The New Fake Times

De vlijmscherpe column van Koen Meulenaere

Goed idee van Canvas om ‘The Fourth Estate’, het docudrama over het reilen en kwijlen bij The New York Times, heruit te zenden. Zodat wie na een tijdje was gaan twijfelen of hij het de eerste keer wel goed had gezien het bewijs daarvan kreeg: nergens ter wereld hokken zoveel over het paard getilde dikdoeners bij elkaar als op de redactie van The New York Times.

Wat zegt u? Op de VRT-nieuws-dienst? Ja, maar nu noemt u ook iets. In elk geval, een bende zelfingenomen stoethaspels als bij de Times, en dan bijzonderlijk in hun filiaal in Washington, krijg je niet in een-twee-drie bijeen. Ze hebben zich daar officieel tot doel gesteld Donald Trump te doen aftreden. Dat is de taak van een krant niet, van een krant verwacht je dat ze objectief verslag uitbrengt van hoe anderen de president doen aftreden, maar er zijn nu eenmaal activistische hoofdredacties die graag zelf meespelen en de lezer niet serveren wat hij moet weten, maar wat hij moet denken.

In eigen land is De Standaard daarvan het geijkte voorbeeld, en het is niet toevallig dat ze in hun kolommen het orgasme naderen telkens als ‘The Fourth Estate’ ter sprake komt. Dat was minder toen met ‘Nieuwsjagers’ een identieke soap werd gemaakt over hun stalgenoten van Het Nieuwsblad, voor wie niet de president van Amerika de gevaarlijkste vijand is, maar de boer van Oetingen. Het zegt veel dat ze bij De Standaard ook uit ‘The Fourth Estate’ weer de verkeerde conclusie trekken, meer bepaald dat The New York Times, waarvoor ze sowieso al in beate bewondering lagen, de beste krant op aarde is, terwijl voor ieders ogen net het tegendeel is aangetoond.

Staan ze in Washington met twaalf man een uur te overleggen wat de eerste zin van hun nieuwste artikel tegen Trump zal worden, en als hij dan eindelijk op het scherm is gezet volgt een Skype met het hoofdkantoor in New York, waar hij door twaalf anderen prompt in de vuilnisbak wordt gegooid en door een even slechte wordt vervangen. En dan zijn ze in Washington boos.

In beeld verschijnt daarna een andere opsnijder, met een hogere functie en salaris, die niet de hele dag maar de hele week geen klap uitvoert, en die acteert een scène waarin hij bezorgdheid veinst over het voortbestaan van de krant op langere termijn, waarop zo’n hoge pief nu eenmaal denkt. De kosten zijn te zwaar. Daar bestaat dan een eenvoudige oplossing voor: gooi driekwart van die redacteurs en alle cheffen buiten. Voordeel: minder uitgaven, meer kwaliteit.

Woodward en Bernstein! Die twee jongens hebben veel kwaad aangericht. En Robert Redford en Dustin Hoffman nog meer. Bij Canvas is die link eveneens gelegd, want toevallig werd ook ‘All the President’s Men’ heruitgezonden, de mythi- en mystificatie over het uitspitten van het Watergate-schandaal. Door The Washington Post nota bene. Sinds die film proberen ze in de pers allemaal dat clichétypetje van de journalist te imiteren, op The New York Times met iets meer verve dan op Het Nieuwsblad. O wee als de camera een redacteur tot in de privé-woonst volgt, dan is het helemaal derderangs amateurtoneel. En koffie dat ze drinken.

Wat The New York Times niet is, is de bijbel die sommigen ervan maken. Wat hij wel is, is een troep onbetrouwbare luilakken die een dag nodig hebben om drie zinnen te pennen die de eindredactie dan nog moet herschrijven. Mochten wij bij De Tijd zo werken, we verschenen ook op dinsdag niet.

Lees verder