Advertentie

Welke soorten beleggingsfondsen bestaan er?

Beleggers kunnen in ons land kiezen tussen twee grote types van beleggingsfondsen: beleggingsfondsen met een veranderlijk kapitaal en beleggingsfondsen met een vast kapitaal. In het eerste geval spreekt men van een open fonds, in het tweede geval van een gesloten fonds.

Bij het eerste type van fonds kunnen investeerders op ieder moment nieuwe deelbewijzen kopen of hun bestaande deelbewijzen verkopen. Door die aan- en verkoopbewegingen varieert het kapitaal van het fonds. Bij fondsen met een vast kapitaal wordt slechts een vast aantal deelbewijzen aangeboden, die het kapitaal van het fonds vertegenwoordigen.

De belangrijkste Belgische fondsen met veranderlijk en vast kapitaal zijn respectievelijk de bevek en de bevak.

De bevek (open fonds), voluit beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal naar Belgisch recht, werd in het leven geroepen door de wet van 4 december 1990 als tegenhanger van de Luxemburgse sicav (société dinvestissement à capital variable). Dankzij zijn groeiende populariteit worden er momenteel op de Belgische markt minstens evenveel beveks verdeeld als sicavs.

Die populariteit is te danken aan het gunstige fiscale regime van het product. Omdat beveks (in tegenstellling tot sicavs) vennootschapsbelasting betalen, kunnen ze de roerende voorheffing op ontvangen dividenden in de vennootschapsbelasting verrekenen. Bovendien genieten ze daardoor van de voordelen van de Belgische verdragen tot vermijding van de dubbele belasting. Helemaal belastingvrij wordt de bevek voor de belegger als hij bovendien kiest voor een kapitalisatie-, en niet voor een distributiedeelbewijs. Beleggers die intekenen op beveks van het kapitalisatietype betalen geen roerende voorheffing. Op beveks van het distributietype is 15 procent roerende voorheffing van kracht. Beleggers in beveks kunnen bovendien altijd in- en uitstappen.

Dat is niet het geval voor de bevak (gesloten fonds), de tegenhanger van de Luxemburgse sicaf (société dinvestissement à capital fix). De bevak heeft een welbepaald aantal deelbewijzen, die bij de start (van de emissie) van het fonds wordt gecreëerd. Na de emissieperiode kunnen beleggers niet bij het fonds zelf aankloppen om aan deelbewijzen te komen (of om ze weer kwijt te raken). Wie ze nog wil kopen, zal iemand moeten vinden die ze wil verkopen. En wie uit het fonds wil stappen, zal een koper voor zijn deelbewijzen moeten vinden. Om dat een beetje vlot te laten verlopen, zijn de meeste bevaks of gesloten fondsen op de beurs genoteerd. Gevolg is dat ze jaarlijks (als het kan) een dividend uitkeren waarop roerende voorheffing moet betaald worden. Gesloten fondsen zijn dus steeds van het distributietype. In- en uitstappen gebeurt tegen de beurskoers, en die wil nog wel eens afwijken van de inventariswaarde - aangezien die bepaald wordt door vraag en aanbod.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud