Advertentie

Universal Music Group, sterrenparade op de beursvloer

©Getty Images via AFP

Geen tien jaar geleden was de muziekindustrie op sterven na dood, uitgebeend door de opkomst van het internet en de wegsmeltende interesse in cd’s. Vandaag tekent Universal Music Group met haar beursgang voor de definitieve heropstanding. Maar groeien de bomen ook tot in de hemel?

Beleggers die nog wat onversneden star quality missen in hun portefeuille, krijgen vanaf vandaag een stevige extra optie aangereikt. Euronext Amsterdam verwelkomt met de beursgang van Universal Music Group (UMG) een heel sterrenstelsel op zijn koersenbord. De groep boven muzikale kleppers als Billie Eilish, Taylor Swift, Lady Gaga, Bob Marley, The Beatles, Drake, Ariana Grande en Tourist LeMC tekent er voor een van de omvangrijkste IPO’s (beursgang) van het jaar.

Profiel Universal Music Group

  • Grootste muziekgroep ter wereld, met een markt- aandeel van 40 procent. Koepel boven tientallen labels en sublabels, waaronder Capitol Music Group, Def Jam, Geffen, Motown, Polydor, Virgin en Island.
  • Had negen van de tien meest gestreamde artiesten van 2019 in huis, met Taylor Swift (1), Post Malone (3) en Billie Eilish (4) als grootste slokoppen.
  • Boekte in 2020 een omzet van 7,4 miljard euro. Daarop haalde het een bedrijfswinst (ebit) van 1,2 miljard euro.
  • Dit jaar mikt UMG op een omzetgroei van minstens 10 procent en een winstgroei van meer dan 20 procent.

De meerderheidsaandeelhouder Vivendi - de entertainmentreus die wordt gecontroleerd door de Franse miljardair Vincent Bolloré - brengt 60 procent van Universal naar de Amsterdamse beurs. De indicatieve waardering die in het prospectus op het bedrijf geplakt werd, bedraagt 33 miljard euro. Maar analisten zijn het roerend eens dat de reële waarde eerder in de buurt van 50 miljard euro ligt.

De aandeelhouders van Vivendi krijgen per aandeel Vivendi één aandeel van het afgespinde muziekbedrijf. 18 procent gaat naar Bolloré Group, het investeringsvehikel van Bolloré, en 10 procent blijft bij Vivendi als diversificatie van de mediabelangen.

Eerder passeerden Bolloré en Vivendi ook al eens langs de kassa. Een consortium onder leiding van het Chinese Tencent kocht de voorbije jaren in verschillende fases 20 procent van Universal, tegen een waardering van 30 miljard euro. En dit jaar kocht Pershing Square, het hefboomfonds van de miljardair Bill Ackman, nog 10 procent tegen een waardering van 35 miljard euro.

Dat uitgebreide gedrum rond Universal is opmerkelijk. Niet zo gek lang geleden was de muziekindustrie nog op sterven na dood. Na enkele ronduit gouden decennia begon de industrie rond het begin van het millennium aan een pijnlijke krimp. Dat het hele businessmodel steunde op het verkocht krijgen van een overprijsd schijfje plastic was niet compatibel met de opkomst van het internet en de bijbehorende piraterij. Of koopt u nog veel cd’s?

De ontwikkeling van Apples digitale muziekwinkel iTunes stelpte dat bloeden nog enigszins. Maar de individuele nummers die de consumenten daar veelal kochten, waren niet te vergelijken met de fysieke koop van weleer. Dat veel labels de platen van hun chouchou’s jarenlang volpropten met één of twee hits en verder vooral veel vulling, kwam als een boemerang terug.

Tegendraads visionair

Toen de Japanse techinvesteerder Softbank in 2013, toen de muziekindustrie harder dan ooit op apegapen lag, bereid bleek 8,5 miljard dollar op te hoesten voor Universal, verklaarden analisten Vivendi gek dat het die kans liet schieten. Het bedrag lag zo’n 20 procent boven de toenmalige waardering van Universal, en er was niet bepaald beterschap in zicht op de muziekmarkt. Vandaag oogt die tegendraadse beslissing visionair.

Hand in hand met de razendsnelle ontwikkeling en goedkoper mobiel internet groeide streaming als kool, een beweging waar labels mee van profiteerden.

Onder impuls van zijn Britse CEO Lucian Grainge koos Universal voor de andere weg. In plaats van te verkopen ging Grainge op zoek naar overnames die Universal nog meer schaalgrootte - en dus kostenbesparingen - konden opleveren in een krimpende markt. Dat leidde eind 2012 tot de overname van het kwakkelende EMI, de muziekgroep boven onder andere sterren als Katy Perry, Snoop Dogg en Coldplay, en de beheerder van de catalogi van evergreens als The Beatles, Queen, Pink Floyd en Frank Sinatra.

Ondanks hevige tegenstand van de concurrentie en artiesten - The Beatles-producer George Martin noemde de overname ‘het slechtste dat de muziek ooit is overkomen’ - raakte de deal nipt voorbij de mededingingsautoriteiten. Dat gaf Universal een nooit geziene positie in de muziekindustrie, met een marktaandeel van 40 procent en een batterij sterartiesten die regelmatig negen van de tien plaatsen in de top 10 van de hitlijst Billboard Hot 100 inpalmen.

Die positie bleek niet veel later een cruciale hefboom. Want in het midden van vorig decennium begon een nieuwe manier van muziekconsumptie de kop op te steken. Streamingdiensten als het Zweedse Spotify - en later Apple Music, Tidal, Google Play Music... - staken hun neus aan het venster met een aantrekkelijk aanbod: een abonnement waarmee je tegen betaling van een schappelijke prijs permanent toegang hebt tot zowat alle muziek ter wereld.

Hand in hand met de razendsnelle ontwikkeling en goedkoper mobiel internet groeide streaming als kool, een beweging waar labels mee van profiteerden. Sinds de bodem in 2014, toen de muziekindustrie nog 14 miljard dollar omzet liet optekenen, is de sector jaar na jaar gegroeid tot vorig jaar 22 miljard dollar. Streaming is met 13,4 miljard dollar goed voor meer dan 60 procent van die inkomsten (zie grafiek).

Geen label dat gelukkiger was met die heropstanding dan het uit de kluiten gewassen Universal. CEO Grainge maakte van zijn machtspositie handig gebruik om in 2017 een zeer voordelige deal te sluiten met Spotify en co. voor het gebruik van hun catalogus. Van elke euro die bij de streamingdiensten binnenkomt, stroomt zo’n 75 procent meteen door naar de labels. Dat in deze nieuwe muziekwereld de klassiekers bovendien bijna evenveel waard zijn als de nieuwe hippe snoepjes, is voor Universal mooi meegenomen. Of hoe de overname van EMI - met zijn catalogus klassiekers - andermaal een gouden zet bleek.

Sterren in de ogen

Universal Music Group trekt vandaag tegen 18,50 euro per aandeel naar de beurs van Amsterdam, goed voor een waardering van 33,4 miljard euro. Maar door zijn unieke positie in een herboren groeimarkt zien de analisten nog meer muziek - sorry - in het aandeel ‘UMG’. UBS zet de nieuwkomer meteen in zijn lijstje ‘grote Europese groeiaandelen’, naast Adidas, LVMH, ASML en Adyen. De Zwitserse zakenbank schat de waardering van UMG op 45 miljard euro. Bank of America komt met 50 miljard euro hoger uit. JPMorgan noemt Universal dan weer ‘een buitengewone kans en kleeft er een waarde van 54 miljard euro op.

UBS schat de waarde van Universal Music Group op 45 miljard euro, Bank of America op 50 miljard en JPMorgan op 54 miljard.

De redenering achter die stellaire inschattingen is twee- ledig. Enerzijds is er het simpele feit dat streaming geweldig rendabel is voor de labels. Twee derde van de omzet van de streamingdiensten stroomt naar de rechtenhouders, wat dit tijdperk zelfs rendabeler maakt dan de gouden dagen van de cd. Labels moeten wel investeren in hun talentenfabriek, maar de distributie - vrachtwagens laten rijden om cd’s in de rekken te laten vallen - valt weg. Artiesten mogen dan betreuren dat het streamingtijdperk hen weinig oplevert, de labels zelf hebben weinig te klagen.

Anderzijds is er een simpele vaststelling. Streaming mag de muziekindustrie dan wel een nieuw elan hebben gegeven, die manier van muziekconsumptie is nog altijd jong. De marktleider Spotify heeft 165 miljoen betalende abonnees. Bij Apple zijn dat er volgens gespecialiseerde media - Apple geeft weinig updates - 78 miljoen. Amazon telt 55 miljoen mensen die betalen voor muziek, Google kon met zijn YouTube Music al 50 miljoen mensen overtuigen.

Die cijfers groeien allemaal, maar zijn vergeleken met de wereldbevolking nog altijd peanuts. Dat uit zich ook in het gemiddelde bedrag dat mensen per jaar uitgeven aan muziek. Waar dat volgens JPMorgan op de piek van de muziekindustrie in 1999 nog 81 dollar per kop was, was dat vorig jaar slechts 37 dollar. Analisten zien nog een zeer groot groeipotentieel, naarmate streaming meer ingeburgerd raakt en het normaler wordt om 10 euro per maand te betalen voor nieuwe hits en klassiekers.

De vraag is wel in hoeverre consumenten wereldwijd bereid zijn te betalen voor het aanbod. Sceptici waarschuwen dat je de evolutie in Europa en de VS niet zonder meer kan overplanten naar China en India, waar doorgaans minder geld wordt uitgegeven aan muziek. Zelfs als streaming er een even hoge vlucht neemt als hier, zal dat misschien niet tegen dezelfde prijzen zijn, wat de marges omlaag kan halen. Die markten draaien bovendien vooral op lokale acts, waardoor Universal met zijn zeer westers georiënteerde catalogus wellicht niet dezelfde impact kan krijgen als hier.

Analisten wuiven de kanttekeningen voorlopig weg. Er valt nog genoeg te groeien vooraleer ze realiteit worden, luidt de redenering. Bovendien verkent Universal ook alternatieve inkomstenbronnen met zijn catalogus hits. UMG sloot onder andere deals met de fitnessgroep Peloton en Facebook en TikTok voor het gebruik van hun muziek. Die deals brengen nog weinig op, maar dat tout court nieuwe stromen ontstaan, geldt als positief.

Grainge maakt zich sterk dat UMG een rooskleurige toekomst wacht. In een interview met Financial Times vorige week kreeg hij de vraag of Vivendi er niet gewoon uit wil op de piek van de markt. In zijn zelfverzekerde stijl scheepte hij de interviewer af. ‘Ik ga al lang mee. Ik ben al meerdere malen tegen de vloer geslagen, en zowel privé als professioneel dood verklaard. Wat heb ik om nerveus over te zijn?’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud