'Kleine risico's' verplicht voor zelfstandigen

Vanaf 1 januari wordt de dekking van zogenaamde kleine risico's geïntegreerd in de verplichte ziekteverzekering voor zelfstandigen. Daartegenover staat dat de socialezekerheidsbijdragen verhogen.

(Tijd) - Tot nu stond het zelfstandigen vrij zich al dan niet te verzekeren voor 'kleine risico's', waaronder bijvoorbeeld consultaties bij de huisarts, tandartsbezoek, de meeste kinesitherapie of verzorging door verplegers vallen. Zelfstandigen die de kosten daarvan terugbetaald wensten te krijgen, betaalden daartoe vrijwillig bijdragen via hun ziekenfonds. Zowat 80 procent van de zelfstandigen koos daarvoor.

Met het oog op een gelijkwaardige sociale zekerheid voor werknemers en zelfstandigen verandert dat vanaf 1 januari. Ook voor zelfstandigen worden die kleine risico's dan geïntegreerd in hun verplichte ziekteverzekering. Daartegenover staat wel dat hun socialezekerheidsbijdragen verhogen - de ziekenfondsen blijven instaan voor de verwerking van de terugbetalingen, maar de premie voor kleine risico's die aan hen werd betaald, vervalt.

Het basispercentage van de sociale bijdragen verhoogt van 19,65 procent naar 22 procent van de belastbare beroepsinkomsten. Het percentage dat wordt toegepast op het gedeelte van de inkomsten boven 48.131 euro (onder voorbehoud van indexering) blijft vastgesteld op 14,16 procent. Het maximale bedrag verhoogt van 3.300 naar zowat 3.600 euro.

Starters

Voor starters geldt een korting. Tot het einde van het eerste volledige jaar van activiteit beloopt de bijdrage 20,5 procent van de inkomsten; voor het tweede jaar stijgt dat naar 21 procent, voor het derde jaar naar 21,5 procent. Doorgaans worden de socialezekerheidsbijdragen voor starters de eerste jaren forfaitair berekend, en pas later geregulariseerd op basis van de werkelijke inkomsten. Die forfaitaire bedragen verhogen bijvoorbeeld van ruim 500 naar iets meer dan 600 euro per kwartaal in het eerste jaar (de minimumbijdrage), en van zowat 580 naar ongeveer 620 euro per kwartaal in het tweede jaar. Sinds 1 juli 2006 bestond er al een voordelige regeling voor starters: wie als zelfstandige begon tussen die datum en 31 december 2007 kreeg de dekking van de kleine risico's gratis, licht advocaat Olivier Malisse (Laga) toe. Ook dat verandert vanaf 1 januari 2008: vanaf dan betalen alle starters de verhoogde socialezekerheidsbijdrage.

Duurder of goedkoper

Alle zelfstandigen samen zouden gemiddeld niet meer betalen dan vroeger. Voor de ene zelfstandige zal het duurder zijn, voor de andere goedkoper dan voorheen. De premies die tot nu vrijwillig via een ziekenfonds konden worden betaald, varieerden niet met het inkomen, maar met de leeftijd en de gezinssituatie. Bij de Christelijke Mutualiteiten bijvoorbeeld, met zowat 170.000 klanten voor dit product de marktleider, beliep die premie 168 euro per jaar voor een starter zonder gezinslast of 240 euro per jaar voor een starter met een gezin. Met de leeftijd liep dat op. Tussen 41 en 64 jaar werd het bijvoorbeeld 994,20 euro per jaar voor een zelfstandige met een gezin. Voor wie na 65 jaar nog gedekt wou zijn, maar pas na zijn 50ste aansloot, liep de jaarlijkse premie op tot 1.292,52 euro.

De vergelijking met wat voor loontrekkenden wordt betaald voor kleine risico's ligt niet voor de hand. De werkgever betaalt 35 procent socialezekerheidsbijdragen en de werknemer zelf 13,07 procent, maar dat wordt aangewend voor de dekking van onder meer zowel kleine als grote risico's en pensioenen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud