Beleggen in afgeleide producten is beleggen met een hefboom

Afgeleide producten zijn de uitverkoren beleggingsinstrumenten van speculatieve beleggers die niet tevreden zijn met een bescheiden winst. De grootste troef van die beleggingen is het hefboomeffect. Toch mag u niet alle afgeleide producten over één kam scheren.

Opties

Een optie is een contract dat u het recht geeft om een pakket welbepaalde aandelen op de vervaldag te kopen of te verkopen tegen een afgesproken prijs. Op die manier kan u een groot hefboomeffect genereren. Dat komt omdat u voor de optie slechts een geringe premie moet betalen, terwijl u later toch kan profiteren van de volledige koersbeweging van de onderliggende aandelen.

Of met een voorbeeld. Stel dat u callopties koopt op Fortis-aandelen die u het recht geven om op de afgesproken vervaldag 100 aandelen Fortis te kopen voor 34 euro per aandeel, of met andere woorden: een aandelenpakket ter waarde van 3.400 euro euro. De prijs die u voor de optie moet betalen, ook de optiepremie genoemd, komt op 100 x 0,87 euro, wat de totale optiepremie op 87 euro brengt. Als de aandelenkoers op de vervaldag gestegen is tot bijvoorbeeld 38 euro, levert u dat op het totale aandelenpakket een meerwaarde op van 400 euro (namelijk de beurskoers van 3.800 euro - de aankoopkoers van 3.400 euro). Na aftrek van de betaalde optiepremie van 87 euro (en de makelaarskosten), geeft dat een nettowinst van ongeveer 300 euro. Of anders gezegd: de optie van 87 euro levert u in dit voorbeeld een winst op van ongeveer 300 euro.

Natuurlijk kan dit hefboomeffect ook in de andere richting spelen. Als de aandelenkoers onder de uitoefenprijs van 34 euro daalt, heeft het geen zin de optie uit te oefenen en loopt ze waardeloos af. De betaalde optiepremie is dan weggegooid geld.

Futures

Op dit basisprincipe bestaan er nog tal van varianten, zoals warranten, futures, turbo's, speeders, cfd's,.... Ook voor die producten is het kenmerkend dat u met een beperkte inzet kan profiteren van de volledige koersbeweging van het onderliggend actief.

In tegenstelling tot opties zijn futures termijncontracten die op de vervaldag sowieso uitgeoefend worden. Hier is kopen dus geen recht maar een plicht. Of met een voorbeeld: koopt u een future op 1.000 vaten petroleum, dan worden die vaten op de vervaldag van de future automatisch geleverd. Toch gebeurt het zelden dat particulieren op de vervaldag van een future opgezadeld worden met de onderliggende aandelen, munten, grondstoffen of indexen. Dat komt omdat particuliere beleggers hun positie meestal enkele uren na de aankoop alweer omkeren. Dat heet dan daytraden.

De prijs die u moet betalen wanneer u een positie inneemt op een future is de zogenaamde margin. Dat is een bedrag van 5 à 10 procent van de totale waarde van het futurecontract die u moet storten als waarborg. Stel bijvoorbeeld dat u een future koopt op een index die tegen 3.700 punten noteert. De totale waarde van het contract bedraagt dan 37.000 euro (of 10 maal de waarde van de index). Als margin moet u dan ongeveer 3.000 euro storten. Aan het einde van elke dag worden telkens alle futureposities afgerekend. Is de index bijvoorbeeld gestegen tot 3.800 punten, dan is de waarde van het futurecontract toegenomen tot 38.000 euro en wordt de meerwaarde van 1.000 euro 's avonds bijgestort op uw rekening. Maar het kan ook andersom en minwaardes worden ook elke avond afgenomen van uw gestorte margin. Loopt de minwaarde in ons voorbeeld op tot meer dan 3.000 euro, dan is niet alleen uw hele margin eraan, maar moet u zelfs geld bijstorten. Hier kan u dus meer verliezen dan u heeft ingezet.

Cfd's, turbo's en speeders

Nog een andere categorie van hefboombeleggingen waar speculanten tuk op zijn, zijn cfd's, turbo's en speeders. Kenmerkend voor die producten is dat u met geleend geld werkt. Koopt u bijvoorbeeld een turbo op katoen met een waarde van 1.000 euro, dan moet u slechts een margin van 200 euro zelf storten en wordt de overige 800 euro geleend door de financiële instelling die de turbo uitgeeft. Is de waarde van de katoenturbo na een paar dagen of weken gestegen tot bijvoorbeeld 1.100 euro, dan krijgt u bij verkoop van de turbo de meerwaarde van 100 euro uitbetaald. Maar de waarde van de turbo kan natuurlijk ook dalen. En dan maakt u verlies.

Omdat u werkt met geleend geld, moet u elke dag intrest betalen. Dat zijn bijkomende kosten. U moet rekenen op een intrest van 4 à 5 procent op jaarbasis. Voor de uitgever van de turbo is dat de belangrijkste bron van inkomsten. Dat impliceert dat u die beleggingsinstrumenten best niet al te lang aanhoudt.

Frida Deceunynck

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud