column

Clicquot

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Het boekje ‘147 ware verhalen van bekende landgenoten’ waaruit wij gisteren de anekdote van Leo Tindemans serveerden, over 'le paysan' en niet 'le paysant' zoals wij domweg schreven, hebben we toevallig gevonden bij het opruimen van de zolder. Het zat verstopt in een hoop ongetwijfeld interessante werken over politiek en filosofie, en ongetwijfeld minder interessante over sociologie, die wij als student blijkbaar hebben gekocht, maar na en zeker tijdens die periode nooit hebben opengeslagen. Wij bekennen dit met schroom want uw Paleiswachter Rik Van Cauwelaert heeft 4 miljoen boeken, en heeft er niet één weg gegooid. Zelfs niet van Kristien Hemmerechts, maar alleen omdat hij die nooit heeft gekocht.

Zelf zijn wij minder behoudsgezind, wat boeken betreft toch. Een leven in tijden van boekverbranding was ons niet onwelgevallig geweest. Maar als je een toren oud papier containerklaar maakt, begin je er automatisch in te bladeren. Zo viel ons oog op een turf van de beroemde professor Karel Dobbelaere over kerk en geloof in Vlaanderen, achthonderd bladzijden dik. In onze faculteitsbibliotheek lag daar een stapel van. Iedereen kreeg er één gratis omdat het in de cursus werd gebruikt. Waarna enkelen, we noemen geen namen, naar huis trokken en zuchtten: ‘Vader, moeder, een duur boek moeten kopen. Achthonderd frank.’ Wat ons heeft geleerd: ‘Om gratis te zuipen, word katholiek.’

In diezelfde berg bergingboeken lag dus ‘147 ware verhalen van bekende landgenoten’, uitgegeven door de Belgische MS Liga. Waarom het er 147 waren en bijvoorbeeld geen 148, of 220, wordt nergens duidelijk uitgelegd. Wellicht was de samensteller het toen beu. Maar de 147 geselecteerde zijn vaak grappig. Zoals dat van Edmond Leburton, socialistisch premier in de jaren zeventig. Sprak geen woord Nederlands, wat zijn eerste regeringsverklaring even tumultueus deed verlopen als die van Charles Michel, omdat hij in het Frans begon en de Volksunie-fractie luid kabaal maakte. Waarna Leburton zijn eerste en historische Nederlandse woorden sprak: ‘Wakt een bitje, astamblieft.’

In de 147 vertelt Leburton hoe een Vlaamse weekbladjournalist - wij durven er veel op verwedden dat dat Johan Struye van Knack was - in een portret van hem schreef: ‘Als hij eens rood aanloopt, denk dan niet dat het om een aanval van ideologische koorts gaat, maar houd veeleer de invloed van de weduwe Clicquot in gedachten.’ Twee dagen later werd Leburton op straat uitgekafferd door een vrouw die het ongepast vond dat een getrouwde premier een verhouding had met een weduwe van twijfelachtig allooi.

 Was het vroeger geestiger of niet? Wij hebben in elk geval stof voor de volgende 145 ‘Kaaimannen’. Daarna beginnen we aan kerk en geloof in Vlaanderen, ook grappig.

Lees verder