België voorloper in groei Europese pensioenfondsen

Het pensioenfonds van de oliereus ExxonMobil wordt vanuit België beheerd. ©Luke Sharett

Steeds meer bedrijven organiseren hun pensioenfondsen pan-Europees, in toenemende mate samen met andere bedrijven. België speelt een voortrekkersrol in die evolutie.

De Europese IORP-richtlijn heeft in 2003 het kader gecreëerd om pensioenfondsen, die in de tweede pijler gebruikt worden om een aanvullend pensioen op te bouwen, makkelijker over de landsgrenzen heen te organiseren. Dat is van belang voor alle bedrijven die in meerdere landen actief zijn. De IORP II-richtlijn van eind 2016 voegde enkele doelstellingen toe, zoals een betere bescherming van de aangeslotenen en de begunstigden, een betere mobiliteit van werknemers tussen verschillende lidstaten en een betere informatieverstrekking aan de aangeslotenen en hun begunstigden.

Een pan-Europees pensioenfonds creëert voor de bedrijven veel voordelen. Ten eerste zijn er de schaalvoordelen. Zowel op het vlak van beheer en risicomanagement als op dat van controle en toezichthouder kunnen kosten en tijd gewonnen worden door de nationale pensioenfondsen te bundelen. Ook op het vlak van personeelsbeleid doet de multinational voordelen. Want als de werknemer van het ene naar het andere land trekt, hoeft zijn pensioenfonds niet langer overgezet te worden. Ten slotte is het als bedrijf ook veel eenvoudiger een harmonisering tussen de werknemers te bewerkstelligen.

Ondanks het wettelijke kader is zo’n pan-Europees pensioenfonds niet in één vingerknip opgezet. Elk land heeft zijn eigen sociale en arbeidswetgeving, zodat deels lokale aanpassingen nodig blijven.

Volgens Jacqueline Lommen, een senior pension strategist van State Street Global Advisors, dat pensioenfondsen bijstaat in vermogensbeheer en administratie, weegt dat nadeel niet op tegen de talrijke voordelen van pan-Europese pensioenfondsen. Dat weerspiegelt zich in de cijfers. ‘De sector groeit traag, maar gestaag’, zegt ze. ‘Elk jaar komen er gemiddeld twee à drie pan-Europese pensioenfondsen bij, wat best veel is omdat het telkens over veel deelnemers en grote bedragen gaat.’

Vandaag zijn er al een 100-tal IORP’s in Europa. ‘Het gaat om ongeveer 35 grotere en vele kleinere. Die laatste hebben zich vooral in de grensstreek van Ierland en het Verenigd Koninkrijk gevestigd. Van de grotere IORP’s zijn er 20 gevestigd in België’, zegt Lommen. Volgens Pensioplus, de vereniging van pensioenfondsen in België, totaliseerden de pan-Europese pensioenfondsen in ons land eind 2018 een balanstotaal van bijna 9 miljard euro.

Voorloper

België neemt in Europa het voortouw in pan-Europese pensioenfondsen. ‘En dat is best indrukwekkend’, zegt Lommen. Enkele voorbeelden van multinationals die in ons land zijn neergestreken, zijn Johnson & Johnson, BP, Euroclear en ExxonMobil.

Het succes van België heeft enkele redenen. ‘Ten eerste heeft België de richtlijn op een goede manier omgezet in nationale wetgeving’, zegt Lommen. ‘Ten tweede is de toezichthouder FSMA in België goed omgegaan met de toepassing van de IORP-wetgeving. Ten slotte speelt het sneeuwbaleffect. Als één pensioenfonds het pad heeft geëffend, volgen snel andere.’ 

Sectorspecialisten wijzen erop dat de toezichthouder op een pragmatische manier in dialoog treedt met de pensioeninstelling om binnen het wettelijke kader tot de beste oplossing te komen. Een van de voordelen van België is dat het keuze laat op het vlak van garantieregelingen. Er bestaan mogelijkheden waarbij de werkgever niet onmiddellijk geld moet bijstorten als die onvoldoende kapitaal heeft om te voldoen aan de toekomstige uitkeringsverplichtingeen kunnen ook andere zekerheden worden toegepast. Die flexibiliteit is in andere landen niet altijd mogelijk.

Volgens Lommen zitten we in de pan-Europese pensioenfondsen op een kantelpunt. ‘We zien dat niet alleen in een multinational naar dergelijke fondsen geëvolueerd wordt, we krijgen ook te maken met multi-employerfondsen, waarbij meerdere werkgevers zich bundelen in hetzelfde pan-Europese pensioenfonds.’ Een voorbeeld daarvan is de IORP United Pensions, waarin bedrijven als Dow, Aon, Saint Gobain en Abbvie zich gebundeld hebben. ‘De bedrijven hoeven niet in dezelfde sector actief te zijn’, zegt Lommen.

PEPP

Ook het Personal European Pension Product (PEPP) kan in die evolutie een betekenisvolle rol spelen. In tegenstelling tot een IORP, dat een pensioeninstelling is, is de PEPP een product dat kan worden aangeboden door banken, verzekeraars, fondsenhuizen en pensioenfondsen. Het gaat om een product van de derde pijler, waarin mensen vrijwillig kunnen storten. ‘Het zou mooi zijn mochten Belgische grensoverschrijdende IORP’s dergelijke PEPP’s kunnen integreren in hun pensioenplannen’, zegt Lommen. Zo kunnen mensen zowel via de werkgever als vrijwillig sparen via hetzelfde pensioenfonds. ‘Zeker voor dienstverlening in Oost-Europa, waar de tweede pijler onvoldoende is uitgebouwd, kan PEPP een belangrijke rol spelen’, zegt Lommen. PEPP kan vermoedelijk in 2021 in Europa aangeboden worden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud