'De VS zijn de leiders in technologie, Europa leidt in fondsen'

Marnix Arickx. ©Diego Franssens

‘We zijn als Europeanen soms te bescheiden. De voorbije 30 jaar hebben we van Europese fondsen de wereldstandaard gemaakt en zijn ze een exportproduct geworden. Azië droomt daar al jaren van.’ Dat zegt Marnix Arickx, de voorzitter van de Belgische fondsenfederatie Beama en CEO van BNP Paribas Asset Management Belgium.

De 52-jarige Arickx, die sinds 2017 voorzitter is van Beama, is gepokt en gemazeld in de fondsenindustrie. In 1990 begon hij bij de toenmalige Generale Bank op de strategieafdeling. ‘Ik stond toen mee in voor de ontwikkeling van referentie-indexen waarmee de prestatie van fondsen kon worden vergeleken met de prestatie van de markt. Tot dan bestond het concept van benchmark niet’, zegt hij.

Woensdag 20/11, gratis bij De Tijd

Magazine fondsen met onder meer: 

Fondsen voor ondernemers boomen door beurshausse
De favoriete fondsen van Vincent Vandorpe (Puillaetco Dewaay)

In 1995 groeide Arickx door naar een verkoopfunctie voor institutionele klanten. ‘Ik deed toen zowel de prospectie van nieuwe klanten en het verzorgen van de klantenrelatie als het beheer van de aandelen- en obligatieportefeuilles. Dat is vandaag compleet ondenkbaar.’

De toegenomen professionalisering voltrekt zich volgens Arickx al jaren in alle lagen van de Europese fondsensector. ‘In 30 jaar is Europa uitgegroeid tot de standaard van fondsen. We hebben met UCITS (een Europees paspoort voor fondsen, red.) een sterk kader gecreëerd dat de belegger een enorme bescherming biedt.’ Die bescherming vindt Arickx cruciaal. ‘Mensen vertrouwen hun geld toe aan ons, dus we moeten daar de grootste zorg voor dragen.’

In 2012 werd hij hoofd van de Belgische tak van BNP Paribas Asset Management. ‘Ik heb drie grote fusies meegemaakt. Eerst die van Generale Bank en ASLK, vervolgens Fortis en ABN AMRO en ten slotte Fortis en BNP Paribas’, zegt hij.

‘Dat waren de moeilijkste periodes in mijn loopbaan. Fusies creëren altijd een dynamiek omdat je tegenover mensen komt te staan met dezelfde functies, en dan moet er vaak een keuze gemaakt worden tussen beiden. Je wordt plots collega’s, maar tegelijk ben je concurrent van elkaar. Dat brengt altijd spanningen teweeg.’

Fusies en overnames in de fondsensector hebben niet kunnen beletten dat het aantal fondsen in Europa ontzettend groot blijft, zeker in vergelijking met de Verenigde Staten. Hoe komt dat?
Marnix Arickx: ‘In de Verenigde Staten zit het gros van het vermogen in fondsen die gekoppeld zijn aan zogenoemde 401k-plannen, de tweede pensioenpijler. Het is die tweede pijler die de sector in de VS gigantisch maakt. In Europa is die tweede pijler veel minder ontwikkeld. Er zijn plannen voor een pan-Europees pensioenfonds, maar die zijn nog pril.’

‘De belangrijkste reden waarom er veel meer fondsen in Europa zijn, heeft te maken met de lokale verschillen in de 27 landen van de Europese Unie. Niet alleen voor de fiscaliteit, maar ook in beleggingscultuur. Italianen zullen graag Italiaanse overheidsobligaties kopen, maar voor een Duitser ligt dat al heel wat moeilijker. En dus werkt een bepaald type fonds niet zomaar in elk land. Daardoor zal het aantal fondsen in Europa altijd groter zijn dan dat in de VS. Voorts zijn er in Europa geen echt grote Europese banken of distributeurs zoals in de VS. BNP Paribas Asset Management heeft bijvoorbeeld kernactiviteiten in België, Frankrijk, Luxemburg en Italië. Dat maakt van ons een grote Europese speler, maar uiteindelijk zijn we maar actief in vier van de 27 landen. Er zijn geen Europese spelers die in alle 27 landen actief zijn.’

Ik geloof niet dat de fondsensector 100 procent digitaal zal worden. Het menselijk contact blijft belangrijk.

Betekent dat dat de creatie van een eengemaakte Europese fondsenmarkt, die toch al in 1990 in gang werd gezet, niet echt is gelukt?
Arickx: ‘Daar ga ik niet mee akkoord. Waar velen aan voorbijgaan, is dat UCITS de wereldstandaard is geworden in de fondsenindustrie. We zijn soms jaloers op de VS omdat Amerikanen de ontwikkelingen in technologie en sociale media sturen. Maar als we kijken naar de fondsenwereld, dan is die Europees gestuurd. UCITS-fondsen worden verkocht in Azië, Japan en Latijns-Amerika. Ze zijn een exportproduct dat wereldwijd gebruikt wordt. Dat is een fenomenaal succes. Azië probeert al jaren een paspoort voor fondsen te creëren, maar dat lukt maar niet. Wij hebben het al 30 jaar.’

‘Een belangrijke bijkomstigheid is dat UCITS ook werkgelegenheid creëert. De fondsen zijn van Europees recht, en dat betekent dat de depothouder hier zit en dat de berekening van de inventariswaarde en alle administratie hier gebeuren. Ook voor de bescherming van de klant is UCITS een succes. Het regelgevend kader voor de fondsen is duidelijk gedefinieerd. De particuliere belegger is heel goed beschermd. Er zijn erg weinig ongevallen met die UCITS. En dan verwijs ik niet naar de onderliggende beleggingen van de fondsen, waarmee uiteraard verliezen geboekt kunnen worden, maar naar het product zelf.’

De bescherming van de beleggers is een goede zaak, maar in de sector klinkt het dat de balans is doorgeslagen. De opeenstapeling van regelgevingen verzwaart de kostenbasis, wat ook in het nadeel van de belegger kan zijn. De Europese MiFID II-richtlijn is een goed voorbeeld.
Arickx: ‘Had je aan elke financiële instelling gevraagd of er na de financiële crisis meer regelgeving moest komen, dan hadden ze allemaal volmondig ja gezegd. Maar de balans mag inderdaad niet doorslaan. We hebben geen problemen om vragen te stellen over de afkomst van geldstromen, maar we zijn nog altijd commerciële instanties, geen politiemannen. We moeten erover waken dat we niet in de rol geduwd worden van onderzoeksrechter. Vergeet niet dat de boetes torenhoog zijn als we in de fout gaan. Maar een systeem dat 100 procent sluitend is, bestaat niet. En dus creëer je het gevaar dat je spelers uit de markt duwt omdat de controles onbetaalbaar worden.’

‘Wat de Europese richtlijn MiFID II betreft, die heeft zeker nut. Zo zijn aanbieders van fondsen verplicht na te gaan of het product dat ze verkopen geschikt is voor de belegger. De verantwoordelijkheid is door MiFID II duidelijk verlegd van de klant naar de verkoper. Het positieve van de richtlijn is dus dat je als klant de garantie hebt dat je een geschikt product krijgt. Maar ook hier is er een keerzijde aan de medaille. De banken hebben meer papierwerk. Dat verklaart waarom ze met profielen werken en voor elk profiel een beleggingsoplossing voorstellen.’

Krijg je daardoor niet steeds meer eenheidsworst in het aanbod?
Arickx: ‘Je krijgt inderdaad meer standaardisatie. Maar is dat een probleem? De smartphone die hier op tafel ligt, is in zekere zin ook gestandaardiseerd. Elk merk heeft maar een beperkt aantal modellen waaruit je kan kiezen. Welnu, ik heb niet de indruk dat mensen hun gading niet vinden in het aanbod van smartphones.’

‘Voor de fondsensector komt het erop aan het evenwicht te vinden. Enerzijds moet je een voldoende aantal oplossingen aanbieden, anderzijds moet alles beheersbaar en kostenefficiënt blijven, en moet je de belegger voldoende beschermen. Ik denk dat dat evenwicht er is. Mocht de sector echt standaardiseren, dan zou je zien dat de profielfondsen in alle Europese landen dezelfde zijn. Maar dat is niet het geval. Fondsenhuizen hebben dat geprobeerd, maar het werkt niet. De lokale voorkeuren van beleggers spelen nog een te grote rol.’

Een ander gevolg van MiFID II is dat banken verplicht een kostenoverzicht moeten geven. Gaat de transparantie daar te ver?
Arickx: ‘Dat is in Beama besproken, en ieder fondsenhuis is voorstander van meer transparantie. We hebben er niets op tegen om open te zijn over de kosten. Het kostenoverzicht (dat begin dit jaar voor het eerst naar beleggers werd gestuurd, red.) heeft trouwens relatief weinig deining doen ontstaan. Dat wijst erop dat het met die kosten al bij al nog zo slecht niet zit als sommigen doen uitschijnen.’

‘Het kostenbewustzijn bij beleggers is wel duidelijk toegenomen. Niet alleen door dat overzicht, maar ook door de opkomst van de trackers (beursgenoteerde indexfondsen, red.) en door de lagerenteomgeving die de beleggingsopbrengsten verkleint.’

Vormen trackers steeds meer een bedreiging voor actief beheerde fondsen, die per definitie duurder zijn?
Arickx: ‘Ik vind dat de markt hier haar werk moet doen. Er zijn verschillende waardevolle modellen. De klant moet kiezen wat hem het best ligt. Daarbij moet hij in de eerste plaats focussen op de dienstverlening die hij wil, de kosten komen op de tweede plaats. Vergelijk het met het renoveren van een badkamer. Of je doet het helemaal zelf, van begin tot einde. Of je schakelt een loodgieter in voor de delicate werken en je doet de rest zelf, of je besteedt alles uit. In de fondsenwereld is het net zo. Kies je voor trackers, dan moet je alles zelf doen. Kies je voor advies, dan helpt een adviseur je met de keuze van fondsen. Of je kan ook kiezen voor discretionair beheer. Dan kiest een beheerder voor jou de fondsen. Elk model heeft zijn waarde, en de belegger moet zelf kiezen. Maar de focus moet in de eerste plaats op de dienstverlening liggen, niet op de kosten.’

Er zijn ook spelers, zoals de robotadviseurs, die proberen beide te combineren. Ze bouwen modelportefeuilles met goedkope trackers zodat de belegger alles kan uitbesteden en tegelijk lagere kosten betaalt.
Arickx: ‘Ook daar moet de markt haar werk doen. Het is goed dat er een breed aanbod is. Dat houdt de markt scherp en is in het voordeel van de belegger. Er zullen zeker klanten zijn die zo’n portefeuille willen, maar er zijn er ook voor wie dat niet de beste oplossing is. Vaak is de menselijke relatie daar beperkt. Bovendien zijn trackers niet in alle segmenten de beste oplossing. Hoogrentende obligaties zijn bijvoorbeeld een segment waar je met trackers moeilijker op kunt inspelen.’

Rendement is ook belangrijk voor de belegger. Verschillende studies wijzen erop dat actief beheerde fondsen niet beter presteren dan de index.
Arickx: ‘Dat wil ik nuanceren. Studies vergelijken actieve fondsen met hun referentie-index, maar die index is een theoretisch product. Een betere vergelijking zou de vergelijking met trackers zijn, die ook (lage) kosten hebben. Ten tweede moet je rekening houden met de dienstverlening. Fondsen worden aangeboden in een adviesrelatie, terwijl bij trackers de klant alles zelf moet doen. In de fondsen zit dus ook een gedeelte advieskosten.’

‘Los daarvan klopt het dat verschillende actieve beheerders de oefening moeten maken, en moeten kijken of hun fondsen wel nog leefbaar zijn.’

Hoe denkt u dat de digitalisering de fondsenwereld kan veranderen?
Arickx: ‘Je moet een onderscheid maken tussen twee luiken. In de back- en de middle office is de digitalisering al 30 jaar bezig. Toen ik begon, werden orders manueel verwerkt. Vandaag verloopt dat automatisch. We hebben nood aan mensen die problemen oplossen. Mensen die, als er iets misloopt in de automatisatie, de klanten te woord kunnen staan en het euvel verhelpen. Het tweede luik omvat de impact van digitalisering op de relatie met de klant. Klanten willen meer digitaal interageren. Ze willen de stand van hun portefeuille realtime kunnen zien, niet in een kwartaaloverzicht op papier. Maar ik geloof niet dat de klantenrelatie 100 procent digitaal kan verlopen.’

‘Ervaringen met robotadviseurs tonen aan dat mensen tot 95 procent meestappen in het verhaal van compleet digitaal advies, maar in de laatste stap haken ze af omdat ze menselijk contact willen. Ze willen nog een vraag stellen aan een fysieke persoon of bevestiging krijgen van hun beslissing. Een volledige digitalisering zie ik dus nog niet gebeuren.’

Vandaag staat 280 miljard euro geparkeerd op spaarboekjes. Ondanks verschillende pogingen geraakt dat geld niet gemobiliseerd in de economie. Hoe komt dat?
Arickx: ‘Vanuit economisch standpunt is de rente van 0,11 procent op een spaarboekje een anomalie. De Europese Centrale Bank heeft de depositorente (de rente die van toepassing is op de cashoverschotten die de banken parkeren bij de centrale banken van de eurozone, red.) verlaagd tot -0,5 procent. De logica zou zijn dat spaarders ook dat negatief rendement krijgen. Maar de wetgever heeft beslist de minimumrente op 0,11 procent te zetten. Ik spreek me niet uit of dat een goede zaak is of niet, maar het is een feit dat dit een hogere rente is dan de marktrente.’

‘De vraag is: is het voor de spaarder op termijn ook de verstandigste strategie om zijn geld op een spaarboekje te laten staan? Ik denk het niet. Ik denk dat gemengde fondsen die gebonden zijn aan een profiel een goed antwoord bieden om op middellange termijn een beter rendement te krijgen en de inflatie te kloppen.’

Vanuit economisch standpunt is 0,11 procent rente op een spaarboekje een anomalie.

Aanbieders van fondsen klagen dat het niet makkelijk is in België om beleggers warm te maken voor fondsen, omdat de reclame streng gereguleerd is. Hoe kijkt u daarnaar?
Arickx: ‘Als sector ondersteunen we de fundamentele doelstelling van de Belgische regelgeving dat er eerlijk en correct gecommuniceerd moet worden over fondsen. De voordelen mogen niet uitvergroot worden terwijl de risico’s in een voetnootje staan. Dat er een controle moet gebeuren voor de publicatie van de reclame is ook een goede zaak. Want dan is zowel de spaarder als de sector zeker dat alles in orde is.’

‘Het gevolg is dat er extreem weinig klachten zijn over marketingmateriaal. Toch kan ik begrijpen dat het lastig is, zeker voor internationale huizen die minder vertrouwd zijn met België. Europese marketingcampagnes zijn moeilijk, omdat het marketingmateriaal voor België moet worden aangepast.’

Worden internationale fondsenhuizen benadeeld tegenover de Belgische, die nog hun eigen distributienetwerk hebben en minder afhankelijk zijn van grote marketingcampagnes?
Arickx: ‘Dat vind ik wat overdreven. Natuurlijk zou het beter zijn mochten er in Europa uniforme regels over marketingmateriaal bestaan. Er zijn initiatieven om tot meer harmonisatie te komen, en die juichen we toe. Maar je kan moeilijk de Belgische regels eerst afschaffen tot die Europese regels er zijn.’

De balans mag niet doorslaan: wij zijn commerciële instanties, geen politiemannen.

Ook voor de fiscaliteit is België complexer dan de buurlanden. Hebt u daar moeite mee?
Arickx: ‘We zijn absolute voorstander van een eenvoudige, transparante en stabiele fiscaliteit. De hoogte van de belastingen is een zaak voor de politiek. We vragen een gelijk speelveld waarbij beleggingsfondsen, verzekeringen en gestructureerde producten hetzelfde worden behandeld. Het probleem in België is dat de fiscaliteit te veel verandert, waardoor de onzekerheid en de complexiteit te groot zijn. Het gevolg is dat beleggers zich te veel laten leiden door fiscaliteit en te weinig door hun doelstellingen.’

Probeert Beama de politici daarvan te overtuigen?
Arickx: ‘Als er contacten met de regering zijn, proberen we altijd onze principes te verdedigen. Maar het probleem beperkt zich niet tot de fondsen. Ook in de hele personen- en de vennootschapsbelasting is de complexiteit groot en de stabiliteit beperkt. Eigenlijk zou er eens een tabula rasa van de fiscaliteit in België moeten komen, maar de budgettaire ruimte is daarvoor meestal te beperkt.’

U werkt al bijna 30 jaar in de fondsensector. Wat heeft u de meeste voldoening gegeven?
Arickx: ‘Onze sector blijft toch vooral een virtuele wereld. Men spreekt van honderden miljoenen euro’s, duizenden aandelen, tracking errors... Toen ik institutionele klanten bediende, zaten daar grote professionele spelers bij, maar ook enkele stichtingen en vzw’s. Ik haalde veel voldoening uit het bedienen van de tweede categorie, omdat ik hard voelde wat mijn toegevoegde waarde was voor die mensen. Wat zij vooral van mij wilden horen, was: ik beheer jullie centen als een goede huisvader. Het was een vertrouwensband, en daar komt het in deze sector op neer.’

Woensdag 20/11, gratis bij De Tijd

Magazine fondsen met onder meer: 

Fondsen voor ondernemers boomen door beurshausse
De favoriete fondsen van Vincent Vandorpe (Puillaetco Dewaay)

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect