Strovuur smeult achter de miljarden

De vier grootste oliemaatschappijen boekten vorig jaar samen 103 miljard dollar (80 miljard euro) winst. Dat is meer dan het bruto nationaal product van landen als Tsjechië, Roemenië of Nieuw-Zeeland en betekende opnieuw een recordjaar voor de olie-industrie. Achter die recordwinsten smeult echter een strovuur van hogere investeringskosten en dalende olieprijzen en productiehoeveelheden.

(tijd) Het was een recorddans die zijn weerga niet kende. De afgelopen drie weken publiceerden de grote olieconcern stuk voor stuk historische winsten. Het Franse Total was gisteren de laatste van de vier 'majors' en vormde daarop geen uitzondering.

Total is qua beurswaarde het vierde olieconcern ter wereld, achter het Amerikaanse ExxonMobil, het Brits-Nederlandse Shell en het Britse BP. Samen vormen ze de vier 'majors' van de olie-industrie.

De recordwinsten waren grotendeels te danken aan de olieprijzen die tot afgelopen zomer maar bleven stijgen, als gevolg van de stijgende vraag uit China en de politieke en militaire onrust in het Midden-Oosten. In augustus werd op het hoogtepunt 78 dollar voor een vat olie betaald. Dat had een gunstig effect op de raffinagemarges. De stijgende productie en de hogere marges veroorzaakten een vliegwieleffect, dat de winsten deed exploderen.

Toch is een herhaling van de recordjaren 2005 en 2006 niet snel te verwachten. Een eerste teken van afkoeling diende zich eind augustus al aan, toen de olieprijs begon te dalen. Dat was vooral het gevolg van de daling van de olieprijs, maar ook van de productie. Dat vertaalde zich direct in de winsten van de oliemaatschappijen, die in het vierde kwartaal stuk voor stuk terugvielen.

Daarbij komt dat alle oliemaatschappijen steeds meer investeren in de zoektocht naar en de exploitatie van olie- en gasvelden. Elk van de vier grote olieconcerns belooft dit jaar nog meer uit te trekken voor investeringen.

Voorts ondervinden de vier majors steeds meer tegenwerking in Rusland. Dat land beschikt over de grootste reserves aan fossiele brandstoffen, maar onder president Vladimir Poetin wordt een steeds meer nationalistische energiepolitiek bedreven, die niet-Russische oliemaatschappijen steeds harder tegenwerkt.

Shell merkte dat met zijn deelname in het olieveld in het Oost-Russische Sachalin en BP dreigt zijn licentie over een van de belangrijke gasvelden van het land kwijt te raken. Total had vorig jaar de grootste moeite nieuwe exploratievergunningen in Rusland te verkrijgen. Die ontwikkeling had al zijn weerslag op de jaarcijfers van 2006, maar werd grotendeels gecompenseerd door de prijsstijgingen.

Demagogie

En omdat de productiepiek van olie en gas steeds dichterbij komt, zoeken de oliemaatschappijen steeds actiever naar alternatieven. De nieuwe gedelegeerd bestuurder van Total, Christophe de Margerie, verbaasde vorige week al vriend en vijand door openlijk te suggereren dat Total wellicht in de kernenergie zal stappen. Gisteren nuanceerde hij die uitspraken, maar hield de optie nadrukkelijk open.

In Frankrijk leidde de recordwinst van Total direct tot een politieke polemiek. Met nog minder dan 70 dagen te gaan tot de Fransen een nieuwe president kiezen, is alles politiek en zeker miljardenwinsten van olieconcerns. De Franse consumentenorganisatie UFC-Que Choisir eiste dinsdag, nog voor de publicatie van de jaarresultaten van Total, dat de oliemaatschappijen de komende vijf jaar steeds een extra belasting van 1 miljard euro zouden moeten betalen om 'de consumenten te helpen hun afhankelijkheid van de olie-industrie te verminderen'.

Ook in het kamp van Ségolène Royal, de socialistische presidentskandidate, gaan geluiden op om de miljardenwinsten van de oliemaatschappijen af te romen en de opbrengst daarvan te investeren in het verbeteren van het openbaar vervoer.

De aftredende gedelegeerd bestuurder van Total, Thierry Desmarest, kon gisteren zijn ergernis over die oproepen niet verbergen. 'Dat is pure demagogie. Er is echt geen ander woord voor', foeterde Desmaret.

In Groot-Brittannië ligt de geadoreerde gedelegeerd bestuurder van BP, John Browne, onder vuur. Ongelukken en milieurampen hebben de glans van het Britse olieconcern gehaald en de cijfers verbleekt. Van de vier grote 'majors' presteerde BP vorig jaar duidelijk het minst. Browne, die de afgelopen jaren steevast tot beste manager van het land werd uitgeroepen, kondigde aan dat hij deze zomer vervroegd opstapt. Ontevreden aandeelhouders hebben ondertussen een proces tegen de gelauwerde topman aangespannen, waarbij ze het vooral voorzien hebben op de afscheidspremie van 140 miljoen dollar die Browne bij zijn vertrek krijgt.

BaK

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud