Advertentie

‘Beleggers blijven te lang zitten in slechte fondsen'

©Tom Pilston/Panos Pictures

‘Er zijn veel fondsen die elk jaar slechter presteren dan de index, maar beleggers blijven er toch aan vasthouden. Dat verklaart mee waarom er vandaag nog zoveel fondsen zijn.’ Dat zegt Andrew Clare, professor vermogensbeheer in Londen.

‘Als je in een Brussels café een koffie gaat drinken en die blijkt helemaal niet goed, dan ga je daar niet terug. Het is vreemd dat die houding in de fondsenwereld niet lijkt op te gaan. Veel fondsenbeleggers komen er niet toe om hun slecht presterende fondsen van de hand te doen.’

Fonds

©Mediafin

  • ‘Er zijn meer Europese aandelenfondsen dan Europese aandelen. Dat klopt niet echt.’ Interview met Andrew Clare van University of London
  • Met deze trackers kunt u in Duitse aandelen beleggen.
  • 9 trends die de fondsenmarkt dooreenschudden.

Lees Fonds digitaal.

Andrew Clare doet al vele jaren onderzoek naar de fondsenmarkt. Hij probeert antwoorden te vinden op de vraag hoe beleggers goede fondsen van de minder goede kunnen onderscheiden. Clare vindt het moeilijk te rechtvaardigen dat er zoveel fondsen zijn. ‘Het is niet normaal dat er meer Europese aandelenfondsen zijn dan Europese aandelen’, zegt hij.

De professor, die in een vorig leven bij de Bank of England op de afdeling monetaire analyse werkte, zetelt ook in enkele beleggingscomités van pensioenfondsen. Daar buigt hij zich over de toewijzing van de middelen van de fondsen. ‘De markt timen is onbegonnen werk. Ik geloof meer in actief beheer in de verschillende activaklassen.’

In een van uw recente onderzoekspapers geeft u aan welke fondsen beleggers zeker moeten vermijden. Wat zijn uw conclusies?

Andrew Clare: ‘We hebben voor verschillende factoren onderzocht welke een voorspellende kracht kunnen hebben over de toekomstige prestaties. Fondsen die heel slecht scoren op de informatieratio - die het extra rendement van het fonds meet ten opzichte van de referentie-index - blijken ook in de toekomst veel kans te maken om daarop slecht te scoren.’

‘Ook de turn-over - hoe vaak een fondsbeheerder zijn posities wijzigt - is een indicatie. De fondsen die het meest transacties uitvoeren, blijken op termijn ook minder goed te presteren.’

‘Voorts zijn fondsen met de hoogste kosten absoluut te vermijden. En ten slotte kiezen beleggers beter niet voor fondsen die de hoogste netto-instroom van nieuw beleggersgeld te verwerken krijgen.’

Het is niet normaal dat er meer Europese aandelenfondsen zijn dan Europese aandelen.

Is de instroom niet vaak een gevolg van de goede prestaties van het fonds?

Clare: ‘We hebben een statistisch verband gevonden dat fondsen die geconfronteerd worden met veel nieuwe beleggers, het in de toekomst vaak minder goed doen. We hebben daar geen sluitende verklaringen voor, maar we stellen vast dat fondsbeheerders die veel nieuwe cash binnenkrijgen, vaak niet meteen weten wat ze ermee moeten aanvangen. Ze hebben het moeilijk om nieuw kapitaal pro rata te verdelen volgens de samenstelling van het fonds. Daardoor kan het fonds wat uit evenwicht raken.’

‘Bovendien lijken grotere fondsen het moeilijker te hebben dan kleinere fondsen om goed te presteren. De reden is dat er een limiet staat op het aantal goede ideeën dat een fondsbeheerder kan hebben. Hoe groter het fonds, hoe meer goede beleggingsideeën nodig zijn.’

Fondsbeheerders die veel nieuwe cash binnenkrijgen, weten vaak niet meteen wat ze ermee moeten aanvangen.

U reikt beleggers handvaten aan om goede van slechte fondsen te onderscheiden. Maar is het voor een particuliere belegger niet moeilijk die informatie te vinden?

Clare: ‘Dat is inderdaad uiterst moeilijk. De informatie over de turn-over in een fonds of over de netto-instroom is niet zomaar te vinden. Maar zelfs al zou die informatie heel makkelijk beschikbaar zijn, dan vrees ik dat veel particuliere beleggers niet zouden weten wat ze ermee moeten doen.’

‘Daarom is het belangrijk een onafhankelijke adviseur in de arm te nemen. Die heeft niet alleen toegang tot die informatie, hij kan ze ook veel beter beoordelen en de belegger naar de betere fondsen leiden.’

Die traditie van onafhankelijke adviseurs is in het Verenigd Koninkrijk goed ingeburgerd. Op het Europese vasteland is dat toch een andere zaak. In België wordt de meerderheid van de fondsen nog gekocht bij de eigen huisbank.

Clare: ‘Ik zie daar niet meteen een goede verklaring voor, maar ik denk dat het met het vertrouwen in de eigen bank te maken heeft. Mensen vertrouwen nog altijd hun eigen bankier. Het is nochtans duidelijk dat een bank die alleen huisfondsen aanbiedt, niet in alle beleggingscategorieën de beste fondsen kan voorschotelen.’

Gelooft u dat actieve beheerders op lange termijn beter kunnen presteren dan passieve fondsbeheerders?

Clare: ‘Onderzoek toont aan dat actieve fondsbeheerders gemiddeld gesproken moeite hebben om het beter te doen. Het is ook moeilijk aan te geven welke kwaliteiten nodig zijn om regelmatig beter te presteren dan de referentie-index.’

Grotere fondsen hebben het moeilijker dan kleinere om goed te presteren. Hoe groter het fonds, hoe meer goede beleggingsideeën nodig zijn.

‘Het is wel duidelijk dat beheerders met meer overtuiging en met portefeuilles die het meest afwijken van de referentie-index een grotere kans hebben om het consistent beter te doen. De beste kansen zijn er voor fondsbeheerders die zelfvertrouwen en een onafhankelijke geest hebben, naast uiteraard beleggerscapaciteiten.’

Ziet u meer kansen voor actieve fondsbeheerders nu passieve fondsen belangrijker worden?

Clare: ‘In theorie is het zo dat hoe meer er passief belegd wordt, hoe groter de kansen zouden moeten zijn voor actieve beheerders. Maar op dit ogenblik is er in de academische literatuur nog geen bewijs dat actieve beheerders beter beginnen te presteren naarmate passief beheer aan populariteit wint. We kunnen ook onmogelijk zeggen waar het omslagpunt ligt. Ik denk persoonlijk dat passief beheer nog wel een tijd aan belang zal winnen.’

Heel wat fondsen durven zich nog altijd niet te meten met een referentie-index, mogelijk omdat ze er te dicht bij aanleunen en na aftrek van de kosten niet beter kunnen presteren dan de index.

Clare: ‘In het VK zien we toch dat de regulator fondsenhuizen aanmoedigt een referentie-index te vermelden in hun prospectus en zich niet enkel met een peergroup te vergelijken. Er geldt nog geen verplichting, maar de regelgever laat minder marge om geen index op te nemen. Die stap kan er misschien wel toe bijdragen dat beleggers makkelijker het kaf van het koren kunnen scheiden. En misschien kan het er ook toe leiden dat het aantal fondsen kleiner wordt.’

BIO

Andrew Clare

Geboren in 1966.
Professor vermogensbeheer bij The Bayes Business School.
Zetelt in het beleggingscomité van het pensioenplan van Magnox Electric Group Pension.
Onafhankelijk lid van de raad van bestuur van de Britse vermogensbeheerder LGIM.
Voorheen senior research manager bij de Bank of England en financieel econoom bij LGIM.
Coauteur van het boek ‘The Trustee Guide to Investment’.

U deed ook onderzoek naar de prestatie van de fondsen van kleinere boetieken. Daaruit bleek dat die vaak beter presteren dan de grotere fondsenhuizen. Waaraan ligt dat?

Clare: ‘Kleinere fondsenboetieken doen het vaak beter, onder meer omdat ze gemiddeld een hogere blootstelling hebben aan kleinere aandelen. Maar als ze succesvol zijn en te snel groeien, loert het gevaar om de hoek dat ze hun boetiekpremie verliezen.’

De gemiddelde lopende kosten voor actieve fondsen zijn in Europa doorgaans hoog, maar ze nemen langzaam af. Verwacht u een verdere neerwaartse trend?

Clare: ‘Ja, ze zullen blijven dalen, zowel in het VK als op het Europese vasteland. Hoge kosten voor actieve fondsen zijn niet te rechtvaardigen als ze slechter presteren dan een gelijkwaardig passief fonds.’

In België zijn gemengde fondsen zeer populair. Hebt u in uw onderzoeken bewijzen gevonden dat fondsbeheerders toegevoegde waarde bieden in de opbouw van een gemengde portefeuille?

Clare: ‘Er is niet veel bewijs dat beheerders van gemengde fondsen in staat zouden zijn om de markt te timen en succesvol te switchen tussen aandelen en obligaties. Duidelijk is wel dat de strategische mix van die multi-activafondsen de beleggers een risicorendementskeuze biedt die ze anders moeilijk zelf zouden kunnen maken.’

Wat is uw mening over absolutereturnfondsen, die in alle marktsituaties positieve rendementen nastreven?

Clare: ‘Een absolute return in alle marktomstandigheden klinkt goed, maar de prestaties van die fondsen zijn algemeen teleurstellend. In sommige gevallen hebben de fondsen in plaats van absoluut positieve rendementen zelfs absoluut vreselijke rendementen opgeleverd.’

Welke trend zal de fondsensector de komende jaren tekenen?

Clare: ‘Dat is zonder twijfel duurzaam beleggen of ESG (milieu, sociale verantwoordelijkheid en deugdelijk bestuur). Alle fondsenhuizen zijn hun productaanbod aan het hertekenen om het in overeenstemming te brengen met de ESG-criteria. Binnen vijf à tien jaar zullen de beleggingsprocessen van fondsenhuizen er helemaal anders uitzien en zal ESG een nog belangrijkere rol spelen. Uiteindelijk evolueren we naar een situatie waarin alle fondsen duurzaam zijn op hun manier.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud