Wegwijs in de jungle van de alternatieve fondsen

©Filip Ysenbaert

Alternatieve fondsen bieden een mooie diversificatie in de portefeuille omdat ze rendementen nastreven die niet gecorreleerd zijn met de financiële markten. Maar vergis u niet, het ene alternatieve fonds is het andere niet en het aanbod is heel divers.

Menige kleine belegger droomt wel eens van de - soms uitzonderlijke - rendementen die hefboomfondsen halen. In moeilijke jaren slagen die erin de markt te kloppen door gebruik te maken van geleend geld en afgeleide financiële producten zoals opties, of door te shorten (‘geleende’ aandelen verkopen om ze later goedkoper terug te kopen). Dat zijn kunstgrepen waar een doorsnee fondsenbelegger normaal geen toegang toe heeft.

22%
Alternatieve fondsen staan in voor 22 procent van de portefeuille van het fonds van Yale University, een referentie op het vlak van grootschalig portefeuillebeheer.

De creatie van de ‘alternative UCITS’ - de afkorting staat voor Undertakings for Collective Investment in Transferable Securities’ - heeft daar verandering in gebracht. De werking van die alternatieve fondsen is vergelijkbaar met die van hefboomfondsen, maar ze zijn volgens de Europese normen gereguleerd: ze zijn liquide en transparant en de risico’s worden in de hand gehouden. In tegenstelling tot hefboomfondsen zijn ze dus beschikbaar voor particuliere beleggers.

Beleggen in ‘alternative UCITS’ kan een zinvolle diversificatie betekenen voor de portefeuille van een particuliere belegger. Omdat alternatieve fondsen ‘absolute return’ beloven, kunnen ze een buffer vormen in perioden van marktenstress. Ze worden trouwens steeds populairder. In de beleggingen van het 29,4 miljard dollar (26,3 miljard euro) grote fonds van Yale University - een referentie als het om grootschalig portefeuillebeheer gaat - tekenen ze al voor meer dan een vijfde.

Brede waaier

Volgens LuxHedge, een onderzoeksbureau gespecialiseerd in ‘alternative UCITS’ met een databank van 1.400 fondsen, beheren alternatieve fondsen 400 miljard euro in Europa. Typerend is de brede waaier aan strategieën die ze volgen. LuxHedge heeft de fondsen onderverdeeld in zes grote categorieën: equity (aandelen), fixed income (obligaties), ‘event driven’, macro, multi asset en ‘multi strategy’. Iedere categorie telt nog diverse subsegmenten. Voor de meeste fondsen is het vrij duidelijk waar ze thuishoren, maar voor sommige ligt dat moeilijker, geeft LuxHedge toe.

1 Equity hedge

Tot deze categorie behoren de fondsen die enkel rendement boeken met aandelenposities. De fondsen onderscheiden zich van traditionele aandelenfondsen omdat ze bijvoorbeeld ook speculeren op koersdalingen via het gebruik van afgeleide producten. Zo zijn er de long-shortfondsen, die op bepaalde momenten of in bepaalde segmenten op een stijgende markt inspelen (long), en op andere momenten of andere markten op een daling (short).

Ook alternatieve fondsen die gebruikmaken van ‘kwantitatieve’ rekenmodellen kunnen ondergebracht worden in deze categorie. Uitgesproken kwantitatieve of ‘systematische’ alternatieve beleggingsfondsen zijn de EFI-fondsen van Goldman Sachs. EFI staat voor ‘equity factor index’. De scheppers van de vijf strategieën - EFI Europe, EFI World, EFI Emerging Markets, EFI World Long-Short en EFI Europe Long-Short - spelen in op de risicopremies.

De werking van alternatieve fondsen is vergelijkbaar met die van hefboomfondsen.

Beleggingsspecialisten splitsen het rendement van een aandeel doorgaans op in alfa (het extra rendement in vergelijking met de markt) en bèta (de compensatie die een belegger krijgt voor de blootstelling aan risicofactoren). In het bètagedeelte onderscheiden ze de ‘traditionele bèta’ (het risico van de markt of de index) en de slimme of alternatieve bètafactoren, zoals de omvang van een bedrijf, de waarde, het momentum en de kwaliteit.

Op basis van de slimme bètafactoren stellen de strategen van Goldman Sachs in Londen een portefeuille samen. De prestatie van elke factor kan sterk verschillen door de marktomgeving. Het team kiest er niet voor heel precies te willen timen, maar maximaliseert op elk moment de blootstelling aan de factoren tegelijk. Dat gebeurt op basis van algoritmes.

Momenteel telt de portefeuille van het fonds honderden posities, maar het universum ondergaat frequent wijzigingen. ‘De enige veranderingen die we sinds 2003 aan het model hebben aangebracht, hebben te maken met strategie en liquiditeit’, zegt directeur Tim Rohkemper.

In 2018 konden EFI Europa en EFI World positieve rendementen neerzetten in een nochtans dalende markt.

2 Fixed income

Deze fondsen passen alternatieve strategieën toe op uitsluitend obligaties. De strategieën kunnen fors uiteenlopen. Sommige fondsen richten zich op de rentecurve, andere op de looptijd. Er zijn ook fondsen die uitsluitend in bedrijfsobligaties long- en shortposities nemen.

LuxHedge rekent tot deze categorie ook de fondsen die beleggen in catastrofeobligaties. Dat zijn obligaties die verzekeringsmaatschappijen moeten helpen om schade te vergoeden bij grote catastrofes of natuurrampen. Als de ramp waartegen verzekerd wordt zich niet voordoet, betaalt de verzekeraar elk jaar een mooie coupon en recupereert de obligatiehouder zijn inleg. Als de ramp wel plaatsvindt, dan verliest de obligatiehouder zijn inleg.

De obligaties zijn dus uitermate risicovol, maar ze vormen een goede diversificatie in een portefeuille. De obligaties zijn niet rentegevoelig, wat een troef is in tijden van lage rentes. AXA Investment Managers biedt in België een fonds aan dat uitsluitend belegt in deze ‘cat-bonds’.

Tot deze categorie worden ook de obligatiefondsen gerekend die een absolute return nastreven. Verschillende fondsenhuizen bieden zo’n fonds aan op de Belgische markt. Vaak dragen ze in hun naam ‘absolute return’ of ‘total return’.

3 Event driven

Fondsen in deze categorie proberen voordeel te halen uit koersveranderingen van aandelen of obligaties als gevolg van bepaalde gebeurtenissen, zoals fusies en overnames of faillissementen. Of het kan gaan om fondsen die beleggen in obligaties van bedrijven die in financiële moeilijkheden zitten (‘distressed debt’).

Doorgaans zijn zulke fondsen niet gecorreleerd met de markten omdat de fondsbeheerders uitsluitend munt willen slaan uit het event op zich. Het marktrisico wordt in vele gevallen afgedekt.

Op de Belgische markt zijn verschillende event-drivenfondsen geregistreerd. Een voorbeeld is het BlackRock Global Event Driven fonds.

4 Macro

Macrofondsen trachten voordeel te halen uit macro-economische evoluties. De beheerders speuren naar beleggingskansen door in te spelen op factoren zoals de wereldeconomie, het overheidsbeleid, de rentetarieven, de inflatie en markttrends.

Deze fondsen kunnen beleggen in elke activaklasse (aandelen, obligaties, munten, derivaten, grondstoffen...), maar vaak maken ze gebruik van afgeleide producten. Daardoor kunnen ze voordeel halen uit de volatiliteit op de valutamarkten of inspelen op een nakende recessie. Een voorbeeld van zo’n fonds op de Belgische markt is JPMorgan Investment Funds Global Macro.

5 Multi assets

Een vijfde categorie zijn de fondsen die in verschillende soorten activa beleggen. Daartoe behoren ook de fondsen die focussen op risicopariteit. Dat betekent dat de verschillende activa gewichten krijgen volgens het risico dat ze vertegenwoordigen. De fondsen streven een gelijk risico na voor de verschillende activa in portefeuille. De aandelenposities kunnen bijvoorbeeld een relatief kleiner gewicht krijgen dan de obligatieposities.

Wij focussen op shocks in de markt ten gevolge van een beperkte liquiditeit.
Loïc Guilloux
H2O Asset Management

Voor een vernieuwende visie tekent H2O Asset Management met zijn Barry-fonds. H20 AM is een middelgrote Franse speler met een beheerd vermogen van 31 miljard euro. De vermogensbeheerder maakt deel uit van Natixis, maar kan in die groep zijn eigen gang gaan en ontwikkelt originele strategieën. ‘Dit fonds heeft maar heel weinig gemeen met andere ‘global’ fondsen’, merkt Loïc Guilloux, hoofd ontwikkeling, op. De werking steunt op drie pijlers: de wereldwijde economische evoluties, gedragsanalyse en marktstructuren.

Met Active Value, een van de Barry-fondsen, probeert Guilloux in te spelen op veranderingen in de markt. Dat doet hij met een contraire benadering. ‘We focussen op shocks in de markten ten gevolge van een beperkte liquiditeit. We speuren stresssignalen op. Als we bij een bepaald actief iets van stress zien, investeren we erin, op voorwaarde uiteraard dat we geen dalende markt verwachten. We doen dat conservatief en op korte termijn.’

Die aanpak lijkt te lonen: het moeilijke 2018 werd afgesloten met een rendement van +2,8 procent. Zelfs in het dramatische vierde kwartaal was het rendement positief.

6 Multi strategy

Een laatste klasse combineert verschillende strategieën uit het bovenstaande palet. Het gloednieuwe fonds Schroder GAIA Helix is een mooi voorbeeld. De beurzen hebben het voorbije decennium geprofiteerd van gigantische kapitaalinjecties door de centrale banken, via het massaal opkopen van overheids- en bedrijfsobligaties. Maar nu is dat stopgezet en zitten we in de afbouwfase. ‘Multi strategy kan daar een antwoord op bieden. In zulke omstandigheden wordt absolute return relevanter’, meent Alex Burt, investment director bij de Britse vermogensbeheerder Schroders.

De portefeuille wordt in wisselende verhoudingen samengesteld uit diverse strategieën. Het zwaartepunt ligt bij ‘long only’, waarbij rechtstreekse posities in klassieke aandelenstrategieën worden aangevuld met een bescherming die het marktrisico neutraliseert. Er is ook plaats voor conventionele long-shortstrategieën, voor investeringen in andere activa dan aandelen en voor ‘opkomende strategieën’.

Schroders kan voor zijn multistrategyfonds gebruikmaken van 150 verschillende strategieën die het beheert. Schroder GAIA Helix werd eind november gelanceerd en is al in België geregistreerd. Om het fonds een vlotte start te bezorgen heeft Schroders er zelf 200 miljoen dollar in geïnvesteerd.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect