'Beursreactie op coronacrisis heeft weinig met beleggen te maken'

©Mary Turner/Panos Pictures

‘De forse beursverliezen door de coronacrisis zeggen meer over de tijdelijke massahysterie van de maatschappij dan over beleggen. Wie belegt in goede bedrijven moet zich geen zorgen maken, ook niet in crisistijden als deze.' Dat zegt de Britse fondsbeheerder Terry Smith, die door zijn beursprestaties de Europese Warren Buffett wordt genoemd.

Eind februari, nog voor de grote coronastorm, ontmoeten we de 66-jarige Terry Smith in zijn kantoor in Londen, dat vanop de 16de verdieping een prachtig uitzicht biedt op de Londense skyline. Zelfs poserend voor de fotograaf behoudt Smith zijn focus op de bedrijven waarin hij investeert. ‘Is dat daar niet de hoofdzetel van Diageo?’, vraagt hij luidop, terwijl hij door het raam tuurt. De sterkedrank van Diageo is maar een van de vele consumptiegoederen die de vitrinekasten in het kantoor vullen. ‘Beleggen is al abstract genoeg, we willen tastbaar maken waarin we beleggen, ook voor onze eigen mensen. Vandaar de koekjes, het toiletgerief en de medicijnen die we hier tentoonspreiden.’ 

Het magazine 'Fonds', woensdag 25 maart gratis bij De Tijd

  • Dossier Fund Awards: de beste fondsen op een rij
  • De impact van corona op uw fonds

 

Smith komt slechts enkele malen per jaar naar Londen. Zijn fonds beheert hij vanuit Mauritius. Vandaag komt hij over voor de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van het fonds. ‘We verwachten deze avond 1.200 beleggers. Dat is een record’, zegt hij. Met zijn aandelenfonds, dat Smith in 2010 oprichtte, slaagde hij er elk jaar in beter te doen dan de markt (MSCI World), wat hem de status van Europese Warren Buffett bezorgde. Ook tijdens de coronacrash hield het fonds relatief goed stand (sinds begin dit jaar -20,9% in euro versus -28,9% voor MSCI World). Zijn vlaggenschipfonds telt vandaag 18 miljard euro onder beheer. ‘Er komt onvermijdelijk een dag waarop we het minder zullen doen. Maar ook dan zal ik niet afwijken van mijn strategie’, zegt de man met 46 jaar beurservaring op de teller. 

Die vastberadenheid uit zich ook in een van zijn hobby’s, kickboksen. ‘Het is de brutaalste sport, maar tegelijk ook de meest nobele en elegante. Het respect tussen boksers is groot, en om een kamp te winnen moet je vastberaden zijn. In elk gevecht is het de man die bereid is te sterven die wellicht zal overleven’, zegt hij. 

De strijd tussen de fondsbeheerders hebt u de voorbije jaren met brio gewonnen. Waarom slaagt u erin te beleggen in winnende bedrijven, terwijl dat voor andere fonds­beheerders veel moeilijker lijkt? 

Terry Smith over...

AB InBev:                           

‘We zijn al lang negatief over dit bedrijf. Niemand kan zich naar groei ­besparen.’ 

Colruyt:                               

‘Het beste Belgische bedrijf. Het heeft één probleem: supermarkten reizen niet.’

L’Oréal:                         

‘L’Oréal is een fantastisch bedrijf: het verkoopt niet het product, het verkoopt hoop. En hoop wordt nooit goedkoop.’

Zijn kinderen:                     

‘Ik ben bereid hen genoeg hulp te geven om iets te doen, maar ik ben niet bereid hen genoeg hulp te geven om niets te doen.’

Terry Smith: ‘De meerderheid van de fondsenhuizen doet niet wat ze zeggen. Ze beleggen niet in goede bedrijven, maar in eender welke oude rotzooi. In de eerste plaats gaan ze op zoek naar iets wat goedkoop is. Maar dat is niet de eerste vraag die je moet stellen als belegger. De eerste vraag is: wil ik het bedrijf bezitten? Uiteraard zijn er ook fondsenhuizen die verder kijken, maar dan hangt het nog af van hoe ze bedrijven analyseren. Sommigen zeggen: we ontmoeten het management en stellen vragen. Wel, dat is geen goede manier om een bedrijf te leren kennen. Fondsbeheerders moeten geen psychologen zijn. Als een bedrijf goed is, dan zit dat in de cijfers. En dus moet je jaarverslagen analyseren, en dieper graven. Maar de meerderheid van de analisten en fondsbeheerders leest die verslagen niet eens. 

Hoe bent u daar zo zeker van? 

Smith: ‘Toen we ons fonds in 2010 lanceerden, maakten we een analyse van IBM. Toen we de jaarrekening doorploeterden en berekeningen maakten, merkten we een verschil van 1,9 miljard dollar (1,7 miljard euro) in de gerapporteerde cashflow. Toen we het bedrijf daarover aanspraken, gaf het ons gelijk. Wel, die cijfers waren nochtans al negen maanden eerder gepubliceerd. Geen enkele analist of fondsbeheerder had IBM daar ooit een vraag over gesteld. Het jaarverslag doorbladeren in je bad is helemaal iets anders dan alle cijfers uitpluizen.’  

Het jaarverslag doorworstelen is natuurlijk één zaak. Maar is beleggen ook niet anticiperen op de toekomst? 

Smith: ‘Dat is ook de reden waarom we in voorspelbare bedrijven beleggen. In biotech bijvoorbeeld zullen we nooit beleggen. Er zijn vier stappen in de commercialisering van een medicijn en er is een kans van 1 op 10.000 dat een medicijn uit de eerste fase uiteindelijk goedgekeurd wordt. En dan verwachten we dat beleggers die geen wetenschapper zijn dat kunnen voorspellen? Het bedrijf zelf kan het nog niet. Terwijl ik wel kan voorspellen hoeveel papieren zakdoekjes (wijst naar een doos die in de kast staat, red.) volgend jaar zullen worden verkocht. De trends daarin veranderen niet dramatisch.’ 

Kan disruptie er niet toe leiden dat het inkomstenmodel in een sector volledig op zijn kop wordt gezet? 

'De beursreactie op de coronacrisis zegt meer over de tijdelijke massahysterie van de maatschappij dan over beleggen.'

Smith: ‘Ik vind disruptie overroepen. Het is helemaal niet zo dramatisch als sommigen doen uitschijnen. Als je naar de geschiedenis kijkt, stel je vast dat alles al verschillende keren disruptie heeft gekend. Sommigen zeggen dat het nu sneller gaat, maar daar ga ik niet mee akkoord. Kijk naar de textielindustrie. Het spinnewiel creëerde een enorme disruptie. Er waren mannen, de zogenaamde luddieten, die met hamers machines kapotsloegen uit protest tegen de veranderingen. Ook de transport­sector heeft al een enorme disruptie gekend. We gingen van kanaal naar spoorweg naar snelwegen. En ook in de communicatie ging het snel: telegraaf, telefoon, radio, televisie. Disruptie is dus al meer dan 200 jaar bezig.’

Belegt u ook in de FAANG-aandelen (Facebook, Amazon, Apple, Netflix en Google/Alphabet)? 

Smith: ‘Van die vijf aandelen hebben we alleen Facebook. Het bedrijf haalt 30 procent return op kapitaal en groeit 30 procent per jaar. Dat zal onvermijdelijk dalen, maar het bedrijf heeft wel 2 miljard gebruikers. Voor consumptiebedrijven is Facebook heel belangrijk. De marketingafdelingen doen niets anders dan naar ­Facebook en Google kijken. In ­Google beleggen we niet. Voor de advertentiemarkt zit het wel in een soort duopolie met Facebook, maar het bedrijf haalt geen hoge returns op kapitaal. En we denken te weten hoe dat komt. Sinds de start heeft Google al meer dan 200 overnames gedaan. Allemaal rampen. Ze hebben die bedrijven gekocht om de concurrentie te vernietigen.’ 

Wat vindt u van Amazon en ­Netflix? 

'Ik vind disruptie overroepen. Het is helemaal niet zo dramatisch als sommigen doen uitschijnen.'

Smith: ‘Amazon genereert geen geld. Dat is problematisch. Gemiddeld is een order op Amazon een aankoop van 8,32 dollar. De gemiddelde kostprijs om dat order uit te voeren is 10,59 dollar. Sommigen zeggen dat Amazon een liefdadigheids­instelling is voor consumenten, die gefinancierd wordt door Wall Street. Wel, ik ga daarmee akkoord. Ook Apple hebben we niet. De prestatie van Apple in het verleden werd duidelijk bepaald door Steve Jobs. De persberichten van Apple gaan niet over de cashflow of de omzet, maar over één ding: de verkoop van de iPhone. Netflix hebben we ook niet. Ze zitten in de streamingoorlog. Maar daar zijn ze in concurrentie met Apple, Amazon, Disney... Ik heb geen idee wie die oorlog gaat winnen. Brian Pitman, die CEO was van Lloyds Bank, zei ooit: soms produceren sectoren geen winnaars, maar enkel verliezers.’ 

Staan er ook Belgische bedrijven op uw radar? 

Smith: ‘Momenteel niet. Ten eerste moeten we gezien de omvang van het fonds in grote bedrijven beleggen. Geen van de grote Belgische bedrijven voldoet aan onze kwaliteitscriteria. We zijn al veel langer dan vandaag negatief over AB InBev. De brouwer heeft nooit een duurzaam zakenmodel gehad. Hij heeft nooit successen gekend op basis van organische groei. De kostenbesparingen waren indrukwekkend, maar niemand kan zichzelf naar groei besparen. Zeker niet in een biermarkt die aangetast wordt door strengere regelgeving over alcohol.’

‘We beleggen ook niet in banken of verzekeringen, en dus zijn KBC en Ageas nooit een optie geweest. Voorts mijden we chemie, waardoor Solvay niet op onze lijst staat. Het beste Belgische bedrijf is volgens mij Colruyt. Het wordt zeer goed geleid, maar botst op de landsgrenzen. Het probleem is dat supermarkten niet reizen. Als supermarkten zich elders proberen te vestigen, is dat vaak een ramp. Kijk naar wat gebeurd is met Tesco, Marks & Spencer en Carrefour.’ 

Welke positie in uw fonds geniet nu uw grootste overtuiging? 

'De Euro­pese Unie is een ondemocratische instelling.'

Smith: ‘Op lange termijn is dat zeker L’Oréal. Dat is een fantastisch bedrijf. Het is de grootste cosmeticaspeler ter wereld, in handen van een familiale aandeelhouder, en dus goed geleid. Dat bedrijf haalt gigantische marges. Het koopt iets voor 2 en verkoopt het voor 10. L’Oréal heeft dus een enorme prijsmacht. En weet je waarom? Het verkoopt niet het product, maar het verkoopt hoop. En hoop wordt nooit goedkoop. L’Oréal komt ook in veel lijsten naar voren als een heel duurzaam bedrijf. Het heeft ook goed ingespeeld op de digitalisering. Vroeger werden cosmetica verkocht in warenhuizen, en werd er geadverteerd in tijdschriften. Nu verlopen de advertenties via sociale media.’ 

U zegt dat u enkel aandelen verkoopt als u denkt dat u fout was. Als we naar de prestatie van uw fonds kijken, bent u wellicht niet vaak fout geweest? 

Smith: ‘O jawel, ik ben zeker vaak fout. Het meest ben ik nog fout als ik een bedrijf verkoop dat het nadien uitstekend doet. Domino’s Pizza is er zo één. Belangrijker dan het verkopen is de discipline vast te houden aan kwaliteit. Kijk, we zullen niet falen als we niet de 28 beste bedrijven ter wereld hebben. We zullen ook niet falen als we eens een bedrijf kopen dat het niet zo goed doet als we dachten. Maar we zullen wel falen als we, gemiddeld gesproken, beleggen in bedrijven die niet van goede kwaliteit zijn. Het enige wat telt, is de return op kapitaal die bedrijven realiseren en de winsten die ze boeken.’

U belegt meer dan 18 miljard pond. Steeds meer ogen zijn op u gericht. Vreest u niet het moment dat het eens wat minder gaat? 

'Ooit moet ik met pensioen, maar het zal wellicht niet mijn eigen keuze zijn.'

Smith: ‘Dat moment zal zeker komen, maar we zijn langetermijnbeleggers met een lange beleggingshorizon. Als mensen daar niet mee kunnen omgaan, dan zeggen we heel duidelijk: beleg niet bij ons. Het is zoals bij het wielrennen. Geen enkele renner wint elke rit van de Ronde van Frankrijk. Wij zullen ook niet elke etappe winnen, maar we willen wel de Ronde winnen.’

Creëert die ambitie geen druk? 

Smith: ‘Kijk, we vertellen mensen duidelijk wat we doen. We publiceren een handboek met onze beleggingsprincipes dat alle eigenaars van onze fondsen in handen krijgen. Voorts schrijven we elk jaar een brief aan de aandeelhouders en organiseren we een meeting voor hen, zoals vanavond. Maar ik besef heel goed, we mogen zoveel schrijven als we willen, sommigen zullen het niet gezien of gehoord hebben. En zelfs als ze geluisterd hebben, zullen er zijn die emotioneel reageren en hun geld weghalen. Ik kan daar weinig aan doen. Ik kan alleen blijven uitleggen wat we doen en aan onze strategie vasthouden.’ 

Gelden emoties niet voor een fondsbeheerder? Bestaat de kans niet dat u gebukt onder toenemende druk emotionele beleggings­beslissingen neemt? 

Smith: ‘Ik werk 46 jaar in de sector. Ik heb al heel wat meegemaakt. Toen ik begon in 1973 was er een staking in de mijnsector. We hadden maar drie dagen op vijf elektriciteit, er was een inflatie van 24 procent en sommige banken gingen failliet. Enkele jaren later gingen de rentevoeten onder Volcker en Reagan naar 15 procent. In 1987 was er Zwarte Maandag, waarop de Dow Jones-index 22,6 procent lager dook. In 1992 explodeerde de olieprijs door de inval in Koeweit naar 140 dollar per vat. En in 1997 beleefden we het kapseizen van het hefboomfonds LTCM en later het faillissement van Rusland. In 2000 volgde de internetcrisis en enkele jaren later de financiële crisis. Om maar te zeggen: ik heb al veel zien gebeuren en er moet al heel veel gebeuren opdat ik me zorgen maak.’

Wat denkt u dan van de coronacrisis? 

'Er komt zeker een moment waarop we minder goed presteren. Niemand kan elk jaar de beste zijn.'

Smith: ‘Er is natuurlijk een effect op de bedrijven en de economie, maar we mogen niet overdrijven. In 2008-2009 kende de wereld minstens drie kwartalen waarin de economie kromp. Nu hebben we er nog geen gehad. De inkomsten van de bedrijven in onze portefeuille bleven in 2008-2009 groeien, terwijl de aandelenkoersen zakten. Onze strategie draait niet rond het feit of de aandelenkoersen zullen dalen, wel hoe het bedrijf zal presteren tijdens een economische crisis. De beursreactie op de coronacrisis vertelt volgens mij meer over de tijdelijke massahysterie van de maatschappij dan over beleggen. Beleggen in goede bedrijven is de sleutel. Als je dat doet, en je kan je ogen weghouden van de Bloomberg-schermen, dan ben je goed bezig.’

Beleggers kunnen makkelijk via uw website inschrijven op het fonds. Dat zie je niet veel, vanwaar die aanpak? 

Smith: ‘We leven in de 21ste eeuw. Mensen boeken tickets online, kopen kledij online, waarom zouden ze geen fonds online kopen? We doen dat al vanaf dag 1. We zien het zeker niet als een probleem, eerder als een goede manier van communiceren want het is directe communicatie met de belegger. Tussenspelers creëren ruis en extra kosten. Ze leiden niet altijd tot betere informatie.’

Velen in de financiële sector zijn ­negatief over de brexit. U bent eerder positief. Waarom? 

BIO Terry Smith

- Geboren op 15 mei 1953.

- Studeerde geschiedenis aan University College in Cardiff en haalde een MBA aan The Management College.

- Werkte achtereenvolgens voor Barclays (1974-1983), Greenwell & Co (1984-1990), UBS (1990-1992) en Collins Stewart (1992-2000). Bij die laatste onder meer als CEO en voorzitter van de raad van bestuur.

- Richtte in 2010 FundSmith op, waarmee hij drie fondsen beheert. 

Smith: ‘Ik vind de Europese Unie een ondemocratische instelling. Het is een mercantilistisch handelsblok, niet gebaseerd op vrije handel. En ik denk dat het het minst concurren­tiële handelsblok is in de wereld. Het werkt voor enkele lidstaten wel, zoals voor de Duitsers, die export­gedreven zijn. Ik zie de brexit als een goede zaak voor de Britten. En zelfs als ik fout ben, wat is dan nog het probleem als het de wil is van het volk? Ik zat een tijd geleden in een televisiedebat en daar zat ook een Noorse dame. Ze ergerde zich erover dat het debat over de brexit altijd voor 100 procent focust op de economie. Op een bepaald moment zei ze: ‘Wat is het probleem als personen of naties beslissingen nemen die hen controle geven, zelfs als het economisch nadelig is? In welk wetboek staat dat scheidingen die collectief beslist worden, niet mogen omdat ze economisch schadelijk kunnen zijn?’ Ik vond dat een heel pertinente vraag. We moeten het economische belang van de brexit niet overdrijven. Het Verenigd Koninkrijk staat in voor slechts 3 procent van de wereldeconomie. Europa tekent voor 16 procent. Neem het voorbeeld van Unilever, een Brits bedrijf. Het VK neemt minder dan 5 procent van de omzet voor zijn rekening. Voor Unilever is bijvoorbeeld India veel belangrijker.’

Wat hebt u geleerd van uw ouders? 

Smith: ‘Mijn moeder zou zich vernederd gevoeld hebben als ze iemand schade had berokkend. Ze heeft nooit iemand pijn gedaan. En dat heeft nog steeds een diep effect op mij. In alles wat ik doe, denk ik na over wat zij ervan zou hebben gedacht.’

Hebt u ook de overtuigingskracht van haar? 

Smith: ‘Neen, die heb ik wellicht van mijn vader. Ik ben opgegroeid in een arm milieu. Mijn vader was intelligent, maar hij heeft niet gestudeerd. Van hem heb ik geleerd dat je niet altijd mag twijfelen aan jezelf. Als je gelijk hebt, weet dan dat je gelijk hebt.’

Zijn dat ook de lessen die u aan uw kinderen geeft? 

Smith: ‘Mijn kinderen zitten in een bevoordeelde positie. Ik ben bereid hen genoeg hulp te geven om iets te doen, maar ik ben niet bereid hen genoeg hulp te geven om niets te doen. Want het zou hen vernietigen. Een van mijn dochters is dieren­chirurg, ze is ook Europees kampioen gewichtheffen in de lichte categorie. Ze weegt 50 kilogram, maar ze kan 68 kilogram opheffen. Ik heb mijn kinderen vrijgelaten in de keuzes die ze maakten. Maar ik heb hen wel gezegd: als je in de fondsenindustrie wil werken, dan zal het niet bij mij zijn.’ 

Vragen ze u nooit wanneer u met pensioen gaat? 

Smith: ‘Neen, ze kennen me te goed, ze weten dat dat niet snel zal gebeuren. Ooit zal ik het moeten doen, maar het zal waarschijnlijk niet mijn eigen keuze zijn, en zeker nu niet. Dat zou belachelijk zijn.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud