Private equity in België wordt volwassen

Twaalf jaar na de verkoop van de vloeitjesfabrikant Rizla aan UBS door de Belgische familie Painblanc, is de private-equitysector in België volwassener dan ooit. 'Sinds drie jaar is een echte boom aan de gang. Voortaan komen elk jaar 10 tot 20 dossiers op de markt', zegt een sectorkenner.

(tijd) Maar gelijklopend is het fenomeen niet: Wallonië loopt wat achter op Vlaanderen. In 1994 verkocht de Belgische familie Painblanc de vloeitjesfabrikant Rizla aan de durfkapitalist UBS Capital. Wat vandaag op financiële archeologie lijkt, was eigenlijk het startschot voor de komst van buitenlandse durfkapitalisten op de Belgische markt. De overname van Blagden Packaging (door CVC en Bridgepoint), die van Kipling en van Mister Minit (beiden door UBS Capital) behoren eveneens tot die eerste golf.

De volgende fase werd eind 2002, begin 2003 ingezet met de overname van de luierfabrikant Ontex door Candover. Massive, Aliplast en Balta volgden. 'Vroeger bekeken de buitenlandse durfkapitalisten België als het noorden van Italië. Als een plaats waar veel zwart geld circuleerde en waar de corruptie tierde. Sinds de overnames van Aliplast en Massive wordt België anders benaderd. Het is voortaan een land waar de fondsen wel eens actief zouden willen zijn', zegt een sectorkenner. De concurrentie tussen fondsen op de Belgische markt is groot. 'Door die concurrentie en de professionalisering van de verkoopprocedures klimmen de verkoopprijzen fors. Gewoon een bedrijf kopen en de schulden terugbetalen, is niet genoeg meer. Je moet als durfkapitalist voortaan iets anders bieden, actiever zijn in de bedrijven uit je portefeuille', zegt Jo Santino, de topman van Indufin.

De overname van Ontex heeft de ogen van vele ondernemers geopend. 'Die transactie diende als katalysator. Sinds 2003 is er een werkelijke boom en komen jaarlijks tien tot twintig dossiers op de Belgische markt', stelt een andere durfkapitalist. De lage rente en de grotere bereidheid van de banken om kredieten te verstrekken voor buy-outs (met schulden gefinancierde overnames) speelden een belangrijke rol.

'Ontex is een katalysator geweest, maar is geen voorbeelddossier. De moeilijke situatie waarin het bedrijf terechtkwam en de maatregelen die werden getroffen - sluitingen, delokalisaties, managementwissels - brachten veel misverstanden teweeg. Het grote publiek associeert daardoor private equity met zulke maatregelen, zegt een financiële bron. Zowel bij Ontex als bij Balta was het eerste doel van de verkopers zo veel mogelijk geld te verdienen. Die mensen dragen een grote verantwoordelijkheid', vindt hij.

Meerwaarde

Hoe dan ook wordt België door de buitenlandse fondsen geapprecieerd voor zijn noeste ondernemers, zijn rendabele en exportgerichte familiebedrijven en zijn gunstige fiscaliteit. Maar wat is de meerwaarde van de sector? Creëert hij werkgelegenheid en (aandeelhouders)waarde? Twee studies trachtten daarop te antwoorden.

De Belgian Venturing Association (BVA) voerde vorig jaar een onderzoek uit om het effect van de durfkapitaalinvesteringen op de werkgelegenheid te meten. Ze kwam tot een dubbele conclusie: in de bedrijven die durfkapitaal ('venture capital') kregen, steeg de tewerkstelling met bijna een derde in de vier jaar na de investering. In de ondernemingen die een buy-out achter de rug hadden, klom het aantal werknemers gemiddeld met 4 procent in de drie jaar na de transactie.

Eindwerk

Valentin Toubeau, een student van de business-school Solvay, ging in zijn eindwerk 'Private Equity Firms in Belgium - Value Creators or Locusts?' nog een stapje verder. Hij nam 53 buy-outs van de jongste zeven jaar onder de loep, waaronder de overnames van Aviapartner, PDC Brush, Balta, Sovitec, enz. Toubeau komt tot de conclusie dat de operationele en de financiële performantie van de bedrijven duidelijk beter is na de buy-outs.

'Twee jaar na de transactie verdubbelt de ebitdamarge (de verhouding tussen de operationele kasstroom en de omzet), vervijfvoudigt de ebitmarge (de verhouding tussen bedrijfswinst en omzet) en verviervoudigt de nettowinst', schrijft hij. De verbetering van de operationele en financiële performantie gaat niet ten koste van het personeel. Volgens zijn berekeningen steeg het aantal personeelsleden na de buy-outs gemiddeld met 13 procent.

Private equity is ondertussen in België zo belangrijk geworden dat de sector er minstens 65.000 personen tewerkstelt. Dat komt overeen met bijna 2,5 procent van de werknemers uit de privésector. In onze buurlanden is het fenomeen nog belangrijker. Vorig jaar werkten 400.000 Nederlanders voor de bedrijven uit de portefeuille van de durfkapitalisten. Zij vertegenwoordigden 8 procent van de tewerkstelling in de privésector. In Frankrijk waren ze enkele jaren geleden met 1 miljoen (6 procent). Het Verenigd Koninkrijk spant de kroon, met 3 miljoen werknemers. Eén werknemer uit de privésector op de vijf werkt er voor een onderneming die in de handen is van een private-equityspeler.

Wallonië

Private equity ontwikkelde zich in Vlaanderen heel snel, maar in Wallonië blijft het fenomeen minder bekend. 'In Wallonië zijn minder en kleinere ondernemingen. Er zijn bovendien geen goede projecten en er bestaat een mentaliteitsprobleem. In Vlaanderen zijn ondernemers minder terughoudend als het gaat over het openen van hun kapitaal voor derden', zegt een Waalse ondernemer. Nochtans zou er genoeg geld aanwezig zijn. 'In een recente studie melden 64 Waalse instellingen dat ze durfkapitaal verschaffen aan bedrijven, zegt Santino. Er is geld, maar de bedrijven zijn kleiner en bevinden zich in een ontwikkelingsfase. Wij creëren nog succesvolle start-ups en spin-offs. Kijkt maar naar EVS, XDC of IBA. Er zijn bovendien ook enkele familiegroepen zoals Lhoist, Carmeuse, Magotteaux, NMC, enz. Wij hebben geld genoeg, maar we hebben projecten nodig.'

Michael Sephiha

Stefaan Michielsen

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud