Actieve beheerders bijten tanden stuk op annus horribilis

©Filip Ysenbaert

Het nu al historische jaar 2020 was voor de actieve fondsbeheerder een uitdaging. Minder dan de helft van de beheerders klopte de markt, al vormden de beleggers in Belgische aandelen wel een uitzondering.

Verschillende onderzoeken hebben al aangetoond hoe moeilijk het voor de actieve beheerder is om beter te doen dan de markt. De SPIVA Europe Scorecard van Dow Jones, die jaarlijks de succesratio van actieve beheerders in kaart brengt, toont aan dat slechts een minderheid van de fondsen op lange termijn beter doet dan de index. Voor velen bewijzen die cijfers dat beleggers maar beter in goedkope trackers kunnen beleggen, dan in duurdere actief beheerde fondsen.

Ook in het bewogen jaar 2020 bleven de meeste fondsen die in België worden aangeboden achter op hun index, leert een onderzoek van de redactie. Al lopen de succesratio’s, afhankelijk van de beleggingscategorie, fel uiteen. Vijf conclusies.

1/ Te veel indexknuffelaars

Een van de redenen waarom een grote groep actieve beheerders slechte cijfers voorlegt, heeft te maken met de ‘closet indexers’. Dat zijn actief beheerde beleggingsfondsen die in de praktijk heel nauw aanleunen bij de index. ‘Die indexbeleggers, die nog uit de spreekwoordelijke kast moeten komen, verstoren het beeld over de toegevoegde waarde van actief beheer’, zegt Lodewijk van der Kroft, de managing director van de Franse vermogensbeheerder Comgest. Het Franse fondsenhuis gaat prat op zijn zeer actieve manier van beheer. ‘Alleen echt actief vermogensbeheer is de premie waard die ervoor wordt gevraagd’, zegt Van der Kroft.

Beleggers die zulke actief beheerde fondsen willen opsporen, kijken het best naar de ‘active share’. Dat percentage geeft aan hoeveel een fonds van de index afwijkt. Een percentage van 0 betekent dat het een puur indexfonds is. Een percentage van 100 betekent dat geen enkele positie in het fonds ook in de index zit. ‘Helaas zijn er veel te veel dure actieve fondsen in de markt die sterk lijken op de index en daardoor onvoldoende mogelijkheden hebben om hun hoge beheerskosten goed te maken’, zegt Van der Kroft. ‘Passief beleggen is de verstandige keuze voor beleggers die zich niet in staat achten de echt actief beheerde fondsen te selecteren.’

Niet alle actieve beheerders zijn transparant over die active share. U moet al veel geluk hebben om het cijfer op een fondsenfiche te vinden. Soms is het ook opgenomen in het jaarverslag. Een alternatieve manier om indexknuffelaars te herkennen is de prestatie van het fonds over verschillende jaren te vergelijken met zijn referentie-index. Lopen de prestaties gelijk, dan is de kans groot dat u met een indexknuffelaar te maken hebt.

2/ Te weinig stockpickers

Actief beheer kenmerkt zich vooral door de mate waarin een beheerder los van de referentie-index zijn fonds beheert. Morgan Stanley bewees vorig jaar wat het resultaat kan zijn van een stockpickingstrategie. Zowel het Global Advantage Fund (+75%) als het Emerging Leaders Equity Fund (+45%) was in 2020 een primus in zijn categorie. ‘We hanteren een bottom-upaanpak en focussen op kwaliteitsbedrijven die inzetten op groei. Covid heeft de al zichtbare structurele veranderingen versneld. Onder meer op digitalisering spelen we al langer in’, zegt Vishal Gupta, die het groeimarktenfonds van Morgan Stanley beheert. Volgens Gupta wordt het ook in de groeimarkten almaar uitdagender om beter te doen dan de index. ‘De aanwezigheid van een groeiende groep van lokale institutionele beleggers heeft de markt veranderd. Toch geloven we dat onze lange aanwezigheid in de groeimarkten en onze consequente aanpak voordelen bieden om goede resultaten te blijven boeken’, zegt hij.

Passief beleggen is de goede keuze voor beleggers die zich niet in staat achten de echt actief beheerde fondsen te selecteren.
LODEWIJK VAN DER KROFT
COMGEST

Bij de Europese aandelen was DPAM Equities Euroland een goede presteerder. ‘We bleven tijdens de crisis focussen op de lange termijn en op ondernemingen met een solide balans. Verder waren we al goed gepositioneerd op structurele trends zoals digitalisering’, zegt beheerder Koen Bosquet.

Een gelijkaardig geluid bij Comgest Growth Europe Opportunities. ‘Onze aanwezigheid in de sector van de gezondheidszorg en in de sectoren die profiteren van de digitalisering was een pluspunt. Enkele voorbeelden zijn Sartorius en Lonza, die leveren aan vaccinproducenten. Adyen profiteerde dan weer van de groei van digitale betalingen.’

Wie actief op zoek gaat naar aandelen, moet ook tegendraads durven te zijn. Zelfs in de hard getroffen sector van de luchtvaartmaatschappijen vond Comgest beleggingskansen. ‘De Hongaarse budgetvlieger Wizz Air verkleinde de voorbije maanden zijn kostenbasis en lanceerde tegelijk nieuwe routes. We geloven dat Wizz Air sterker uit de crisis zal komen en beter in staat zal zijn de groeikansen te grijpen’, zegt Van der Kroft.

2020 was het eerste jaar sinds 2011 waarin onze strategie niet beter presteerde dan de markt index in een dalende markt.
JAN SYTZE MOSSELAAR
ROBECO

Diezelfde tegendraadse visie vinden we bij Mainfirst Global Equities, een andere winnaar van 2020. ‘Hoewel technologie een sleutelsector is voor de toekomst, houden we slechts één FAANG-aandeel (Facebook, Amazon, Apple, Netflix en Google/Alphabet) in portefeuille. We geloven dat er slimmere manieren zijn om te profiteren van de technologische vooruitgang. We denken dat de halfgeleiderindustrie nog vele jaren zal groeien door de noodzaak aan datacentra’, zegt fondsbeheerder Frank Schwarz.

Hetzelfde horen we bij Xavier Hovasse, hoofd aandelen bij Carmignac en fondsbeheerder van Carmignac Emergents. Het groeimarktenfonds boekte in 2020 een rendement in euro van meer dan 40 procent. ‘2020 was het jaar van de versnelling van een nieuwe industriële revolutie, de digitale revolutie. Ons fonds focust al jaren sterk op dat thema. We waren geïnvesteerd in de leiders van de e-commerce en van de onlinebetalingen in Latijns-Amerika, Zuid-oost-Azië en Polen. We hadden ook beleggingen in de halfgeleidersector in Zuid-Korea. In China hebben we de aandelen uit de oude economie vermeden (banken, bouwsector, mijnen) om te beleggen in sectoren uit de nieuwe economie, zoals clouddiensten en e-commerce.’

Afwijken van de index kan zich ook tegen het fonds keren. Dat overkwam Robeco QI Emerging Conservative Equities in 2020. ‘Onze strategie zit onderwogen in de grote vier indexnamen: Tencent, Alibaba, Samsung en Taiwan Semi, die samen meer dan 20 procent van de index vertegenwoordigen. Voorts hadden we geen posities in Chinese e-commerceplatforms en werden enkele aandelen met laag risico hard geraakt door de lockdown. Voorbeelden zijn Mexicaanse luchthaven- operators en Chinese snelweguitbaters’, zegt beheerder Pim van Vliet.

Drie kansen op vijf om Bel20 te kloppen

Het gros van de beheerders van Belgische aandelenfondsen mag het in 2020 beter hebben gedaan dan de Bel20, hun succesratio is niet elk jaar even groot. Voor de elf fondsen die vandaag nog beschikbaar zijn, gingen we na in hoeveel procent van de jaren ze beter deden dan de Bel20-index. Wat blijkt: gemiddeld halen de fondsen een succesratio van 58 procent. Dat betekent dat ze het in zes van de tien jaar beter doen dan de Bel20. De beste leerling van de klas is KBC Equity Flanders, met een succespercentage van bijna 70 procent. De voorbije 23 jaar deed het fonds het 16 keer beter. AXA B Equity Belgium en Rivertree Equity Belgium vervolledigen de top drie, met succespercentages die iets lager liggen. Onderaan in de rangschikking vinden we Argenta Belgische aandelen en KBC Equity Belgium, met percentages van respectievelijk 35 en 41 procent.
Ondanks de bescheiden jaarlijkse succespercentages doet het gros van de Belgische aandelenfondsen het op lange termijn wel beter dan de Bel20-returnindex. Van de negen fondsen die al meer dan 20 jaar bestaan, deden over die 20-jarige periode acht het beter dan de index. Het gemiddelde fonds haalde een jaarreturn van 5,2 procent, tegenover 3,6 procent voor de Bel20.

Maar een slecht jaar hoeft niet te betekenen dat u met een slecht fonds te maken hebt. ‘2020 was het eerste jaar sinds het begin van het fonds in 2011 waarin de strategie niet beter presteerde dan de marktindex in een dalende markt. Dat had alles te maken met de unieke impact van de pandemie en de ontzettende rally van de technologieaandelen, waarbij jaren van toekomstige winstgroei naar voren is gehaald, getuige de hoge waarderingen van deze populaire aandelen’, vervolgt fondsbeheerder Jan Sytze Mosselaar.

3/ Een foute stijl

Soms ligt de verklaring voor een mindere prestatie ook in de specifieke stijl van het fonds. Dat overkwam de Britse vermogensbeheerder Schroders met enkele van zijn fondsen. Drie wereldwijde aandelenfondsen, SISF Global Recovery, SISF Global Equity Yield en SISF Gobal Dividend Maximiser, verloren in 2020 meer dan 13 procent. De fondsen hanteren een waardeaanpak en die bleek de voorbije jaren niet lucratief.

‘Data toonden de voorbije decennia aan dat beleggen in waardeaandelen - aandelen die op basis van waarderingsratio’s goedkoop lijken - sterk rendeert op lange termijn. Maar de voorbije jaren doen die waardeaandelen het systematisch slechter. De coronacrisis heeft die trend nog versterkt. Terwijl ons hele leven veranderd is, speelt de aandelenmarkt nog altijd hetzelfde oudje liedje. Groeiaandelen leiden de dans, terwijl waardeaandelen afzien. Hoewel dat op korte termijn pijnlijk is, geloven we dat een herstel van de waardeaandelen in zicht is. Als de markten hun blik opnieuw op waarderingen richten, zullen die het veel beter doen. We weten niet wanneer de omslag komt, wel dat de situatie niet houdbaar is. De waarderingsverschillen tonen aan dat de markt waardebeleggers een unieke kans biedt, een die zich maar een keer per generatie voordoet’, zegt de beheerder.

Een ander voorbeeld is het Templeton European Opportunities Fund. Het fonds verloor in 2020 meer dan 18 procent. ‘Een combinatie van onzekerheid over de macro-economische vooruitzichten en sommige aandelenspecifieke redenen woog op het rendement’, zegt Franklin Templeton Investments.

Onze duurzaamheidsstrategie loodste ons naar bedrijven die zich verantwoordelijk gedragen in de maatschappij.
JULIANA HANSVEDEN
NORDEA ASSET MANAGEMENT

Het fonds heeft zijn strategie bijgestuurd. ‘Sinds het eerste kwartaal van 2020 is een nieuwe beheerder aan de slag die het fonds de voorbije maanden transformeerde. De focus lag op het verbeteren van de kwali- teit van de aandelen in de portefeuille en op het verbreden van het universum. Er werden meer sectoren opgenomen en ook op het vlak van de marktkapitalisatie is een verbreding gebeurd. Voorheen had het fonds bijvoorbeeld geen blootstelling aan de farmasector en hadden kleinere aandelen de bovenhand. We geloven dat die inspanningen vruchten zullen afwerpen. Dat bleek al tijdens het vierde kwartaal van 2020’, luidt het.

4/ Duurzame redding

Wie beter wil doen dan de index, moet focussen op duurzame beleggingen, lijkt de nieuwe mantra. Verschillende fondsen die er in 2020 met kop en schouders bovenuit staken, hanteren een duurzame beleggingsstrategie. Nordea Emerging Stars Equity is een voorbeeld. ‘Onze ESG-analyse - ESG staat voor Environment, Social en Governance en bundelt duurzame beleggingsprincipes - loodste ons naar bedrijven die zich verantwoordelijk gedragen in de maatschappij en oplossingen bieden voor een duurzame wereld. Daarbij versterken ze hun merkten. Een goed voorbeeld is Lojas Renner, een Braziliaanse kledijgroep die haar winkels sloot om werknemers en klanten te beschermen’, zegt de fondsbeheerder Juliana Hansveden. ‘Onze focus op bedrijven die sterk scoren in ESG leidt tot behoorlijke afwijkingen op sectorvlak. We zijn doorgaans zwaar onderwogen in energie en materialen, iets wat positief bleek in 2020. Er zullen zeker jaren zijn waarin die positionering tegen ons zal spelen. Maar op lange termijn rendeert dit’, luidt het.

We schrikken er niet voor terug te beleggen in bedrijven met kleine marktkapitalisaties. De Belgische visvijver is er een van kleintjes.
Jérôme Antonini
AXA B Fund equity Belgium

Ook Carmignac ziet de positieve gevolgen van een duurzame aanpak. ‘Mede daardoor konden we wegblijven van oliebedrijven, die in de groeimarkten doorgaans in handen zijn van de overheid, en vermeden we luchtvaartmaatschappijen en mijngroepen die in het verleden controversieel bleken’, zegt beheerder Xavier Hovasse.

Kleine markt, kleine verschillen

Hoe kleiner de markt, hoe kleiner de rendementsverschillen tussen het best en het slechtst presterende fonds. Zowel op één als op vijf jaar zijn de rendementsverschillen het grootst in de categorie internationale aandelen, veruit de grootste visvijver voor aandelenbeleggers. De rendementsverschillen zijn het kleinst in de categorie van Belgische aandelen, met bijna 110 aandelen de kleinste visvijver voor beheerders.

Candriam SRI Equity Emerging Markets, een andere outperformer bij de groeimarktfondsen, draagt het Belgische duurzaamheidslabel Towards Sustainability. ‘De belangrijkste verklaring voor onze prestatie was de goede aandelenselectie. In de eerste jaarhelft hadden we grotere posities in technologie, onlinediensten en gezondheidszorg. In de tweede jaarhelft, toen de hoop op een vaccin groeide, zijn we geëvolueerd naar meer cyclische waarden’, zegt de beheerder.

5/ Geconcentreerde markten

Terwijl in grote aandelenmarkten minder dan de helft van de fondsen het beter doet dan de index, lijkt dat in een geconcentreerde markt als de Belgische beter te lukken. De geconcentreerde samenstelling van de Bel20-index noopt beheerders af te wijken van de index omdat ze gebonden zijn aan strikte beleggingsregels. In hun fonds mag geen enkel aandeel een groter gewicht dan 10 procent krijgen, en alle posities tussen 5 en 10 procent mogen samen niet meer dan 40 procent van het fonds uitmaken.

Dat beheerders van de index moeten afwijken, lijkt in de meerderheid van de gevallen een voordeel. Zowel in 2020 als over de voorbije vijf jaar deed een meerderheid van de fondsen het beter dan de Bel20. Vorig jaar ging het over negen van de elf fondsen.

Econopolis Belgian Champions haalde het hoogste rendement. Als enige fonds kon het een positieve return (2,9 procent) voorleggen. AXA B Equity Belgium beperkte het verlies tot -0,5 procent. terwijl de Bel20-returnindex, dus inclusief dividenden, 7,2 procent verloor.

Jérôme Antonini, de beheerder van AXA B Fund Equity Belgium, verwijst naar de juiste aandelenkeuzes. ‘In het coronajaar deden vooral defensieve kwaliteitsaandelen zoals Sofina, Lotus Bakeries, WDP, UCB of Elia het goed. Tegelijk was het fonds minder blootgesteld aan meer cyclische en financiële aandelen’, zegt hij. De beheerder laat zich niet leiden door de marktindexen voor zijn aandelenkeuzes. ‘Onze doelstelling is niet de index te verslaan, wel te beleggen in bedrijven die duurzame economische groeivooruitzichten bieden. Voorts schrikken we er niet voor terug in deze geconcentreerde markt terug te grijpen naar bedrijven met kleinere marktkapitalisaties. De Belgische markt is een visvijver van kleintjes’, wijst Antonini op nog een succesfactor.

Ook Argenta Belgische aandelen deed het met een negatieve return van -1,7 procent op relatieve basis zeer goed. ‘We hebben een duidelijke voorkeur voor kwaliteit. Dat betekent rendabele bedrijven met een gezonde balans en groeiperspectief. En we konden dit jaar ook zwaar afgestrafte aandelen vermijden, zoals Kinepolis of de traditionele banken’, zegt Vincent Coppée, de beheerder van het fonds.

Aan de andere kant van het spectrum staat het fonds Ducal Equity Belgium, een fonds dat vanuit Antwerpen en Luxemburg beheerd wordt door Anphiko Asset Management. Het fonds, dat een waardeaanpak hanteert, boekte een verlies van 19,5 procent. Ook DPAM stond aan de kant van de verliezers in 2020. Het fonds moest 7,5 procent prijsgeven. Voor het derde jaar op vier bleef het fonds onder de prestatie van de Bel20.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud