Advertentie

Estland: Sten Tamkivi

Sten Tamkivi belichaamt als geen ander de opmars van Estland van Sovjetuithoek tot Baltisch Silicon Valley. De Est is op zijn 29ste al een serieondernemer en stond in 2003 mee aan de wieg van Skype, dat voor 2,1 miljard euro bij eBay belandde. De Finse buren en zielsverwanten leerden de wereld mobiel bellen, maar het waren Tamkivi en het legertje Estse programmeurs die de wereld internettelefonie deden ontdekken.

Foto: Skype

Elk weekend overspoelen honderden luidruchtige Britten en Duitsers het knusse middeleeuwse centrum van de hanzestad Tallinn, met dank aan de rechtstreekse vluchten die de budgetvlieger Easyjet vanuit Londen en Berlijn naar de Estse hoofdstad aanbiedt.

De Finnen ontdekten Tallinn al jaren geleden als de ideale plek voor een weekendje stappen en 'binge drinking'. Dat mag niet verbazen, aangezien de Finnen wel meer gemeen hebben met de buren van over de Finse Golf: een voor buitenstaanders compleet onbegrijpelijk taaltje, sauna's én een voorliefde voor technologie.

Toen Estland zich in 1991 van de toenmalige Sovjet-Unie losrukte, omarmden de 1,3 miljoen Esten vol enthousiasme het internet. Twee op de drie Esten vullen hun belastingen online in, stemmen kan via het internet en bijna het hele land is tot een WiFi-hotspot omgeturnd. In de late jaren negentig schakelde de regering over naar papierloze ministerraden.

Die piepjonge regering - doorgaans dertigers - ligt mee aan de basis van het Estse succesverhaal. In 1994 voerde ze een 'vlaktaks' van 26 procent in en sindsdien stroomt het buitenlands investeringsgeld naar Estland. Per hoofd van de bevolking ontvangt Estland wereldwijd het meeste buitenlandse directe investeringen. 99 procent van de banksector is in buitenlandse, vooral Finse, handen.

In 2006 groeide de economie van Estland met 11 procent, een 'Chinees' groeicijfer waar de rest van Europa alleen maar van kan dromen. Sinds 2000 boekt de 'Baltische tijger' een gemiddelde groei van 9 procent.

KazaA

Dat groeimirakel is niet alleen aan de vlaktaks te danken. Estland beschikt ook over een piepjonge generatie IT-ondernemers. De onafhankelijkheid van de Sovjet-Unie was voor de Esten in 1991 het sein om zich vol overgave op het kapitalisme te werpen. Eén brok Sovjeterfenis bleek erg nuttig. In de jaren 50 koos het Kremlin het Balticum uit als locatie voor wetenschappelijke centra. Estland kreeg het Instituut voor Cybernetica, een informaticacentrum avant la lettre. Het is nu het zenuwcentrum van een bloeiende software-industrie, die Tallinn tot een Baltisch Silicon Valley deed uitgroeien. Het legertje Estse programmeurs schreef de softwarecode achter drie succesvolle internetbedrijven: de muziekuitwisselsite Kazaa, de specialist in internettelefonie Skype en Playtech, wereldmarktleider in software voor goksites.

Tijgersprong

Sten Tamkivi is een typevoorbeeld van een Estse IT-ondernemer. In 1996 gaf hij op zijn 18de de brui aan de universiteit om zijn eerste bedrijf op te richten: de websiteontwikkelaar Halo Interactive. 'Ons startkapitaal waren twee computers en twee mobilofoons', vertelde hij in een interview. Hij bleef net lang genoeg aan de universiteit om als studentenvertegenwoordiger mee zijn schouders te zetten onder 'Tijgersprong': met dat project rustte ex-president Lennart Meri vanaf 1996 elke school uit met computers en internet.

Halo groeide als kool, maar ging in 2001 bij het uiteenspatten van de dotcomzeepbel kopje-onder. Niet getreurd voor Tamkivi. Hij richtte prompt IT-consultant AS Helmes op. Tamkivi staat nu aan het hoofd van de softwareafdeling van Skype. 'Ik ben algemeen directeur of zo iets', vertelde hij The Economist. 'We zijn hier niet zo tuk op jobomschrijvingen.'

De specialist in internettelefonie is opgericht door een Deen (Janus Friis) en een Zweed (Niklas Zennström), samen met een groep Estse programmeurs. Skype heeft zijn juridische hoofdzetel in Luxemburg, de marketing zit in Londen maar het zenuwcentrum ligt in Tallinn. Tamkivi leidt de intussen 300 programmeurs van Skype. Die komen uit 30 landen, een bewijs dat Estland in tegenstelling tot andere Oost-Europese landen niet onder hersenvlucht te lijden heeft.

eBay telde eind 2005 2,1 miljard euro neer voor het twee jaar oude Skype. Slechts een fractie van de eBay-bonanza belandde evenwel op Estse bankrekeningen. Het gros vloeide naar de Deense en Zweedse oprichters. Playtech was een gelijkaardig verhaal. De specialist in goksoftware haalde in maart 2006 390 miljoen euro op via een succesvolle beursgang in Londen. Dit keer vloeide het geld naar de Israëlische Playtech-investeerder Teddy Sagi. De Esten mogen al technologische whizzkids zijn, die knowhow in cash omzetten hebben ze nog niet onder de knie.

Kurt Vansteeland

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud