goudprijs steeg in de eerste maanden weliswaar fors tot een piek van 742 dollar per ounce, maar na een vrije val van bijna 200 dollar kabbelde de goudprijs tot vandaag lusteloos verder in de buurt van 600 dollar.

2007 wordt heel wat beter. Niet alleen zal het hoogtepunt van 2006 sneuvelen, ook de kaap van 800 dollar moet eraan geloven. En wie weet: misschien gaat dit jaar een van de oudste financiële records voor de bijl: de in 1980 bereikte top van 850 dollar voor 31,1 gram goud?

Waarom denken we dat? Omdat het aanbod van goud niet fors zal stijgen, in tegenstelling tot de vraag: de miljoenen nieuwe rijken (vooral glitterminnende Aziaten) willen mooie juwelen; Aziatische centrale bankiers willen relatief wat minder dollars en wat meer goud in hun reserves; de tijdens de beurscrisis opgeschrikte beleggersmeute zal haar toevlucht zoeken tot het actief dat weer en wind doorstaat: goud.

8. Private equity neemt Koninklijke Philips over

De prooien van durfkapitalisten worden duurder en klimmen volgend jaar tot ver boven de 10 miljard euro. Na enkele spectaculaire deals wordt midden 2007 een grote operatie bekend. Verschillende fondsen willen de krachten bundelen om een onderneming met een beurswaarde van 50 miljard euro overnemen. De Financial Times meldt dat het gaat om een Nederlandse onderneming, waarop de AEX de grootste dagwinst van het jaar boekt. Daags nadien titelt een Nederlandse krant dat ABN AMRO de prooi is. Dat klopt niet. Na vele geruchten blijkt het uiteindelijk te gaan om Philips. De electronicareus is opgesplitst meer waard dan als conglomeraat.

Later zal blijken dat dit megadossier moeilijk te verteren valt voor de overnemers. De complexiteit is één ding, de vertragende conjunctuur werd ook onvoldoende meegerekend in de rekentabellen.

9. Londense beurs in de armen van NYSE Euronext

De beurzenconsolidatie kent in 2007 een verrassende ontknoping. Nasdaq slaagt er uiteindelijk niet in de London Stock Exchange (LSE) binnen te halen. Na een bitse strijd besluit de trotse Londense beurs zich te laten overnemen door NYSE Euronext, die ook al de beurzen van Milaan en Madrid inlijfde. Aldus wordt dan toch een pan-Europese aandelenmarkt geschapen, zei het zónder de Duitsers en mét een opdringerige Amerikaanse schoonmoeder.

Ook in de bankensector is het consolidatie troef. In België wordt het tien jaar eerder begraven idee van de 'Grote Belgische Bank' nog eens opgedolven. Een werkgroep van betrokken hooggeplaatsten onderzoekt de haalbaarheid van een huwelijk tussen KBC en Dexia, onthult deze krant in het najaar.

10. Google-koers tuimelt in een dag met 20 procent

De zoekrobot Google gaat in 2007 op zoek naar de stratosfeer. Na de overname van videowebsite YouTube koopt het internetbedrijf ook nog tal van andere kleinere 'community-sites'. Google neemt daarop WebMD (het vroegere Healtheon) over voor een half miljard dollar. Google verheugt zich in deze overname want het verwacht veel van de gezondheidssector, én WebMD was ooit nog een start-up uit de Microsoft-stal.

Helaas begint de last van de waardering en van de talrijke overnames te wegen. Tevens komen er nieuwe spelers die gaatjes prikken in de rendabiliteit. Het blijkt ook dat de internetgebruikers een even grote afkeer beginnen krijgen van het almachtige Google, zoals destijds van het almachtige Microsoft. Dat culmineert in een zwarte dinsdag, als Google ook moet bekennen dat de klikfraude veel groter is dan gedacht, en de inkomsten uit advertenties systematisch blijken overschat. De koers duikt met 20 procent op een dag, een klap van 30 miljard dollar.

Geert Pierre

NOELS HUYLENBROECK

Gesponsorde inhoud

Partner content