interview

‘Ik wil goud de plaats teruggeven die het verdient’

Met zijn pleidooi om het gewicht van goud in een beleggingsportefeuille op te trekken naar 5 à 10 procent, wapent aandelenbeliever Jan Longeval zich voor dreigende chaos op het moment dat de schuldenzeepbel barst. ‘Ik sluit de herinvoering van een goudstandaard niet uit.’

De goudprijs is sinds vorig jaar aan een remonte bezig. Ook de bitcoin - het ‘nieuwe goud’ - heeft de jongste maanden de wind in de zeilen. Jan Longeval, die carrière maakte als vermogensbeheerder en intussen de financiële consultant Kounselor leidt, ziet daarin een bevestiging dat het vertrouwen in het fiatgeld van overheden langzaam begint te wankelen nu de schuldopbouw ‘de spuigaten uitloopt’. Een mogelijke uitkomst is een terugkeer naar een goudstandaard, waarbij papieren geld (deels) gedekt is door de goudreserves van de centrale bank, zo betoogt hij in zijn boek ‘Heavy Metal’.

U bent altijd een overtuigd aandelenbelegger geweest. Waarom dan een boek over goud, dat een marginale rol speelt in een beleggingsportefeuille?

Jan Longeval: ‘Ik ben er wat toevallig ingerold nadat ik gevraagd werd ergens commentaar te geven op de markt van edelmetalen. Tegelijk was ik verwonderd over de opmars van cryptomunten als de bitcoin, die het nieuwe goud of e-goud genoemd worden en er ook alles aan doen om als goud afgebeeld te worden. Tot slot is er de enorme schuldopbouw in de wereld, die vragen oproept over wat goed en slecht geld is en de aandacht vestigt op de oplopende inflatie sinds de jaren 70, toen de link tussen geld en achterliggend goud doorgeknipt werd. Het succes van de bitcoin en de stijgende goudprijs kan je zo linken aan een groeiend wantrouwen in het geld van de overheid.’

‘Ik blijf wel een aandelenbelegger in hart en nieren. Op lange termijn kunnen niet-productieve activa zoals goud - dat geen cashflows genereert - niet op tegen het mirakel van de samengestelde intresten of de dividenden die obligaties en aandelen elk jaar weer genereren. Sinds 1900 bedraagt het reële rendement (na inflatie, red.) van een goudbelegging 0,8 procent per jaar. Voor Amerikaanse aandelen is dat 6,5 procent, terwijl de goudprijs ook nog eens sterker schommelt en dus risicovoller is. Maar goud past wel degelijk in een portefeuille, en ik wil het de plaats teruggeven die het verdient.’

Goud is veeleer een verzekering tegen chaos dan tegen inflatie.
Jan Longeval
Beleggingsexpert en auteur van ‘Heavy Metal’

Goud heet een verzekering te zijn tegen inflatie en chaos. Maakt het die reputatie waar?

Longeval: ‘Goud is veeleer een verzekering tegen chaos dan tegen inflatie. Goud is waardevast als je over vele decennia of zelfs eeuwen kijkt, maar over kortere periodes biedt goud niet altijd bescherming tegen inflatie. Het dankt die reputatie aan de jaren 70, toen na de Nixon-schok van 1971 (waarbij de VS de dollar niet langer inwisselbaar maakten tegen goud en zo het Bretton- Woodsmuntsysteem en de goudstandaard opbliezen, red.) de VS overgingen tot een enorme geldcreatie en daardoor ook de inflatie omhoogschoot. De goudprijs is toen meegestegen. Maar in de jaren 80 en 90 stagneerde de goudprijs, waardoor de waarde sterk werd uitgehold door inflatie. Het illustreert dat goud een momentumbelegging is, waarbij een overdreven opstoot gevolgd wordt door een terugval.’

‘Goud biedt wel bescherming tegen chaos, zoals de jaren 70, met zijn forse inflatie en olieschokken. Tijdens recessies en beurscrashes zet goud bijna zonder uitzondering een goed rendement neer, waardoor het geschikt is als diversificatie in de portefeuille. Dat geldt niet voor zilver, dat veel meer een industrieel metaal is en dus geneigd is mee kopje-onder te gaan tijdens een economische neergang. Zilver beschermt ook niet tegen inflatie.’

U wilt goud de plaats geven die het verdient. Hoe groot moet het gewicht in de portefeuille zijn?

Longeval: ‘Het basisprincipe van goed portefeuillebeheer is dat op lange termijn niets op kan tegen diversificatie. In de ultieme gediversifieerde portefeuille krijgt goud het gewicht dat het heeft ten opzichte van het geheel van ’s werelds financiële activa, dus inclusief aandelen en obligaties. Dan kom je aan zo’n 5 procent. Als je daar juwelen van aftrekt, krijg je een kleine 3 procent.’

‘Maar in de huidige context mag je het gewicht van goud tactisch verhogen tot 5 à 10 procent. Daar zijn twee redenen voor. De eerste is de wereld van negatieve reële rentes waarin we leven, zodat je als koper van Duitse overheidsobligaties geld moet afgeven in plaats van rente te krijgen. Goud heeft dan wel geen cashflow, het heeft ook geen negatieve cashflow.’

‘De tweede reden is de schuldopbouw die de spuigaten uitloopt. Eind 2019 stond de schuldenteller van de wereld al op 250.000 miljard dollar, of 322 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Dat is dan nog voor de coronacrisis en zonder rekening te houden met impliciete overheidsschulden zoals pensioenverplichtingen. Het klopt dat de rente vandaag laag is, zodat de rentelasten van de VS maar 2,5 procent van het bbp bedragen. Maar dat voedt gevaarlijke ideeën zoals de oprukkende Moderne Monetaire Theorie (MMT), die stelt dat de opeenstapeling van overheidsschulden geen probleem is.’

‘Het negeert de realiteit dat de beurs en de economie een niet-lineair systeem zijn: zodra een kritisch punt bereikt wordt, ontploft de ballon. De kalmte vandaag op de obligatiemarkt - met haar lage rentes - creëert dan ook een vals gevoel van veiligheid. Als het vertrouwen plots verdwijnt, zal de rente omhoogschieten in tandem met een ontsporende inflatie, wat trouwens geen hyperinflatie hoeft te zijn. Overheden krijgen dan problemen om hun schulden af te lossen, met een diepe economische crisis als resultaat. Mogelijk krijgt goud dan opnieuw een grotere rol in het monetaire systeem. Zie het als een verzekeringspolis tegen calamiteiten in het monetaire bestel.’

Wat kan de ballon doen ontploffen?

Longeval: ‘Dat is moeilijk te voorspellen. Het kan een fait divers zijn. Het is ook goed mogelijk dat het pas over één of vijf of tien jaar gebeurt, of dat de schuldratio eerst nog naar 1.000 procent van het bbp klimt. Wat zeker lijkt, is dat we ons niet uit de schulden zullen kunnen groeien. De vergrijzing en de lage productiviteitsgroei wegen te structureel op onze economische groei.’

‘Intussen leven we sinds de jaren 70 in een wereld met fiatgeld, zonder link met een tastbaar actief zoals goud. Ons geld is een puur psychologische constructie, louter gebaseerd op ons vertrouwen in de overheid. Dat vertrouwen is er nog, maar begint hier en daar al te wankelen. De opmars van cryptomunten illustreert dat.’

Is de waarde van goud, met zijn beperkte industriële toepassingen, ook niet voor een groot deel psychologisch?

Longeval: ‘De monetaire dimensie van goud heeft inderdaad met psychologie te maken, maar goud geniet het voordeel van natuurlijke schaarste. Sinds 1900 is het wereldwijde aanbod van goud gemiddeld met 1,9 procent per jaar gestegen. Dat is bescheiden, en bovendien is volgens schattingen al zo’n 80 procent van al het bereikbare goud bovengehaald. Dat percentage komt opvallend overeen met het aantal bitcoins dat al gemijnd is, dat volgens het bitcoinprotocol gelimiteerd is op 21 miljoen stuks. Fiatgeld daarentegen kan met een druk op de knop à volonté gecreëerd worden.’

Op welke manier ziet u goud een comeback maken in ons monetaire systeem?

Longeval: ‘Dankzij zijn schaarste is goud een goed ankerpunt van waarde in ons internationale monetaire systeem. Vandaag speelt de dollar die ankerrol, maar in landen als China en Rusland groeit het ongenoegen over het misbruik van de VS van zijn dollardominantie via de talloze handelssancties die ze opleggen. Alles wat via het dollarsysteem langs de VS passeert, valt onder de jurisdictie van het Amerikaanse gerecht, wat de VS veel macht geeft. Om die reden zie je China en Rusland al jaren goudreserves opbouwen, anticiperend op een monetaire reset, wat in de geschiedenis geregeld gebeurt. Op de dollarstandaard komt stilaan sleet.’

China en Rusland bouwen al jaren goudreserves op, anticiperend op een monetaire reset.
Jan Longeval
Beleggingsexpert

‘Ik sluit niet uit dat we naar een herinvoering van een goudstandaard gaan. Ik besef dat dat een heel delicate oefening is. Het is onmogelijk al het geld 100 procent met goud af te dekken. Daarvoor is de geldhoeveelheid sinds begin de jaren 70 te veel gestegen, terwijl de goudreserves van de centrale banken min of meer stabiel zijn gebleven.’

‘Als je dat wel zou proberen, zou de goudprijs naar een stratosferisch hoog niveau moeten stijgen. Als de VS dat zouden doen tegen bijvoorbeeld een goudprijs van 50.000 dollar per troy ounce (tegenover de huidige 1.810 dollar, red.) zou heel de wereld zijn goud aan de Amerikanen willen verkopen, waardoor in de VS een verwoestende hyperinflatie zou ontstaan. Dat is ondenkbaar, al houdt dat schreeuwerige goudgoeroes niet tegen om met zulke scenario’s kleine beleggers te verleiden met de belofte van makkelijke rijkdom.’

‘Een terugkeer naar een goudstandaard kan enkel in combinatie met een grote monetaire en budgettaire discipline. Hoe meer vertrouwen mensen in het systeem hebben, hoe lager je de benodigde reserveratio - het percentage goud tegenover geld - kan leggen.’

De herinvoering van een goudstandaard lijkt radicaal en haast ondenkbaar. Wat met de duidelijke handicaps, zoals het feit dat de economische groei wordt overgeleverd aan de beperkte beschikbaarheid van goud, met mogelijke deflatie en depressies als gevolg?

Longeval: ‘Ik houd niet van het woord ondenkbaar. Ik sluit een nieuwe goudstandaard niet uit zodra je stress in het systeem krijgt. Het idee begint te leven, niet alleen bij iemand als de Amerikaanse president Donald Trump, maar ook in groeilanden, waar 40 procent van de centrale banken zegt goud aan te houden met een monetaire reset in het achterhoofd.’

‘Een goudstandaard heeft nadelen, maar alles hangt af van de variant die je kiest. Als je het onoordeelkundig doet, riskeer je door de rigiditeit van het systeem nefaste effecten, die de economische groei kunnen fnuiken. Maar vergeet niet dat je als centrale bank goud kan bijkopen om de kloof met de nodige geldhoeveelheid te dichten. Bovendien zal de reële economische groei in het Westen de komende decennia sowieso maximaal 1 procent per jaar bedragen. Fiatgeld is evenmin perfect: het is te weinig rigide, met ontsporende schulden tot gevolg.’

‘Op lange termijn blijf ik een fundamentele optimist, maar ik voel me veiliger met een dosis goud die het verschil kan maken als het ooit grondig verkeerd loopt. Als er ooit chaos uitbreekt, kan de goudprijs stijgen naar een veelvoud van de huidige prijs. De intrinsieke waarde van goud - de kostprijs om het te mijnen en te verwerken, inclusief de winstmarge - bedraagt 1.500 dollar. Dat betekent dat je met de huidige prijs een premie van dik 300 dollar of 17 procent betaalt om je permanent te beschermen tegen monetaire chaos. Dat is heel redelijk.’

Goudmijnaandelen zijn een indirecte manier om de goudprijs te bespelen, maar helaas ook een heel inefficiënte.
Jan Longeval
Beleggingsexpert

Er zijn diverse manieren om in goud te beleggen, van fysiek goud over trackers tot goudmijnaandelen. Hoe kies je?

Longeval: ‘De manier waarop je in goud belegt, hangt af van de reden waarom je erin belegt. Als je het doet als verzekering tegen onheil ben je veroordeeld tot fysiek goud. Het is de enige manier om buiten het financiële systeem te blijven, ook al ben je snel 1 tot 5 procent kwijt aan aan- en verkoopkosten. Omdat de productie van goudstaafjes minder kost dan die van munten betaal je als belegger een kleinere premie - of meerprijs tegenover de marktprijs - voor staafjes dan voor munten.’

‘Als je actief op de goudprijs wil inspelen, zijn beursgenoteerde fondsen of trackers die zelf in fysiek goud beleggen de beste optie. Hun kostenratio schommelt rond een aanvaardbare 0,2 à 0,4 procent, met daarnaast nog transactiekosten.’

‘Goudmijnaandelen zijn een indirecte manier om de goudprijs te bespelen, maar helaas ook een heel inefficiënte. Over heel lange periodes schommelen hun koersen bijna dubbel zoveel als de goudprijs, en tegenover dat extra risico staat geen extra rendement. Sinds 1996 heeft een belegging in goudmijnaandelen zelfs bijna niets opgeleverd. Die wanprestatie heeft een dubbele oorzaak. Ten eerste is de goudmijnbouw een extreem onzekere, crazy business, waarbij 99 procent van alle exploraties op niets uitdraait. Ten tweede kan je niet naast de laakbare managementpraktijken kijken, met managers die zichzelf gigantische bonussen en lonen uitkeren. Wie toch in goudmijnen wil beleggen, moet heel selectief zijn.’

‘Intussen heb je ook e-goud zoals de bitcoin, dat een digitale imitatie is van fysiek goud en diens inherente schaarste. Het probleem is dat je naast de bitcoin nog duizend andere cryptomunten hebt, wat ingaat tegen het idee van schaarste. De bitcoin heeft misschien het voordeel de eerste te zijn, maar ook in de bitcoin zijn er aftakkingen waar alternatieve munten gecreëerd worden. Terwijl de kans niet onbestaande is dat de bitcoin aanvaard wordt als algemeen betaalmiddel, is er het politieke risico dat overheden dat niet zomaar laten gebeuren. Ze zien het als een bedreiging voor hun monetaire hegemonie.’

Jan Longeval - Heavy Metal: alles wat je moet weten over beleggen in goud - 312 blz., 28,50 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud