Huidige overnamegolf veel gezonder dan vorige

De overnamekoorts laait hoog op. Zakenkranten staan dagelijks bol van de fusieverhalen. De biedbedragen lopen vlot tot in de tientallen miljarden. Hoe lang nog?

(tijd) Marktwaarnemers wijzen erop dat die fusie-obsessie zal uitmonden in een forse beurscorrectie, net zoals in de late jaren 80 en eind de jaren 90. Dat valt nog te bezien. De huidige fusiegolf is namelijk een stuk gezonder dan die van bijvoorbeeld 1998-2000.

Over 2006 werden wereldwijd voor pakweg 3.000 miljard euro aan fusies en overnames (M&A) aangekondigd. Dat is een record. Het nieuws van de voorbije dagen doet uitschijnen dat ook 2007 een recordjaar wordt.

Moeten we ons zorgen maken? Academici toonden tot in den treure aan dat een top in de M&A-activiteit gepaard gaat met een aandelentop en dat een terugval naakt. De vorige M&A-boom van 1998-2000 is daar een vaak geciteerd voorbeeld van.

Deze keer is anders

Volgens Michael Mauboussin, de strateeg van Legg Mason Capital Management, is dat gevaar vandaag een stuk kleiner: 'Op de beurs is het altijd hachelijk te poneren 'deze keer is anders', maar ditmaal geloven we echt dat een gonzende M&A-activiteit nog een poos kan samengaan met gezonde beursreturns.'

Ook andere experts wijzen op grote verschillen tussen de periode 1998-2000 en de huidige periode 2006-2007. Het consultancybureau McKinsey onderzocht op twee manieren de toegevoegde waarde van ongeveer duizend overnamedeals over de periode 1997-2006. Ten eerste berekende McKinsey de waardecreatie van de overnames (als procent van de overnamewaarde en gezuiverd voor marktbewegingen). Over de hele periode bedraagt de gemiddelde waardecreatie 3,4 procent. Opvallend: in 2000 was dat een negatieve 5,9 procent; in 2006 een positieve 10,6 procent.

Ten tweede mat de consultant of de overnemer te veel betaalde aan de hand van diens koersevolutie achteraf. In 2000 daalde de koers van 73 procent van de jagers. In 2006 betaalde 56 procent van de overnemers een extra prijs in de vorm van een koersdaling. Dat is het laagste peil in tien jaar.

De fusies creëren vandaag dus blijkbaar meer waarde en zijn niet overdreven betaald, in tegenstelling tot in 2000. Bovendien suggereert een drietal andere factoren dat de fusievoorwaarden een stuk realistischer geworden zijn.

Ten eerste wordt in de huidige golf 2003-2007 de helft van de deals met cash betaald in plaats van met aandelen. In 1999-2000 was dat een kwart. De academici Matthew Rhodes-Kropf en Vish Wiswanathan toonden drie jaar geleden aan dat overnames betaald met eigen aandelen een typisch fenomeen zijn in overgewaardeerde markten en dat met cash betaalde overnames vooral voorkomen bij relatief lage koersen.

Voorts zijn de gemiddelde overnamepremies vandaag veeleer gering: de jager biedt nu ongeveer 20 procent meer dan de laatste slotkoers, tegenover pakweg 30 procent extra in de jaren 90.

Ten derde hebben de durfkapitalisten, de belangrijkste jagers van het moment, blijkbaar discipline bijgekweekt. George Roberts, een van de stichters van de private-equitygigant KKR, zei onlangs: 'Twintig jaar geleden bestond een gemiddeld bod voor 97 procent uit schulden en voor 3 procent uit aandelen. Vandaag is dat 67 procent schulden en 33 procent aandelen.' De financiële hefbomen zijn kleiner geworden, de daaraan verbonden risico's dus ook.

Als de M&A-golf in deze fase de indruk geeft gezonder te zijn dan de vorige, dan geldt dat allicht ook voor deze fase van de beurshausse.

Pierre Huylenbroeck

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect