Nieuwe ondernemingen stimuleren economische groei ex-Oostbloklanden

(tijd) - Tien jaar na de val van het communisme ligt het Gemenebest van Onafhankelijke Staten (GOS) economisch achter op de landen van Centraal- en Zuidoost-Europa plus de Baltische Staten. De Wereldbank verklaart dit verschil door het gebrek aan stimulerende maatregelen voor de creatie van nieuwe bedrijven in het GOS. In het Balticum en in Centraal- en Zuidoost-Europa zijn deze bedrijven een sterke groeimotor en vertegenwoordigen ze meer dan de helft van de werkgelegenheid.

In het rapport "Transition: The First Ten Years" stelt de Wereldbank vast dat in Centraal- en Zuidoost-Europa plus het Balticum, de zogenaamde CZB-landen, het bruto binnenlands product (BBP) in 1998 weer op het peil stond van 1990. In 2000 lag het BBP van die landen zelfs 6 procent hoger dan in 1990. Het BBP van het GOS haalde in 2000 slechts 63 procent van het peil van 1990.

Om de enorme verschillen in economische ontwikkeling tussen het GOS en de CZB-landen sinds de val van de Sovjet-Unie eind 1991 te illustreren, toont het rapport Polen en Rusland als voorbeeld. Beide landen zijn in hun regio de landen met het grootste bevolkingsaantal. Terwijl tussen 1990 en 1999 het Poolse BBP steeg met 40 procent, verschrompelde het Russische BBP met eveneens 40 procent.

In haar rapport naar aanleiding van tien jaar overgang richting markteconomie zoekt de Wereldbank een verklaring voor deze enorme groeiverschillen. Alle landen van het voormalige Oostblok stonden tien jaar geleden voor dezelfde uitdaging. Ze zaten alle opgezadeld met een productiesysteem dat niet was aangepast aan een concurrentiële omgeving. Bestaande bedrijven moesten worden geherstructureerd terwijl de creatie van nieuwe ondernemingen moest worden gestimuleerd.

De Wereldbank onderschat geenszins de invloed van geografische en historische factoren waarmee de diverse Oostbloklanden geconfronteerd werden noch de invloed van de prijs- en productieschommelingen aan het begin van de overgang naar de vrije markt, evenmin als de schokken die veroorzaakt werden door het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, door oorlogen en andere conflicten.

Volgens het rapport van de Wereldbank oefenden deze factoren echter enkel in de beginfase van de productiedalingen (1990 - 1994) een invloed uit en dus niet in de hele tienjarige overgangsperiode.

Marktgerichte hervormingen waren het voorbije decennium van cruciaal belang, stelt de Wereldbank vast. Deze hervormingen versnelden op middellange termijn niet alleen het economisch herstel, op korte termijn verzachtten ze ook de gevolgen van de recessie waarmee de overgang naar de vrije markt aanvankelijk gepaard ging. Het antwoord op de vraag waarom de economische groei er in sommige landen op vooruit is gegaan, ligt in de efficiëntie waarmee deze hervormingen werden doorgevoerd en waarmee bestaande bedrijven discipline werd bijgebracht en de creatie van nieuwe ondernemingen werd gestimuleerd.

De Wereldbank poneert dat economische groei het samenspel weerspiegelt tussen oude ondernemingen die behoefte hebben aan staatssteun en die de groei afremmen doordat ze meer absorberen dan ze produceren, en geherstructureerde en nieuwe ondernemingen die de groei bevorderen. De Wereldbank kwam tot de vaststelling dat nieuwe ondernemingen pas als een echte groeimotor kunnen fungeren wanneer ze instaan voor ongeveer 40 procent van de werkgelegenheid.

De landen die het minst ver zijn gegaan in het hervormingsproces zijn de voormalige sovjetrepublieken Wit-Rusland, Turkmenistan en Oezbekistan. De staat is in deze landen een grote rol blijven spelen in de economie terwijl de creatie van nieuwe bedrijven werd ontmoedigd.

In Hongarije, Polen, Tsjechië en Litouwen kenden nieuwe ondernemingen een snelle groei. Ze vertegenwoordigen er ruim 50 procent van de werkgelegenheid. Polen, Hongarije alsook Estland volgden bovendien een gedisciplineerd begrotingsbeleid. Via een liberaliseringsbeleid en een vriendelijk investeringsbeleid stimuleerden ze de oprichting van nieuwe ondernemingen. Tsjechië, Litouwen en Slovakije legden voor hun begroting evenwel iets minder discipline aan de dag.

In een groot aantal landen is het hervormingsproces halverwege gestokt. Deze landen zitten vast in een niemandsland tussen planeconomie en vrije markt. Bulgarije, Kirgizië, Moldavië, Roemenië, Rusland en Oekraïne hebben hun economie weliswaar geliberaliseerd, maar slaagden er niet in via harde begrotingsmaatregelen de staatsbedrijven discipline bij te brengen. Deze landen waren evenmin in staat te voorkomen dat enkele van deze ondernemingen door hun nieuwe eigenaars werden uitgemolken.

Het is ook in deze landen dat de overheid gegijzeld werd door de 'winnaars' van het prille liberaliserings- en het privatiseringsproces. Nadat hun aanvankelijk hoge winsten waren beginnen verminderen, verzetten deze oligarchen zich tegen verdere hervormingen waardoor het land terechtkwam in een opmerkelijk stabiele toestand van halfslachtige hervormingen, aldus het rapport van de Wereldbank. Op het moment dat de grote winsten van deze oligarchen begonnen te dalen, liep ook het inkomen van de werknemers in de staatssector terug, stelt de Wereldbank vast. Beide groepen zijn hierdoor geneigd de krachten te bundelen en zich te verzetten tegen verdere hervormingen.

Zolang er grote verschillen blijven bestaan in productiviteit tussen oude, geherstructureerde en nieuwe ondernemingen kan het overgangsproces niet als afgerond worden beschouwd, oordeelt de Wereldbank. Vooral in de landen van het GOS en in Zuidoost-Europa blijven de productiviteitsverschillen tussen zulke bedrijven bijzonder groot.

Om uit het niemandsland van halfslachtige hervormingen te geraken, dient een regering geloofwaardig over te komen bij potentiële nieuwe ondernemers. Zij moeten ervan overtuigd worden dat het moeilijke economische hervormingsproces tot het eind wordt doorgevoerd. Regeringen dienen ervoor te zorgen dat oligarchen en andere 'winnaars' van de eerste hervormingsmaatregelen niet langer verdere hervormingen op de weg naar de vrije markt kunnen afremmen.

Economische hervormingen en politieke ontwikkelingen zijn nauw met elkaar verstrengeld. Het toekomstige beleid dient te verschuiven van privatiseringen naar de creatie van welvaart via nieuwe ondernemingen, aldus de Wereldbank. Prioritair voor politici in economieën op weg naar de vrije markt is de stimulering van een investeringsklimaat dat aantrekkelijk is voor nieuwkomers, luidt het devies.

Hervormingsgezinde politici dienen te wijzen op het directe verband tussen gedeeltelijke hervormingen en de kosten hiervan voor de samenleving. Belastingachterstallen en belasting- en andere vrijstellingen voor enkele grote conglomeraten moeten in de publieke opinie gekoppeld worden aan de late uitbetaling van lonen en pensioenen en aan zwakke sociale voorzieningen.

De mobilisatie van kleine, middelgrote en nieuwe bedrijven is een van de manieren om uit de val te geraken van het halfslachtige hervormingsevenwicht waarin de 'winnaars' van de eerste liberaliseringsmaatregelen de overheid in een groot aantal GOS-landen hebben gelokt, besluit de Wereldbank.

LDV

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud