Rechter oordeelt vandaag over verkoop LaSalle

Voorzitter Huub Willems van de handelsrechtbank van Amsterdam oordeelt vandaag of de Nederlandse bank ABN AMRO onzorgvuldig handelde door haar Amerikaanse dochter, LaSalle, snel apart te verkopen aan het Amerikaanse Bank of America. De zaak werd aangespannen door de beleggersvereniging VEB. Wat de uitspraak ook is, ABN AMRO zal het bod van het Fortis-consortium ernstig moeten nemen.

Van onze correspondent in Londen.

(tijd) - De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) heeft de opschorting van de verkoop van LaSalle, de Amerikaanse tak van ABN AMRO, gevraagd tijdens de periode dat een eventueel onderzoek naar wanbeleid bij ABN AMRO duurt. Als Willems dat afwijst, wil de VEB dat hij de LaSalle-deal in elk geval tegenhoudt totdat de aandeelhoudersvergadering van ABN AMRO over de verkoop kan stemmen.

Als Willems de vorderingen afwijst, hebben het consortium en andere geïnteresseerden nog tot en met maandag zes uur 's ochtends de tijd om met een bod op LaSalle te komen dat de 21 miljard dollar (15 miljard euro) van Bank of America overtreft. Vervolgens heeft deze bank nog de rest van de week tijd om het tegenbod te evenaren.

Als Willems de VEB gelijk geeft, op het eerste of het tweede punt, kan dat de situatie rond ABN AMRO voor maanden bevriezen. Barclays kan zijn bod intrekken: het contract biedt die mogelijkheid in het geval van een 'frustrerende actie' door een derde partij. Zowel Barclays als Bank of America kan de afgesproken boetes, respectievelijk 200 miljoen euro en 200 miljoen dollar, incasseren. De Amerikaanse bank heeft al aangekondigd veel meer te zullen eisen wegens contractbreuk. Het consortium kan de afloop van de procedureslag rustig afwachten tot het met zijn definitieve bod komt, mogelijk neerwaarts aangepast wegens de schadeclaims.

Onderhandelingstafel

Waarschijnlijker is dat de rechterlijke instemming met één van de VEB-vorderingen ABN AMRO binnen een dag aan de onderhandelingstafel brengt, het achterliggende doel van de VEB. De bank zal zich de vernedering van een wanbeleidprocedure waarschijnlijk willen besparen. Door nog voor maandagochtend met de drie banken aan tafel te zitten, moet het eveneens mogelijk zijn de schadeclaim van Bank of America te beperken tot de overeengekomen 200 miljoen dollar. Hiervoor moet ABN AMRO een bod op LaSalle, dat afhankelijk is van het succes van het bod op de rest van de bank, als 'superieur' aan dat van Bank of America aanmerken. Dat werkt alleen in een schadevergoedingsprocedure tegen deze bank wanneer dat bod ook inderdaad meer waard is dan de 21 miljard dollar van de Amerikanen en wanneer er over de slaagkans van het andere bod geen serieuze twijfels kunnen bestaan.

Daarmee verschilt de opstelling van ABN AMRO maar gradueel van die wanneer de VEB-vorderingen worden afgewezen. Ook dan houden de ABN AMRO-bestuurders de plicht ten opzichte van hun aandeelhouders om een alternatief bod op LaSalle serieus te onderzoeken. Overigens is denkbaar dat Willems daar in een 'creatieve' uitspraak, op de hem bekende wijze afwijkend van de eis, op zal aandringen.

Als het consortiumbod op LaSalle duidelijk hoger is dan dat van Bank of America moet de afhankelijkheid van het slagen van het andere bod zo zwaar wegen, dat het ABN AMRO-bestuur dat niet aan zijn aandeelhouders kan verkopen.

Vragen

De vragen die ABN AMRO dinsdag weer heeft herhaald, zijn in dat geval van groot belang. Wanneer het consortium reële onzekerheid laat bestaan over financiering, risicoverdeling en toezichtskwesties, kan ABN AMRO zich een afwijzing van deze voorwaarden permitteren. Het zou dan ook een tactische fout zijn van het consortium als het niet zo uitputtend mogelijk reageert op ABN AMRO's brief.

De inhoud van de onderhandelingen na donderdag ligt daarmee redelijk vast. Voor de krachtverhouding is de uitspraak van Willems wel van groot belang. JMS

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect