netto

De Bel20 kloppen is ook voor professionele beleggers geen sinecure

©Filip Ysenbaert

Zelf een portefeuille van Belgische aandelen samenstellen om beter te doen dan de Bel20 is zelfs voor professionele beleggers niet eenvoudig. De voorbije drie jaar slaagde slechts een minderheid in die opdracht.

Wie niet zelf op zoek wil gaan naar Belgische aandelen, maar liever dat werk uitbesteedt aan een professionele belegger, kan dat doen op twee manieren. Ofwel kiest u voor een passief beheerd fonds, ofwel voor een indexfonds. Dat fonds doet niets anders dan een marktindex nabootsen. In het geval van de Belgische aandelen is dat de Bel20-index, die de evolutie geeft van de twintig belangrijkste Belgische aandelen. Op de beurs van Brussel noteert één beursgenoteerd indexfonds dat de Bel20 schaduwt: Lyxor Bel20 TR UCITS ETF.

24,9%
Rendement Belgiëfondsen 2019
De 11 professionele beleggers die de strijd met de Bel20 aangaan, behaalden met hun fondsen een gemiddeld rendement van 24,9 procent, iets beter dan de tracker. Van de 11 fondsen deden er 6 beter dan de tracker.

Tegelijk kan een belegger kiezen voor fondsen die in Belgische aandelen beleggen en waarvan de beheerder beter wil doen dan de Bel20. Wie voor die tweede formule kiest, moet er wel rekening mee houden dat die doelstelling lang niet altijd en voor iedereen lukt.

Hoe presteerden de fondsen in 2019?

Het jaar 2019 was uitstekend voor de aandelenmarkten. De Bel20-returnindex, die rekening houdt met de uitgekeerde dividenden, boekte een rendement van 25,1 procent. Het rendement van de tracker ligt iets lager omdat het indexfonds ook kosten aanrekent. Het rendement van de Lyxor Bel20 TR UCITS ETF kwam in 2019 uit op 24,5 procent. Hierbij wordt er wel van uitgegaan dat de (bruto)dividenden die de tracker in 2019 uitkeerde, geherinvesteerd werden door de belegger in de tracker. In de praktijk is dat zelden het geval, en gaat er van de brutodividenden bovendien een roerende voorheffing af. Het nettorendement ligt dus iets lager dan 24,5 procent.

De belangrijkste succesfactoren in 2019 waren onze sterk overwogen posities in Barco, Galapagos en Argenx.
Bart Daenekindt
Fondsbeheerder KBC AM

De 11 professionele beleggers die de strijd met de Bel20 aangaan, behaalden met hun fondsen een gemiddeld rendement van 24,9 procent, iets beter dus dan de tracker. Net als bij de tracker houdt het rendement rekening met de jaarlijkse kosten van de fondsen, en niet met de instapkosten of het makelaarsloon. Voor de fondsen werd voor de kapitalisatievariant gekozen. Die variant keert de dividenden niet uit, maar herinvesteert ze in het fonds.

©Mediafin

Van de 11 fondsen deden er 6 beter dan de tracker. De beste leerlingen van de klas waren twee fondsen die beheerd worden door KBC Asset Management. KBC Equity Flanders won 33,5 procent, KBC Equity Belgium behaalde een winst van 32,5 procent. ‘De belangrijkste succesfactoren waren onze sterk overwogen posities in Barco, Galapagos en Argenx’, zegt fondsbeheerder Bart Daenekindt. Die aandelen gingen in 2019 respectievelijk 123, 132 en 69 procent hoger. Ook D’Ieteren (+92 procent) en in de tweede jaarhelft Euronav (+78 procent) droegen volgens Daenekindt bij tot de knappe prestatie. Ten slotte noemt de beheerder ook de vastgoedposities Montea (+43 procent) en WDP (+44 procent).

Dat beide KBC-fondsen gelijkaardige rendementen voorleggen, toont aan dat er nog weinig verschillen zijn tussen de fondsen. ‘Het is logisch dat we onze beste ideeën in beide fondsen implementeren, maar toch is er een onderscheid’, zegt de beheerder. ‘In KBC Equity Fund Flanders gaan we nog iets verder op het gebied van kleine en middelgrote bedrijven. In dit fonds nemen we voor beperkte posities microcaps op die de voorbije jaren een sterke prestatie konden voorleggen.’

Na een uitstekend jaar 2019 zijn we voorzichtig optimistisch voor 2020.
Christophe d’Audiffret
fondsbeheerder BNP Paribas Belgium Equity

Ook Bank Degroof Petercam klopt opnieuw de Bel20-tracker met zijn Belgiëfonds. DPAM Capital B Equities Belgium behaalde een rendement van 27,4 procent. Ook hier verwijst de beheerder naar de bijdrage van Galapagos en Barco, en hij noemt ook Euronav. ‘Euronav haalt voordeel uit de nieuwe IMO-wetgeving. Sinds 1 januari 2020 moeten schepen ofwel gebruikmaken van brandstof met een lager zwavelgehalte, ofwel een filterinstallatie installeren. Euronav besloot over te schakelen op de propere brandstof. Op die manier kon Euronav volop profiteren van de hogere tankertarieven tijdens het vierde kwartaal, terwijl sommige andere tankers uit de vaart waren om de filterinstallatie te laten installeren’, zegt beheerder Dirk Pattyn.

Aan de andere kant van de rangschikking voor 2019 noteert het fonds Argenta Belgische Aandelen, dat een rendement van slechts 14,6 procent liet optekenen. De beheerder wijst erop dat niet zozeer de sectorkeuzes aan de basis lagen van die mindere prestatie, maar wel enkele foute aandelenkeuzes binnen de sectoren. ‘We volgen een strikte lijn in onze investeringsbeslissingen. We kiezen voor bedrijven met een stabiel en bewezen bedrijfsmodel en die bovendien laag gewaardeerd zijn. Dit maakt dat we bijvoorbeeld te voorzichtig waren voor Galapagos. Het biotechbedrijf maakt nog relatief weinig winst in vergelijking met de investeringen, maar presteerde wel sterk in 2019. UCB daarentegen was onze grootste positie en kende een zeer vlak verloop in 2019. Voorts kozen we ervoor om de positie in AB InBev te beperken tot 4 procent door de afvlakking van de groei van het bedrijf. In de Bel20 neemt AB InBev echter een gewicht in van meer dan 10 procent’, zegt de beheerder. Het aandeel won in 2019 28 procent.

Volgens de beheerder kenden de eerder traditioneel kwalitatieve bedrijven dus een lagere koersstijging. ‘Dat staat in fel contrast met de andere aandelenbeurzen, waar een gelijkaardige selectie mooie meerwaarden wist te creëren in 2019.’

We zetten vooral in op Euronav en CFE. De investeringen van CFE zullen beginnen bij te dragen tot de resultaten in 2020.
Dirk Pattyn
Beheerder DPAM

Ook de Gentse vermogensbeheerder Value Square, die vorig jaar nog de beste van de klas was, deed het met een rendement van 20,1 procent in 2019 minder goed dan de Bel20-tracker. ‘We beheren ons fonds met een value-aanpak. We nemen ook uitgesproken posities in. Slechts 22,7 procent van het fonds loopt gelijk met de Bel20 en slechts 7 van de 20 bedrijven zitten ook in ons fonds. Eind 2019 hadden we ook een grote cashpositie van 9,2 procent’, zegt Patrick Millecam.

Ook Ducal Equity Belgium, een nieuwkomer in deze categorie, bleef met een rendement van 17,5 procent onder de Bel20. Het fonds, vanuit Antwerpen en Luxemburg beheerd door Anphiko Asset Management, heeft net als Value Square een value-aanpak. ‘Waardeaandelen doen het al lange tijd, en ook in 2019, minder goed dan groeiaandelen. We hadden een kleiner gewicht in de toppresteerders zoals Galapagos en Argenx’, verklaart beheerder Philippe Gueibe de prestatie.

Hoe presteerden de fondsen de voorbije 3 jaar?

Beter doen dan de Bel20 bleek niet alleen in 2019 een moeilijke taak, ook in 2017 en 2018 was het moeilijk. De 10 fondsen met een driejarige koershistoriek boekten over 3 jaar een gemiddeld rendement van 3,7 procent per jaar. Ter vergelijking: de Bel20-index behaalde over dezelfde periode een gemiddeld rendement van 5,6 procent per jaar.

Strijk een jaarlijks inkomen op met uw fonds

Wie belegt in een fonds kan bij de meeste aanbieders kiezen tussen een kapitalisatie- en een distributievariant. Terwijl de eerste variant de dividenden van bedrijven herinvesteert in het fonds, zal de tweede variant de dividenden uitkeren aan de belegger. Dit gebeurt door de dividenden van de bedrijven waarin het belegt te bundelen en één of twee keer per jaar uit te keren.

Het brutodividendrendement van de Belgiëfondsen kwam vorig jaar uit op 1,5 à 2,5 procent. Let wel, het gaat hier om een brutorendement. Bij het uitkeren van een dividend van een fonds wordt door de bank altijd een roerende voorheffing van 30 procent afgehouden. Voordeel om te kiezen voor een distributievariant is wel dat er geen beurstaks van toepassing is. Wie kiest voor een kapitalisatievariant zal een beurstaks van 1,32 procent (met een maximum van 4.000 euro) betalen bij verkoop van het fonds.

 

De achterliggende reden van de mindere prestatie heeft veel te maken met de specifieke structuur van de Bel20. De Brusselse beursgraadmeter is een zeer geconcentreerde index waarbij de vijf grootste aandelen doorgaans meer dan de helft van de index vertegenwoordigen. Als die zwaargewichten het slecht doen, is het zaak om zo weinig mogelijk van die mastodonten in het fonds te hebben. Dat was de truc die nodig was om in 2018 beter te doen dan de index. In dat jaar was er een mindere prestatie van de zwaargewichten AB InBev, KBC en ING. Het fonds Value Square Equity Belgium beperkte het gewicht van die drie aandelen tot 7 procent, terwijl ze in de index 33 procent vertegenwoordigden. Hierdoor kon het fonds het verlies in het slechte beursjaar 2018 beperken. Minder dan de helft van de fondsen deed in 2018 beter dan de Bel20.

Omgekeerd, als de zwaargewichten het goed doen, is het zaak om die gewichten te maximaliseren. Daarbij zijn fondsen wel gebonden aan spreidingsregels, en die kunnen een handicap vormen. Een fonds mag nooit meer dan 10 procent van zijn vermogen in één aandeel beleggen. Bovendien mogen de posities met een groter gewicht dan 5 procent nooit meer dan 40 procent van het fonds innemen.

In de Bel20 krijgen de grootste aandelen bij de jaarlijkse herziening een maximumgewicht van 12 procent. In de loop van het jaar kan dat gewicht zelfs nog oplopen als die aandelen sterk presteren.

In 2017 botsten nogal wat beheerders op die spreidingsregels. De drie zwaargewichten ING, KBC en Engie deden het in dat jaar goed, maar daar konden de beheerders niet ten volle van profiteren, waardoor geen enkel fonds beter deed dan de Bel20.

Hoe groter de tijdspanne waarover we de fondsen beoordelen, hoe meer het effect van de zwaargewichten uitgevlakt wordt. Over een periode van 10 jaar behalen de 8 fondsen met voldoende historiek een gemiddeld rendement van 8,4 procent per jaar, beter dan de 7,6 procent van de Bel20-returnindex. Van de 9 fondsen kloppen er 7 de index.

Wat verwachten de beheerders van 2020?

‘Na een uitstekend jaar 2019 zijn we voorzichtig optimistisch voor 2020’, zegt Christophe d’Audiffret, fondsbeheerder van BNP Paribas Belgium Equity. ‘We zijn er ons van bewust dat hogere winsten het zullen moeten overnemen van de monetaire stimuli om de huidige waarderingen te rechtvaardigen’, zegt hij. De beheerder geeft daarom de voorkeur aan bedrijven waarvan de resultaten niet afhangen van de economische conjunctuur. ‘We geven een hoger dan gemiddelde weging aan bedrijven uit de gezondheidszorg via twee biotechnologiebedrijven: Argenx en Galapagos. We kennen ook een groter dan gemiddeld gewicht toe aan de vastgoedsector, waarbij we ons richten op bedrijven die actief zijn in groeisegmenten zoals de rusthuizen (Aedifica), logistiek (VGP) en opslagruimte (Shurgard). In de telecommunicatiesector zetten we in op Orange Belgium, dat kan profiteren van het openbreken van het kabelnetwerk’, zegt hij.

Voor 2020 zet DPAM-beheerder Dirk Pattyn in op Euronav en CFE. ‘De resultaten van CFE in 2019 stonden onder druk door een langdurig onderhoud van een van zijn schepen en door het einde van de investerings­cyclus. De investeringen van de afgelopen jaren zullen beginnen bij te dragen tot de resultaten in 2020’, zegt hij.

KBC Asset Management houdt in 2020 vast aan zijn voorkeur voor kleine tot middelgrote bedrijven . ‘We blijven geloven dat die categorie de komende jaren beter zal presteren dan de grotere tegenhangers’, luidt het. Ook Argenta houdt grotendeels vast aan zijn posities. ‘De grootste posities in de portefeuille zijn UCB, Umicore, Lotus Bakeries, Tessenderlo en Ahold Delhaize’, luidt het.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud