Fiscus versoepelt standpunt voor vruchtgebruik

Vruchtgebruikconstructies zijn de afgelopen jaren als paddenstoelen uit de grond geschoten. Bedrijfsleiders kopen enkel de blote eigendom van een onroerend goed. Hun vennootschappen kopen het vruchtgebruik. Dat betekent meestal dat de vennootschap het leeuwendeel van de aankoopprijs van het onroerend goed betaalt. Die vennootschap kan dan de betaalde prijs afschrijven over de looptijd van het vruchtgebruik dat in de praktijk vaak 15 jaar is. Als het vruchtgebruik uitdooft, krijgt de blote eigenaar het volle genot van het onroerend goed zonder dat dat extra belastingen kost. Het enige nadeel is dat de bedrijfsleider gedurende het bestaan van het vruchtgebruik belast wordt op een voordeel van alle aard als hij het onroerend goed ook (gedeeltelijk) privé gebruikt.