Advertentie

Veroorzaken supersterbedrijven inflatie na de pandemie?

Containers in de haven van Los Angeles. Centraal bankiers erkennen dat de verstoring van de internationale aanvoerketens langer duurt dan gedacht. ©AFP

De verstoring van de productieketens duurt langer dan gedacht, maar dat verandert niets aan het inflatieplaatje, stelden centraal bankiers deze week tijdens de jaarlijkse Sintraconferentie. Komt het gevaar dan van supersterbedrijven die de digitale kloof met concurrenten uitdiepten tijdens de pandemie?

De pandemie liet zich deze week dubbel gelden bij de jaarlijkse Sintraconferentie van de Europese Centrale Bank (ECB). Fysiek, door de idyllische Portugese verzamelplaats Sintra in te ruilen voor een virtuele bijeenkomst van centraal bankiers en economen, die achter hun computerscherm deelnamen aan de debatten. Inhoudelijk was het coronavirus dan weer het allesoverheersende thema. Hoe moet het monetair beleid omgaan met de gevolgen van de pandemie - inclusief inflatie-opstoten - en welke structurele veranderingen zal de economie ondergaan?

Voor dat laatste keken twee interessante papers elk naar een specifieke erfenis van de pandemie: de al dan niet blijvende impact op de productiviteit via versnelde digitalisering en creatieve destructie, en de verder opgelopen bedrijfsschulden. De ene conclusie is al wat optimistischer dan de andere.

Maar eerst de centraal bankiers, die in een zeldzaam panelgesprek met Christine Lagarde (ECB), Jerome Powell (Amerikaanse Fed), Haruhiko Kuroda (Japanse centrale bank) en Andrew Bailey (Bank of England) aan de tand gevoeld werden over de inflatienaweeën van de coronacrisis.

We hebben de omvang en de duur van de aanbodbeperkingen verkeerd ingeschat.
Jerome Powell
Voorzitter Fed

Allen herhaalden ze het mantra dat de inflatieopstoot van de voorbije maanden een tijdelijk fenomeen is als gevolg van verstoringen in de wereldwijde aanvoerketens (chiptekorten, exploderende containerprijzen) en in arbeidsmarkten. ‘Het is cruciaal dat we niet overreageren op tijdelijke aanbodschokken’, onderstreepte Lagarde nog eens het voornemen van de ECB om een soepel beleid aan te houden.

Flessenhalzen

Niettemin gaven de centraal bankiers aan dat de opgedoken flessenhalzen in de aanvoerketens hardnekkiger zijn dan gedacht. ‘We hebben de omvang en de duur van de aanbodbeperkingen verkeerd ingeschat’, zei Powell. Hij vindt het ‘frustrerend’ dat dat een rem op het economisch herstel zet. Maar ook de Fed-baas ziet geen signalen dat de tijdelijke prijsstijgingen permanent dreigen te worden.

Op langere termijn kan de pandemie mogelijk wel inflatie creëren, opperde Lagarde. Ze verwees daarbij naar de ontdubbeling of het dichter bij huis brengen van de internationale supply chains van bedrijven, wat hen minder kwetsbaar moet maken voor schokken, maar tegelijk hogere kosten met zich meebrengt. Ook de transitie naar een groene economie kan volgens haar prijsverhogend werken, net als de consolidering van de macht van digitale supersterbedrijven, die makkelijker prijzen kunnen zetten in afwezigheid van voldoende concurrentie.

IMF-hoofdeconome Gita Gopinath stak de centraal bankiers een hart onder de riem: ook zij gelooft dat de inflatie ‘nog enkele kwartalen’ hoger zal blijven alvorens terug te vallen. Ze stipte aan dat loonstijgingen in de VS momenteel beperkt blijven tot enkele sectoren en dat verdere automatisering een rem zal zetten op de loongroei.

De Britse topeconoom Charles Goodhart was de eenzame tegenstem in het inflatiedebat. Hij gaf een synopsis van zijn recente boek, waarin hij waarschuwt dat de vergrijzing de beroepsbevolking zal doen krimpen en zo de lonen omhoog zal stuwen. Werknemers zien hun onderhandelingsmacht toenemen. Hij verwacht ‘snel oplopende arbeidstekorten in veel sectoren’ en ziet bovendien geen reden waarom de wereldwijde stijging van de vastgoedprijzen snel voorbij zou zijn. Als werknemers hogere lonen kunnen afdwingen ten koste van structureel stijgende winsten van bedrijven moeten we dat verwelkomen volgens Gopinath, die voor de rest Goodharts analyse niet echt deelde.

Marktmacht

Alleen lijkt het erop dat de marktmacht van ‘supersterbedrijven’ wel eens verder kan toenemen in de nasleep van de pandemie. OESO-econome Chiara Criscuolo waarschuwt daarvoor in haar paper over de impact van de coronacrisis op de productiviteit en de bedrijfsdynamiek.

Ze stelt vast dat de gemiddelde arbeidsproductiviteit - de reële productie per gewerkt uur - in Europa gestegen is in 2020. Dat komt omdat minder productieve sectoren zoals de horeca en het hotelwezen harder getroffen werden door de lockdowns dan productievere sectoren, waarbij de IT-sector er zelfs op vooruitging. Of de achterliggende shift in economische activiteiten tijdelijk of permanent is, valt voorlopig niet te zeggen en hangt onder meer af van eventuele wijzigingen in het consumentengedrag.

Wel duidelijk is dat de digitalisering - inclusief telewerk - een boost heeft gekregen en volgens Criscuolo ‘waarschijnlijk langetermijngevolgen zal hebben voor de productiviteitsgroei van bedrijven, maar ook voor de verdeling van die productiviteit tussen bedrijven en voor de marktmacht’. Voorlopig bewijsmateriaal wijst erop dat digitalisering en telewerk breed omarmd werden door het bedrijfsleven tijdens de pandemie, maar dat de ‘grotere, productievere en digitaal intensievere’ bedrijven met beter management de grootste digitale stappen gezet hebben.

Vooral de jobs van hogeropgeleiden komen in aanmerking voor telewerk, terwijl ondersteunende diensten zoals schoonmaakploegen klappen zullen krijgen als kantoorgebouwen inkrimpen.

Dat dreigt de tendens van de toenemende productiviteitsverschillen tussen bedrijven te versterken, en meteen ook de inkomensverschillen die daarmee gepaard gaan. Ook innovatie kan eronder lijden als achterblijvers en nieuwkomers ontmoedigd raken door de achterstand.

Daarnaast zijn er signalen dat de concentratie toeneemt, vooral in digitaal intensieve sectoren, zegt Criscuolo. Concurrentiewaakhonden hebben daarom na de pandemie een belangrijke rol te spelen, klinkt het. Positief is dat de toetreding van nieuwe bedrijfjes goed stand heeft gehouden in tegenstelling tot in de financiële crisis. Maar dan is het wel cruciaal dat zulke kleinere bedrijven kunnen opschalen, benadrukte professor economie John Van Reenen (London School of Economics). Daarvoor is een aangepast, ‘vooruitziend’ concurrentietoezicht nodig dat inschat of een overname van een start-up door een techgigant geen toekomstige concurrent voor het eigen dominante techplatform uitschakelt.

Innovatiekracht

De specifieke impact van telewerk op de productiviteitsgroei - een belangrijke, maar haperende motor van economische groei - is volgens Criscuolo ‘ambigu’. Op korte termijn is hogere groei mogelijk door lagere pendelkosten en grotere arbeidsefficiëntie. Op langere termijn kan telewerk wegen op de innovatiekracht door een rem te zetten op de (spontane) uitwisseling van ideeën wanneer mensen samenkomen én kan het de ongelijkheid verder vergroten. Vooral de jobs van hogeropgeleiden komen in aanmerking voor telewerk, terwijl ondersteunende diensten zoals schoonmaakploegen klappen zullen krijgen als kantoorgebouwen inkrimpen.

Geruststellender nieuws komt er van het schuldenfront, waar bedrijven hun schuldenberg verder zagen groeien tijdens de pandemie. In 2020 alleen stegen bedrijfsschulden als percentage van het bruto binnenlands product met 10 procentpunten in ontwikkelde economieën. En dat terwijl ze sinds de financiële crisis van 2008 al gevoelig aangedikt waren. Is de boom in bedrijfsschulden een potentiële molensteen voor het economisch herstel?

Niet meteen, stelt Moritz Schularick van de universiteit van Bonn. In tegenstelling tot een boom in gezinsschulden zoals bij de financiële crisis, laten bedrijfsschulden amper sporen na. Die eerste boom gaat vaak gepaard met een aanslepende recessie en een traag herstel. De tweede niet, als tenminste enkele voorwaarden vervuld zijn, zoals vlot werkende faillissementsprocedures en een banksysteem dat voldoende stevige kapitaalbuffers heeft en onder adequaat toezicht staat. Dat laatste om te vermijden dat zwakke banken krediet blijven verlenen aan zombiebedrijven om zo geen kredietverliezen te moeten erkennen. Volgens Schularick gaan er voorlopig geen knipperlichten af, al roept hij op de Europese banken toch maar in de gaten te houden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud