Belg grootste liefhebber van fondsen in Europa

©Photo News

Een vijfde van het financieel vermogen van de Belg is belegd in fondsen. Daarmee is België de koploper in Europa. Het Europees gemiddelde ligt op 10 procent.

De Europese fondsenfederatie Efama publiceerde donderdag cijfers over de manier waarop gezinnen in 25 Europese landen investeren in de kapitaalmarkten. Volgens het rapport staat 37,5 procent van het financieel vermogen van de Europeaan op veilige zicht- en spaarrekeningen. Verder zit 45 procent in pensioenfondsen (tweede pijler) en verzekeringsproducten en 7,5 procent in individuele effecten, zoals aandelen en obligaties. De beleggingsfondsen palmen 10 procent van het financieel vermogen in.

20
procent
Een vijfde van het financieel vermogen van de Belg zit in beleggingsfondsen.

Tussen de landen zijn er grote verschillen. België en Spanje spannen de kroon op het vlak van de fondsen met een belang van respectievelijk 20 en 19 procent. Onderaan deze ranking staan Ierland (1%) en Cyprus en Bulgarije (2%).

De verklaring voor de appetijt van de Belgen voor fondsen zit in het distributielandschap. Fondsen worden in België nog vooral verkocht in bankkantoren, waar ze vaak als een toegankelijke totaaloplossing worden voorgesteld aan mensen met spaargeld. Elke bank beschikt in ons land over een uitgebreid fondsenaanbod. Vooral de gemengde fondsen, die zowel in aandelen als in obligaties beleggen, zijn zeer populair. Ze palmen de helft van de Belgische fondsenmarkt in.

Uit het rapport blijkt verder dat in drie Europese landen de zicht- en spaarrekeningen instaan voor minder dan 20 procent van de financiële activa. Het gaat om Nederland, Zweden en Denemarken. In vijf landen nemen de deposito’s meer dan 70 procent van het financieel vermogen voor hun rekening: Griekenland, Cyprus, Bulgarije, Polen en Slovenië.

Beperkt

Dat gemiddeld 37,5 procent van het financieel vermogen op veilige bankrekeningen staat, betekent nog niet dat de meerderheid van Europeanen belegt. 'De realiteit is dat een beperkt aantal Europese huishoudens grote bedragen investeert, maar de grote meerderheid belegt niet of nauwelijks op een directe manier in de kapitaalmarkten’, zegt Tanguy van de Werve, de directeur-generaal van Efama.

De realiteit is dat een beperkt aantal Europese huishoudens grote bedragen investeert, maar de grote meerderheid belegt niet of nauwelijks op een directe manier in de kapitaalmarkten.
Tanguy van de Werve
directeur-generaal van Efama

De belangenorganisatie ziet verschillende redenen. ‘Veel mensen zijn risicoavers en verkiezen hun geld op veilige maar nulrentende bankrekeningen te houden. Verder is er nog steeds een gebrek aan financiële geletterdheid. Ook is er een duidelijke achterstand in de armere landen. We zien een negatief verband tussen het niveau van de economische ontwikkeling van een land en het aandeel dat deposito’s innemen in het financieel vermogen.'

Volgens Efama moet Europa op de ingeslagen weg voortgaan en mensen stimuleren te investeren in de kapitaalmarkten. 'Dat komt zowel de economie als de individuele spaarder, die aan pensioenopbouw moet doen, ten goede.' Om de evolutie van de participatie van gezinnen in de kapitaalmarkten te monitoren, pleit Efama voor het gebruik van een Key Performance Indicator. Dat is een ratio die het financieel vermogen in kapitaalmarkten afzet tegenover het financieel vermogen in deposito’s. Hoe hoger de ratio, hoe meer Europeanen participeren in de kapitaalmarkten.

In 2015 lanceerde de Europese Commissie haar actieplan om een eengemaakte kapitaalmarkt in Europa te bouwen. De Commissie evalueert het actieplan, waarvoor ook Efama enkele aanbevelingen doet.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud