5 redenen om uw fonds in een verzekeringsjasje te stoppen

©Mediafin

De verkoop van beleggingsverzekeringen zit in de lift. Maar waarom zou u in zo’n tak23-fonds stappen?

In 2017 stegen de inlagen in tak23-fondsen met bijna 40 procent, en die trend zette vorig jaar door. Bij Belfius was sprake van een groei met 25 procent. Athora, voorheen Generali, spreekt van 18 procent groei en P&V zag een verdrievoudiging tegenover 2016. Exacte cijfers voor de hele sector zijn er nog niet, maar volgens Assuralia-woordvoerder Wauthier  Robyns is op basis van voorlopige cijfers inderdaad sprake van een ‘duidelijke groei’.

De populariteit van tak23 heeft gedeeltelijk te maken met het feit dat zijn broertje tak21 wat uit de gratie van de spaarders is gevallen. Tak21-verzekeringen bieden een gegarandeerde rente. Om die garantie te kunnen nakomen leunen de rendementen van die producten aan bij de risicovrije rentes die op de markt te vinden zijn. In de huidige omgeving betekent dat uiterst lage rendementen. Tak23-producten beogen hogere rendementen. Ze zijn gekoppeld aan beleggingsfondsen en nemen dus meer risico.

Nagenoeg alle verzekeraars bieden toegang tot fondsen van externe fondsenhuizen.

De zoektocht naar meer rendement is niet de enige reden voor de populariteit van tak23-fondsen. Wijzigingen in de fiscaliteit, zoals de hogere roerende voorheffing en de effectentaks, treffen enkel de klassieke fondsen en niet de tak23-fondsen. Bovendien kan ook de fiscale regularisatie een rol spelen. Sinds het begin van de vierde regularisatieronde in 2016 werd al voor meer dan 1 miljard euro aan zwart geld aangegeven. In sommige gevallen gaat het om bedragen die in een Luxemburgse levensverzekering waren ondergebracht en waarvan de verzekering op einddatum komt. Een regularisatie van die bedragen is vaak de enige uitweg om het geld opnieuw te kunnen investeren. Mogelijk kiezen de fiscale zondaars om een deel van dat geregulariseerd vermogen te herinvesteren in een (Belgische) tak23.

Al bij al blijven de bedragen in tak23 wel nog relatief beperkt. Het uitstaande vermogen bedraagt volgens de recentste cijfers 32 miljard euro (eind 2017). Ter vergelijking: klassieke bancaire beleggingsfondsen staan in voor bijna 200 miljard euro.

Jarenlang hadden tak23-fondsen een kwalijke reputatie. Een gebrek aan transparantie en enkele ongelukken met exotische buitenlandse tak23-fondsen drukten de populariteit. Nieuwe Europese regels  maken tak23-fondsen veel transparanter. Net als bij gewone fondsen moeten ook tak23-fondsen een  informatiedocument ter beschikking stellen. Daarnaast legt de zogenoemde IDD-richtlijn strikte regels op over beleggingsadvies om de belangen van de klanten beter te behartigen.

De voorgaande maatregelen hebben het speelveld van tak23-fondsen en dat van bancaire fondsen dichter bij  elkaar gebracht, al blijven er nog belangrijke verschillen. We sommen er vijf op die aantonen dat tak23-fondsen een toegevoegde waarde kunnen hebben in uw portefeuille.

1. Begunstigde

Tak23-fondsen zijn verzekeringscontracten. In zo’n contract moet u aanduiden wie de verzekeringnemer is, wie de verzekerde en wie de begunstigde. Bij het overlijden van de verzekerde wordt het kapitaal aan de begunstigde overgemaakt, na afhouding van de erfbelasting. Die constructie kan handig zijn voor iemand die wil dat een deel van zijn vermogen bij zijn overlijden in handen komt van de kleinkinderen of van vrienden, zonder dat hij of zij tijdens het leven de controle op dat kapitaal verliest.

Uiteraard is bij dergelijke constructies sprake van erfenisrechten. Toch zijn er mogelijkheden om die te vermijden. Dan moet u wel bereid zijn de controle over het kapitaal dat u wilt schenken af te staan. Dat is bijvoorbeeld het geval als ouders eerst het geld aan hun kind schenken. Als de ouders niet overlijden binnen drie jaar is die schenking vrij van schenkingsrechten. Vervolgens sluit het kind een tak23-contract af met de ouders als begunstigde en het kind als verzekerde. Op de eindvervaldag van het contract komt het geld in handen van het kind. Als het kind zou overlijden, krijgen de ouders het geld terug. Die technieken maken van tak23-fondsen dus een handige tool om aan successieplanning te doen.

2. Langetermijnsparen

Tak23-fondsen kunnen ook gebruikt worden in het kader van het langetermijnsparen. Dat is een extra vorm van fiscaalvriendelijk pensioensparen die niet verward mag worden met het individueel pensioensparen. Bij individueel pensioensparen kunt u via een tak21-product, een tak23-fonds of een bancair pensioenspaarfonds jaarlijks tot 980 euro of tot 1.260 euro storten. Daarop is een belastingvermindering van respectievelijk 30 of 25 procent van toepassing. Die vorm van pensioensparen kunt u doen tussen  18 en 64 jaar, op voorwaarde dat u een belastbaar  inkomen geniet.

Kosten: aandachtspunt bij tak23

Tak23-fondsen kampen nog steeds met hun reputatie dat ze stevige kosten aanrekenen. De instapkosten lopen soms op tot 6 procent, al zijn er ook verzekeraars, zoals Federale Verzekering, die geen instapkosten aanrekenen. Verzekeraars geven aan dat de geafficheerde tarieven steeds maxima zijn, en dat tussenpersonen doorgaans lagere tarieven aanrekenen.

Het komt er als belegger steeds op aan over die kosten te onderhandelen. Instapkosten van bijvoorbeeld 4 procent kunnen een stevige impact hebben op het rendement. Zeker omdat er nog een verzekeringstaks van 2 procent is.

Daarnaast rekenen tak23-fondsen jaarlijkse beheerskosten aan. Die bedragen doorgaans tussen 0,7 en 1,2 procent. Die kosten komen boven op de kosten van de onderliggende externe fondsen. Belegt u bijvoorbeeld in een fonds van een buitenlands fondsenhuis via tak23, dan moet u de totale kosten van het onderliggende fonds, bijvoorbeeld 1,5 procent, vermeerderen met de beheerskosten van het overkoepelende tak23-fonds, bijvoorbeeld 1 procent. Dat betekent dat de beheerder in dit geval al jaarlijks een rendement van minstens 2,5 procent moet halen om de kosten te compenseren. Let op: die kosten worden in mindering gebracht van de inventariswaarde, zodat u ze dus niet afzonderlijk betaalt.

Schenk dus voldoende aandacht aan de kosten als u in een tak23-fonds stapt. Alleen dan kunt u vermijden dat de voordelen van zo’n product tenietgedaan worden door de kosten.

Langetermijnsparen is fiscaal aantrekkelijk als uw fiscale korf nog niet volledig gevuld is met uw hypothecaire lening of de premie van uw schuldsaldoverzekering. De premies die u stort in de tak21- of tak23-verzekering kunt u fiscaal in mindering brengen. Het maximale bedrag dat u in mindering kunt brengen, hangt af van uw inkomen. Voor 2019 mag het gestorte bedrag niet hoger zijn dan 2.350 euro. Het fiscaal voordeel bedraagt 30 procent.

Om recht te hebben op een fiscaal voordeel moet de levensverzekering wel een looptijd van minstens tien jaar hebben en voor uw 65ste zijn afgesloten. In tegenstelling tot bij individueel pensioensparen kunt u na uw 64ste het fiscaal voordeel van dit  systeem blijven genieten, op voorwaarde dat u aan de twee eerder vermelde voorwaarden voldoet.

De fiscale kosten bestaan enerzijds uit een verzekeringstaks van 2 procent die op elke premiestorting verschuldigd is, en anderzijds uit een (bevrijdende) anticipatieve heffing van 10 procent op het opgebouwde kapitaal (exclusief winstdeelname) wanneer u de leeftijd van 60 jaar bereikt. Hebt u uw contract na uw 55ste afgesloten, dan gebeurt die heffing op de tiende verjaardag van uw contract. Ter ver gelijking: bij individueel pensioensparen is geen  verzekeringstaks van toepassing en bedraagt de  anticipatieve taks op 60 jaar 8 procent.

Ook voor zelfstandigen kunnen tak23-fondsen een fiscaalvriendelijke oplossing bieden. In de opbouw van een aanvullend pensioen via hun zelfstandige activiteit kunnen zelfstandigen kiezen voor zowel een VAPZ-verzekering (Vrij Aanvullend Pensioen Zelfstandigen) als een POZ-verzekering (Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen). Dat laatste kan zowel via een tak21- als een tak23-verzekering.

De premies betaald in het kader van het VAPZ zijn integraal aftrekbaar als beroepskosten. Berekend  tegen de marginale aanslagvoet betekent dat al vlug een belastingbesparing van 50 procent van de gestorte premies. De POZ-premies leveren een belastingvermindering op van 30 procent. In tegenstelling tot het VAPZ kunnen zelfstandigen zoveel storten in de POZ als ze zelf willen, zolang ze zich maar houden aan de 80 procentregel. Die houdt in dat de som van het wettelijk pensioen (de eerste pensioenpijler) en het opgebouwde kapitaal in de tweede pijler niet  hoger mag zijn dan 80 procent van het gemiddelde inkomen van de afgelopen drie jaar.

 

 3. Gunstigere fiscaliteit

 De fiscaliteit van tak23-fondsen verschilt duidelijk van die van bancaire fondsen. Bij tak23-fondsen is enkel sprake van een verzekeringstaks van 2 procent bij de instap. Bij bancaire fondsen is sprake van een roerende voorheffing en een beurstaks. De roerende voorheffing van 30 procent is van toepassing op eventuele dividenden die de fondsen uitkeren. Voorts is er een roerende voorheffing bij de verkoop van een fonds dat minstens 10 procent belegt in rentedragende producten (obligaties, geldmarktinstrumenten,...). Het gaat dan onder meer over gemengde fondsen en obligatiefondsen. Er is ook een beurstaks van 1,32 procent van toepassing bij de verkoop van een kapitalisatiefonds, een fonds dat geen dividenden uitkeert.

In enkele jaren tijd is de fiscaliteit van bancaire fondsen fors verzwaard. In 2011 bedroeg de roerende voorheffing nog 15 procent, de helft van het niveau van vandaag. Ook de beurstaks lag enkele jaren geleden met 0,5 procent gevoelig lager. Het is duidelijk dat die belastingverhogingen ertoe geleid hebben dat tak23-fondsen interessanter werden.

 

4. Toegang tot externe beheerders

Een belangrijk verschil tussen verzekeraars en banken heeft te maken met het aanbod van fondsen. Terwijl de meeste banken zich beperken tot de eigen huisfondsen, rekenen verzekeraars veel vaker op externe beheerders. Nagenoeg alle verzekeraars, op KBC en Federale Verzekering na, bieden toegang tot fondsen van externe fondsenhuizen (zie tabel).

Kapitaalbescherming bezig aan opmars

Verschillende verzekeraars bieden ook varianten op tak23-fondsen aan waarbij het risico van de fondsen verminderd wordt. Zo is het bij vele verzekeraars mogelijk de veilige tak21 te combineren met de risicovollere tak23. U belegt dan bijvoorbeeld 50 procent in een fonds en 50 procent in een spaarverzekering.

Voorts bieden sommige verzekeraars ook tak23-fondsen met kapitaalbescherming aan. Vorig jaar lanceerde Belfius gestructureerde tak23-producten waarbij het kapitaal beschermd is voor 100 of 90 procent.

Bij Baloise Insurance is het populairste fonds het BFI C-Quadrat Arts Balanced Fund. Dat is een trendvolgend mathematisch fonds waar een automatische stoploss (bescherming tegen zware verliezen) is ingebouwd.

Ook andere verzekeraars bieden dergelijke beschermingsproducten. Uiteraard heeft die bescherming een kostprijs en moet u een deel van het rendement opofferen in ruil voor gemoedsrust.

AG Insurance hanteert een multimanagement-strategie. ‘Die aanpak gebruikt de expertise van verschillende fondsenbeheerders in een structuur van fondsen van fondsen. We geven een mandaat aan verschillende fondsenbeheerders. Zo blijven we eigenaar van de dakfondsen en werken de beheerders binnen onze structuur en volgens onze strategie en voorwaarden’, zegt woordvoerder Gerrit Feyaerts.

Belfius Insurance lanceerde in september vorig jaar de tak23 KITE. Daarmee biedt de verzekeraar onder eenzelfde contract een ruime selectie van tak23-fondsen aan. ‘Het gaat om een 40-tal fondsen van 23 nationaal en internationaal gerenommeerde fondsenhuizen’, luidt het. Allianz werkt uitsluitend met externe beheerders, met uitzondering van het fonds Allianz Immo Invest. Baloise Insurance werkt samen met vijf beheerders, waarvan een intern: Baloise Fund Invest.

5. Effectentaks

Ook voor de effectentaks is er een verschil tussen bancaire fondsen en tak23-fondsen. Onder de toepassing van de taks vallen onder meer aandelen (niet op naam), obligaties, kasbons en beleggingsfondsen. Levensverzekeringen (tak21- en tak23-producten) zijn vrijgesteld.

De effectentaks is sinds vorig jaar van kracht en belast beleggers met meer dan 500.000 euro op hun effectenrekeningen over alle banken heen. De taks bedraagt 0,15 procent op de waarde van hun beleggingen. Wie dus op de rand van 500.000 euro balanceert, is sneller geneigd om voor bijkomende investeringen de voorkeur te geven aan tak23-fondsen in de plaats van bancaire fondsen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect