Wat zijn beleggingsfondsen?

De Belgische markt van beleggingsfondsen of instellingen voor collectieve beleggingen (ICBs) is het jongste decennium uitgegroeid tot een markt van een enorme omvang. De markt van de beleggingsfondsen is zelfs groter geworden dan de markt van de klassieke spaarboekjes en veel groter dan die van de kasbons.

Het grootste voordeel van deze fondsen is dat ze de belegger de mogelijkheid bieden om zelfs met relatief weinig geld in een gediversifieerde belegging te participeren. Elk fonds stelt namelijk zelf (volgens een aantal aangekondigde criteria) een waaier van waardepapieren en effecten samen; de belegger participeert in die portefeuille wanneer hij een deelbewijs in het fonds koopt. De meeste fondsen zijn opgericht op initiatief van financiële instellingen en beursvennootschappen. De geweldige expansie van de beleggingsfondsen is te danken aan de aantrekkelijke kenmerken van beleggingsfondsen en de sterke prestaties van de aandelenmarkten.

Kenmerken

Fondsen bieden de beleggers de mogelijkheid om te participeren in een voldoende gediversifieerde belegging, meestal zelfs met vrij beperkte middelen. De belegger heeft recht op een deel van de gezamenlijke opbrengsten van de belegde middelen à rato van zijn ingebrachte gelden. Een beleggingsfonds gaat de investeringen van de verschillende beleggers gezamenlijk beleggen op de financiële markten en zal de totale opbrengst verdelen onder de investeerders rekening houdend met de inbreng van de verschillende beleggers.

Omdat een fonds middelen aantrekt van verschillende investeerders spreekt men van een collectieve belegging.

Bovendien kunnen beleggers het beheer van hun middelen overlaten aan een team van specialisten. Ook kunnen fondsen, onder meer dank zij hun omvang, meestal tegen lagere commissielonen handelen dan doorsneebeleggers. Ze kunnen besparen op een aantal kosten.

Hier staat wel tegenover dat fondsen niet gratis worden beheerd. Wie in een fonds stapt, moet er rekening mee houden dat de fondsen een beheersvergoeding aanrekenen. De beheersvergoeding schommelt tussen 1 à 2 procent. De beheerder van het fonds zal de vergoeding, meestal op maandelijkse basis, verrekenen in de waarde van het fonds.

Ook de instap en de uitstap zijn vaak niet gratis: vele fondsen rekenen enkele procenten aan als in- en uittredingskosten, veelal 2 à 3 procent. Instappen gebeurt dan niet tegen de inventariswaarde (zeg maar de intrinsieke waarde of de netto-actiefwaarde), maar tegen de inventariswaarde vermeerderd met de instapkosten.

Sommige fondsen bieden de beleggers de mogelijkheid om relatief makkelijk over te stappen naar zusterfondsen (andere beleggingsinstellingen die beheerd worden door dezelfde instelling). Het is de moeite waard voor de instap te informeren naar zo'n overstapmogelijkheden en naar de kosten ervan. Niet alle fondsen publiceren dagelijks hun inventariswaarde; en niet overal is het elke dag mogelijk in- of uit te stappen (ten minste, de verrekening ervan gebeurt niet elke dag).

Zoals ook voor andere effecten het geval is in ons land, bestaat er voor verrichtingen met beleggingsfondsen een beurstaks. Deze beurstaks geldt evenwel sinds juli 2004 niet meer voor de aankoop van fondsen. Wel blijft er nog een beurstaks van 0,5% over op de verkoop van kapitalisatiefondsen. Fondsen van het distributietype keren (als het kan) jaarlijks een dividend of coupon uit waarop 15 procent roerende voorheffing van kracht is. Fondsen van het kapitalisatietype herbeleggen het dividend. De belegger ontvangt op die manier zijn deel van de winst in de vorm van een belastingvrije meerwaarde, op het ogenblik dat hij het fonds verkoopt.

De beurstaks bedraagt maximaal ? 750 per verrichting bij kapitalisatiefondsen. Voor Luxemburgse sicavs moet u in Luxemburg bij toe- of uittreding geen beurstaks betalen. Wanneer u echter in België deelbewijzen van een Luxemburgse sicav koopt, dan ontsnapt u niet aan de beurstaks.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud