Hoe herkent u de succesnummers van fondsenland?

©Pieter Van Eenoge

Dinsdag reikten de zakenkranten De Tijd en L’Echo awards uit aan de best presterende beleggingsfondsen. Waaruit bestaan hun gemeenschappelijke succesrecepten en hoe kunt u die herkennen?

‘Prestaties uit het verleden bieden geen enkele garantie voor de toekomst.’ Wie ooit een beleggingsproduct heeft gekocht, zal het zinnetje zeker herkennen. De winnaars van het verleden blijken inderdaad soms de verliezers van morgen. Maar dat is lang niet altijd het geval. Soms slagen beheerders erin hun uitstekende trackrecord voort te zetten.

Maar hoe kunt u weten of winnende fondsen ook duurzaam zijn in hun prestatie? Een belangrijke factor is om niet te kijken naar de absolute prestatie van een fonds op langere termijn, maar naar de regelmaat waarmee de prestatie werd bereikt. Hierdoor sluit u toevalstreffers uit. Eén uitzonderlijk goed jaar kan tot een superieure return op vijf jaar leiden, maar mogelijk verdoezelt dat vier ondermaatse jaren.

De Tijd-kronen, die de basis vormen van de awards die door de zakenkranten De Tijd en L’Echo jaarlijks worden uitgereikt, gaan precies op die regelmaat fondsen beoordelen. Een fonds moet tijdens de voorbije vijf jaar elk jaar bovengemiddeld gepresteerd hebben om de hoogste score van 3 kronen te krijgen. Is dat een absolute garantie dat die fondsen altijd hun referentie-index zullen kloppen? Nee, maar het is wel duidelijk dat achter die grote regelmaat een consistente beleggingsfilosofie en een kwalitatief fondsenbeheer schuilgaan.

We lijsten de kenmerken op die vaak terugkomen bij de fondsen met de hoogste rating.

1. Durvers

Van de 15 winnende fondsen die tijdens de Fund Awards een prijs wegkaapten, bestaat de grote meerderheid uit stock pickers. Dat zijn fondsen die durven af te wijken van de referentie-indexen. Uiteindelijk is dat ook de enige manier om die index te kloppen.

Om zulke fondsen te herkennen zijn er verschillende mogelijkheden. De meest correcte indicatie van actief beheer is de ‘active share’. Dat is een percentage tussen 0 en 100 dat aangeeft in welke mate de posities van het fonds verschillen van die van de referentie-index. Hoe hoger het percentage, hoe meer het fonds afwijkt van de referentie-index en hoe actiever het dus beheerd wordt.

Bij de Award-winnaars vinden we vaak fondsen die een active share hebben van meer dan 90 procent. Anders gezegd, minder dan 10 procent van het fonds overlapt met de index.

Steeds meer beheerders afficheren die active share. Op de website van de Franse beheerder La Financière de l’Echiquier is de active share zelfs een van de zes kernelementen die per fonds worden weergegeven.

Als u de active share niet terugvindt, zijn er nog andere manieren om het actief beheer in te schatten. Verscheidene beheerders maken in hun maandelijkse factsheets bij de regionale of sectorsamenstelling van hun fonds de vergelijking met de referentie-index. Op die manier ziet u meteen of het fonds anders is samengesteld dan zijn index.

Als ook dat niet beschikbaar is, kunt u kijken naar de tien grootste posities van het fonds. Die worden door de meeste fondsbeheerders maandelijks opgenomen in de factsheet. Door de tien posities (met hun gewicht) te vergelijken met de toptienposities van de referentie-index wordt duidelijk of het fonds al dan niet aan de index vasthangt.

60
Het maximale aantal posities in het winnende internationale aandelenfonds.

Durven uit zich overigens niet alleen op het vlak van de afwijking van de index. Ook overtuiging speelt een rol. Geconcentreerde fondsen doen het bijvoorbeeld ook vaak goed. Dat zijn fondsen met een relatief klein aantal posities. De winnaar in de categorie internationale aandelen, Lombard Odier Generation Global, neemt maximaal 60 aandelen in zijn fonds op. Dat betekent dat een aandeel een gemiddeld gewicht krijgt van 1,66 procent.

Een aandachtspunt bij geconcentreerde fondsen is uiteraard het risicoprofiel. Als een felle concentratie gepaard gaat met een keuze voor volatielere aandelen, dan zal het fonds risicovoller zijn dan een gespreider fonds.

2. Kostenbewust

In de zoektocht naar rendement spelen kosten een belangrijke rol. Hoe hoger de kosten die een fonds aanrekent, hoe meer rendement de fondsbeheerder moet boeken. En dus kunt u maar beter te dure fondsen vermijden. Want die kosten zijn eigenlijk het enige waarover u op voorhand zekerheid hebt.

In zes vragen naar het gepaste fonds

Nooit eerder parkeerden Belgen zoveel geld op hun spaarrekening als vandaag. Nochtans brengt dat spaarboekje nauwelijks iets op. Beleggingsfondsen kunnen een alternatief vormen, ook voor spaarders met weinig zin voor risico. Lees hier onze tips >

Elk fonds moet in zijn essentiële beleggersinformatie de jaarlijks terugkerende kosten opnemen. Die totale kosten bevatten de kosten voor de beheerder, de bewaarder en de verdeler van het fonds, en de gewone werkingskosten. Voor aandelenfondsen kunnen de jaarlijkse kosten in uitzonderlijke gevallen oplopen tot 3 procent. Voor obligatiefondsen is 1,7 procent eerder een bovengrens.

De 15 Award-winnaars illustreren dat kosten een aandachtspunt moeten zijn. Gemiddeld kwamen de jaarlijkse kosten van de winnende fondsen - die zowel aandelen-, obligatie- als gemengde fondsen bevatten - uit op 1,14 procent. Het duurste fonds, een groeimarktenfonds, rekent tussen 1,17 en 2,02 procent jaarlijkse kosten aan, afhankelijk van de klasse waarvoor gekozen wordt.

3. Geen brokkenpiloten

Een van de criteria waarop de methodologie de fondsen beoordeelt, is hun prestatie in een dalende markt. Door te kijken hoe fondsen in dalende markten presteren, krijgt u een zicht op de risico’s die de fondsbeheerder neemt. Zo staart u zich ook niet blind op het rendement alleen.

In de praktijk is het niet makkelijk om dat te beoordelen, maar een handige manier om een idee te vormen is kijken naar de jaren waarin de rendementen in de sector negatief waren. Denken we aan 2008 of, recenter, 2018 voor de aandelenmarkten. Kijk in die jaren naar hoe het fonds presteert ten opzichte van een relevante referentie-index.

Doet het fonds het systematisch beduidend slechter, dan betekent dat dat de beheerder doorgaans bovengemiddelde risico’s neemt.

Door te kijken hoe fondsen in dalende markten presteren, krijgt u een zicht op de risico’s die de fonds beheerder neemt.

4. Weinig emotie

De essentiële beleggersinformatie van een fonds kan bezwaarlijk als de meest ronkende lectuur worden beschouwd, maar er is wel degelijk nuttige informatie te vinden. De beleggingsfilosofie en -politiek geeft doorgaans goed aan hoe consequent of stringent de beleggingskeuzes van de beheerder zijn. Hoe consequenter dat proces, hoe meer emoties worden uitgeschakeld.

De fondsen die daarin het verst gaan, zijn de fondsen die worden samengesteld op basis van computermodellen. Die zogenaamde kwantitatieve fondsen komen regelmatig terug bij de winnaars. Denken we in België maar aan Vector Asset Management en aan Aphilion. Ook het winnende Europese aandelenfonds van dit jaar, Goldman Sachs Europe Core Portfolio, maakt gebruik van algoritmen, die bovendien zelflerend zijn en zich dus steeds verbeteren. De computermodellen maken gebruik van big data.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect