netto

Waarom uw bank geen fondsen met kapitaalbescherming meer aanbiedt

Met een belegd vermogen van 3,2 miljard euro zijn fondsen met kapitaalbescherming de kleinste fondsenklasse in ons land geworden, blijkt uit recente cijfers van de fondsenfederatie Beama.

Fondsen met kapitaalbescherming genoten 15 jaar geleden een enorme populariteit in ons land. Eind 2006 stond meer dan 42 miljard euro, een kwart van de fondsenmarkt, geparkeerd in die veilige fondsen. Vandaag vertegenwoordigen ze nog een schamele 1,4 procent van de fondsenmarkt.

De terugval heeft verscheidene oorzaken. Ten eerste bleven de returns van de fondsen vaak achter op de verwachtingen. Voorts speelt de fiscaliteit een rol. Sinds 2013 vallen de meeste fondsen met kapitaalbescherming onder de Reynderstaks. Maar de belangrijkste reden is de lage rente, die het mechanisme van de kapitaalbescherming weinig interessant maakt.

Sinds 2013 vallen de meeste fondsen met kapitaalbescherming onder de Reynderstaks.

De essentie

  • Fondsen met kapitaalbescherming zagen hun belang op de Belgische fondsenmarkt terugvallen van 42 procent in 2006 tot 1,4 procent vandaag.
  • De lage rente maakt het onmogelijk om 100 procent kapitaalbescherming te combineren met het uitzicht op een mooi rendement.
  • Enkele varianten zitten vandaag nog wel in het aanbod van de banken.

Een voorbeeld maakt dat duidelijk. Als u bijvoorbeeld 1.000 euro in een fonds met 100 procent kapitaalbescherming stopt, dan gebruikt de beheerder daarvan in normale rentetijden 900 à 950 euro om in een obligatie te beleggen. De bedoeling is dat die obligatie op eindvervaldag, inclusief coupons, 1.000 euro zal uitbetalen, waardoor de kapitaalbescherming is gerealiseerd.

De overige 50 à 100 euro gebruikt de beheerder om afgeleide producten te kopen en daarmee een meerwaarde te realiseren. Hoe hoger de coupon van de obligatie, hoe meer de beheerder dus overhoudt om meerwaarde te creëren. Vandaag bevinden we ons in ultralage rentetijden, waardoor het potentieel voor meerwaarde zeer beperkt is.

Varianten

De voorbije jaren zagen we enkele varianten opdoemen. Ofwel werd de kapitaalbescherming in een vreemde munt geboden, ofwel werd geen 100 procent, maar 80 of 90 procent kapitaalbescherming in euro geboden. Ook producten met bodembewaking zagen het levenslicht. Dat is een beleggingsformule waarbij elk jaar een bodemgrens wordt vastgelegd om het risico op verlies te beperken. Hier evolueert de bescherming dus jaarlijks.

Voorts zien we gestructureerde obligaties – de zogenaamde notes. Dat zijn geen fondsen, maar net als een gewone obligatie een schuldinstrument waarvan de jaarlijkse coupon kan afhangen van de evolutie op de financiële markten.

Producten met kapitaalbescherming mogen dan wel bescherming bieden, ze bieden niet noodzakelijk kapitaalgarantie.

Producten met kapitaalbescherming mogen dan wel bescherming bieden, ze bieden niet noodzakelijk kapitaalgarantie. Het risico bestaat dat de uitgevende bank of de bank die zich garant stelt voor de onderliggende obligatie failliet gaat, zoals het geval was in 2008 met de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers. Uitkijken voor het kredietrisico is bij deze producten dus altijd aan te raden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud