Verschillende investeringsstrategieën

Er bestaat niet alleen juridisch een onderscheid. Ook op het vlak van de gevolgde investeringsstrategie bestaan er grote verschillen tussen fondsen. Er zijn obligatiefondsen, aandelenfondsen, vastgoedfondsen, thesauriefondsen, fondsen die zich toeleggen op een bepaald land, een bepaalde sector, een bepaalde munt.

  • Aandelenfondsen beleggen overwegend (minimum 75%) in aandelen. Daarnaast wordt dikwijls een beperkte hoeveelheid opties, warrants, of converteerbare obligaties in portefeuille aangehouden.
  • Obligatiefondsen beleggen overwegend (minimum 75%) in vastrentende waarden, zoals obligaties en leningen met een looptijd van meer dan 3 jaar. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen obligatiefondsen zonder vaste looptijd en obligatiefondsen met een vaste looptijd. Een apart segment zijn de fondsen met middellange looptijd. Het bevat de fondsen die investeren in vastrentende effecten met een gemiddelde looptijd tussen één en drie jaar.
  • Monetaire fondsen beleggen overwegend in liquiditeiten en kortlopende effecten, zoals termijndepositos, schatkistcertificaten, obligaties met een korte looptijd, commercial paper en thesauriebewijzen. De gemiddelde looptijd is minder dan zes maanden.
  • Fondsen met kapitaalbescherming of klikfondsen: de prestatie is gekoppeld aan het resultaat van een beursindex of een andere index, met bescherming van de initiële investering (exclusief kosten). Deze fondsen hebben een vaste looptijd.
  • Gemengde fondsen beleggen zowel in aandelen, obligaties als liquiditeiten. Men maakt een onderscheid tussen agressieve gemengde fondsen (grotere proportie aandelen), defensieve fondsen (meer obligaties) en neutrale gemengde fondsen (evenwichtige verdeling tussen aandelen en obligaties)
  • Vastgoedfondsen (vastgoedbevaks) beleggen overwegend in vastgoed. Ook fondsen die uitsluitend beleggen in bijvoorbeeld vastgoedcertificaten vallen hieronder.
  • Dakfondsen (fondsen van fondsen) beleggen voornamelijk in andere fondsen.
  • Pensioenspaarfondsen: beleggers kunnen hiermee aan pensioensparen doen en krijgen van de fiscus een extra steuntje. Ze worden verdeeld door verschillende Belgische banken. Het steuntje blijft beperkt (en het zal zeker het probleem van de vergrijzing niet oplossen); toch blijkt dat heel veel Belgen op die mogelijkheid inspelen. Elke belastingplichtige tussen 18 en 64 jaar kan aan pensioensparen doen. Hij opent daartoe een rekening voor een duur van minimum tien jaar. Er moet in die periode minstens vijf keer (in evenveel jaren) een bedrag op de rekening gestort worden, en elke storting moet minstens vijf jaar worden aangehouden (behalve in geval van overlijden). Het kapitaal mag ten vroegste worden opgenomen op 65 jaar, tenzij bij brugpensionering of als de statutaire pensioenleeftijd lager is (60 jaar voor een werkende vrouw).

Die beperkingen onderscheiden de pensioenspaarfondsen van gewone beleggingsfondsen. Het jaarlijkse fiscale voordeel blijft beperkt tot maximaal ? 620 . Dat is tevens het maximale bedrag dat elke belastingplichtige jaarlijks mag storten.

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud