'De fondsbeheerder is dood, de toekomst is aan de wiskundige'

©Mary Turner/Panos Pictures

‘Ik ben tot de conclusie gekomen dat actieve fondsbeheerders niet meer kunnen winnen. De toekomst is aan wiskundigen die in staat zijn beleggingsmodellen te ontwikkelen die grote hoeveelheden informatie verwerken.’ Dat zegt Nicola Horlick, de ‘City Superwoman’ die gedurende meer dan 30 jaar de Britse fondsensector mee hielp kleuren.

De 59-jarige Nicola Horlick was al snel na haar studies een rijzende ster in de Londense City. Op 28-jarige leeftijd kreeg ze een leidinggevende functie bij de gereputeerde Britse zakenbank SG Warburg. Kort daarna werd ze weggekaapt door Morgan Grenfell, waar ze de touwtjes van de Britse divisie in handen kreeg. ‘Toen ik er aan de macht kwam, waren de activa onder beheer teruggevallen van 11 naar 4 miljard pond. Enkele jaren later zaten we aan 22 miljard pond’, zegt ze zelfverzekerd.

Het magazine 'Fonds', woensdag 20 mei gratis bij De Tijd

  • Interview met Nicola Horlick, de ‘Superwoman’ in de Londense City
  • Coronacrisis ontketent groeispurt voor duurzaam beleggen
  • De favoriete fondsen van Koen Pierreux (Architas)

Na een conflict met het Duitse management van Deutsche Bank, dat Morgan Grenfell had overgenomen, werd ze door de Franse bank Société Générale gevraagd om haar Britse fondsenpoot uit de grond te stampen, wat op relatief korte termijn lukte.

Dat Horlick in het VK geboekstaafd staat als de ‘City Superwoman’, heeft ze niet alleen aan haar professionele loopbaan te danken. Horlick heeft uit haar twee huwelijken zes kinderen grootgebracht, waarvan een dochter op twaalfjarige leeftijd stierf aan leukemie.

Zelf loopt Horlick niet hoog op met de titel van superdame. ‘Ik heb altijd een secretaresse en een nanny gehad. De echte supervrouwen zijn zij die werk en gezin combineren zonder hulp’, zegt ze.

Fondsenhuizen beleggen niet in tabaksaandelen omdat ze niet duurzaam zijn. Maar tegelijk staat de helft van de fondsbeheerders te roken tijdens zijn pauze.

Horlick bekijkt de coronacrisis met een maatschappelijk geëngageerde blik. ‘Het is duidelijk dat veel coronadoden tot het armere deel van de samenleving behoren. Ik hoop dat de maatschappij de prioriteiten na de crisis herziet en betere leefomstandigheden en een betere gezondheid nastreeft voor armere mensen’, zegt ze.

Intussen heeft Horlick de fondsenwereld al enige tijd de rug toegekeerd. Zes jaar geleden richtte ze Money & Co op, een platform waarmee ze kleine bedrijven in contact brengt met particuliere beleggers die hen geld willen lenen. Toch heeft ze meer dan ooit een uitgesproken mening over de toekomst van de fondsensector.

In de fondsenwereld zien we een groeiende consolidatie. Wat is de reden daarvoor?

Nicola Horlick: ‘Fondsbeheerders stellen vast dat het moeilijk is beter te doen dan de indexen. Vroeger was het eenvoudiger. Als fondsenhuis was je aanwezig in alle grote regio’s. Je zette er fondsbeheerders en analisten aan het werk die jaarrapporten van beursgenoteerde bedrijven lazen, het management ontmoetten en beslisten om al dan niet in het bedrijf te beleggen. Dat werkt niet meer. Er is meer volatiliteit, er is shorting en de markten worden gedicteerd door algoritmes waardoor het moeilijker is aan de juiste kant te staan. Veel fondsenhuizen realiseren zich dat ze miljoenen euro’s hebben uitgegeven aan analisten en fondsbeheerders die nul toegevoegde waarde creëren. Globaal zal de manier van fondsenbeheer veranderen. Dat leidt tot consolidatie (fusies en overnames, red.).’

Hoe zal de sector veranderen?

Zou een Marsbewoner een fondsenhuis op dezelfde manier opbouwen zoals het vandaag draait? Het antwoord is: Nee!

Horlick: ‘Ik meen dat kwantitatieve beheerders - beheerders die fondsen samenstellen op basis van wiskundige modellen - zullen zegevieren. Het zullen ofwel die quantfondsen zijn, ofwel indexfondsen. Maar als beheerder is het geen optie om enkel voor indexfondsen te kiezen, want daar valt te weinig geld mee te verdienen. Kwantitatieve beheerders zullen moeten bewijzen dat ze waarde creëren. Dan kan er misschien zelfs geld terugstromen van passief naar actief beheer. In enkele kleinere, niet-efficiënte markten zal je misschien wel nog traditionele fondsbeheerders zien, maar het zal om een kleine minderheid gaan.’

Wat zou u doen, mocht u vandaag nog een fondsenhuis runnen?

Horlick: ‘Dan zou ik radicaal het geweer van schouder veranderen. Ik zou in de richting van de quants gaan. In plaats van jaarrapporten te lezen en drie keer de wereld rond te reizen om het management te zien, kijk je naar de historische data van het bedrijf en wat de aandelenkoersen doet bewegen. Het is heel duidelijk wat de motor is: het winstmomentum. Regulering speelt ook een rol. Waarom zou je nog een traditionele fondsbeheerder zijn? Als je een bedrijf leidt, moet je altijd de vraag stellen: als ik een Mars-bewoner was, zou ik dan opnieuw het bedrijf opbouwen zoals het vandaag draait? In fondsenland is het antwoord: nee.’

Als iedereen de markten volgt op basis van wiskundige modellen, rendeert het dan niet om tegen de stroom in te zwemmen?

BIO

Nicola Horlick

- Geboren in 1960.
- Werkte 36 jaar in de fondsensector, onder meer voor Mercury AM (nu BlackRock), Morgan Grenfell AM (nu Aberdeen) en SG AM.
- Richtte in 2005 Bramdean AM op, dat ze in 2009 verkocht aan Aberdeen. Zette in 2011 Rockpool Investments op, een specialist in niet-genoteerde aandelen (private equity).
- Is nu CEO van Money & Co, een platform dat bedrijven op zoek naar geld in contact brengt met particuliere beleggers.

Horlick: ‘Ik was meer dan 30 jaar actief in de fondsenindustrie. En ik ben tot de conclusie gekomen dat actieve beheerders niet meer kunnen winnen. De markten zijn zo efficiënt geworden en de technologie maakt ze almaar efficiënter. Toen ik met vermogensbeheer begon, had ik een telefoon met grote toetsen. En ik had een scherm met daarop de koersen van 30 Britse aandelen, waarbij voor elk aandeel enkele kerngetallen stonden. Goede fondsbeheerders konden bijkomende informatie lospeuteren bij de bedrijven door gesprekken te voeren met het management. Dat is vandaag anders. We leven in een totaal andere wereld. Er is niet alleen veel meer informatie, je hebt ook minder toegang tot de sleutelpersonen van het bedrijf. Enkel de grote beheerders, zoals BlackRock, hebben dat privilege nog. Bovendien is er door de straffen op insidertrading veel minder openheid van de bedrijven om informatie te delen met enkele bevoorrechten.’

Beleggen met wiskundige modellen impliceert dat je belegt op basis van het verleden. Moet je als fondsbeheerder ook niet nadenken over disruptie en trends die een sector onderuit kunnen halen?

Horlick: (cynisch) ‘Ja, je kan nadenken over thema’s. Maar op het eind van de dag betekent zo’n thema niet noodzakelijk dat je er geld mee verdient. Neem het thema sparen. Steeds meer mensen zullen moeten sparen voor hun pensioen. Maar zou je daarom je centen beleggen in banken of verzekeraars?’

Er zijn ook voorbeelden van fondsbeheerders die wel op regelmatige manier de markt kloppen.

Horlick: ‘Ja, maar die goede prestatie houden ze nooit hun hele loopbaan vol. Kijk naar de Brit Neil Woodford (de Britse beheerder die bij Invesco jaren een sterke beheersprestatie haalde, maar flopte toen hij zijn eigen fondsenhuis oprichtte, red.). Hij boekte jaren succes met zijn strategie om ondergewaardeerde bedrijven te kopen. Maar toen hij zijn eigen fonds oprichtte, verloor hij de controle. Hij kocht niet-genoteerde bedrijven, die doorgaans minder verhandelbaar zijn. Dat kun je niet doen bij een fonds waar beleggers elke dag kunnen in- en uitstappen. Uiteindelijk is het faliekant afgelopen. Dergelijke praktijken hebben het geloof van mensen in actief beheer ondermijnd. Als je op heel lange termijn kijkt, hebben weinig mensen consistent waarde gecreëerd.’

Is Warren Buffett een van de uitzonderingen?

Horlick: ‘Hij heeft ook slechte periodes gekend. Hij nam bijvoorbeeld slechte beleggingsbeslissingen in het Verenigd Koninkrijk. Hij kocht Tesco en Glaxo Smithkline op een slecht moment. We moeten ook kijken vanwaar zijn successen kwamen. Zijn beste deals waren niet-genoteerde effecten. Maar goed, ik geef toe dat we hem als een uitzondering op de regel kunnen zien.’

Hoe ziet u de kosten in de fondsensector evolueren?

Veel fondsenhuizen merken dat ze miljoenen euro’s hebben uitgegeven aan analisten en fondsbeheerders die nul toegevoegde waarde creëren.

Horlick: ‘Er komt meer druk op de kosten. Dat hebben we in het Verenigd Koninkrijk al gezien. In Europa is er nog een andere manier om fondsen te verkopen. Terwijl in het VK onafhankelijke adviseurs aan het werk zijn, verloopt de verkoop van fondsen in Europa via banken die het distributiemodel in handen hebben. Daardoor kunnen ze hogere kosten aanrekenen. Mensen zijn het gewend dat banken alles voor hen doen. Niemand trekt dat in twijfel. Klanten hebben geen idee wat er gebeurt met hun geld en ze hebben geen onafhankelijk advies. Door de MiFID II-regelgeving en de grotere transparantie kan daar wel beweging in komen.’

Kunnen online fondsensupermarkten een kentering veroorzaken?

Horlick: ‘In het VK is dat gebeurd. De Britse fondsensupermarkt Hargreaves heeft dat veroorzaakt. De aanleiding was een wijziging in de regelgeving. De retrocessie, de vergoeding die onafhankelijke adviseurs krijgen via de beheerskosten van het fonds, werd verboden omdat ze een verdoken kostenpost was. De regelgever eiste meer transparantie. De cliënt moet de adviseur nu apart betalen. Door de grotere transparantie richtten onafhankelijke adviseurs zich meer en meer op grotere klanten, waar ze hun toegevoegde waarde makkelijker konden bewijzen. Daardoor kwamen veel klanten in de kou te staan. Die zijn naar het fondsenplatform van Hargreaves gegaan, waar het advies minder belangrijk is. Het gevolg is dat mensen die het meest advies nodig hebben, dat niet meer krijgen. Dat is niet wat moest gebeuren. Het is in het nadeel van de kleine belegger. Maar goed, dat is wat de regelgeving soms doet.’
 

Ziet u dat snel veranderen?

Horlick: ‘Nee, ik denk het niet. Ik kreeg vandaag een handgeschreven brief van een man van 73 jaar. Die schreef dat hij geheugenproblemen heeft en niet weet of hij nog geld heeft staan bij ons. Hij weet niet hoe hij zijn rekening moet terugvinden. Dementie is een groot probleem. Want je hebt mensen die zelf beslissingen nemen, ze hebben geen adviseur, en ze herinneren zich niet waar ze hun geld achtergelaten hebben. Veel mensen hadden vroeger een persoonlijke adviseur met wie ze een persoonlijk contact hadden. Nu hebben ze die niet meer. En GDPR (de nieuwe regelgeving over privacy, red.) maakt die dingen nog erger. Want je mag niet zomaar in rekeningen van klanten duiken.’

Een andere trend in de sector is die van duurzaam beleggen. Wat vindt u van die trend?

Horlick: ‘Ik word er niet warm van, want het blijft heel hypocriet. Fondsenhuizen beleggen niet in tabaksaandelen omdat ze niet duurzaam zijn. Maar tegelijk staat de helft van de fondsbeheerders buiten te roken tijdens zijn pauze. En dan het hele ‘red-de-planeetding’. Ik vind dat we dat moeten overlaten aan het beleid. Mijn visie is dat als een onderneming iets doet dat zeer vervuilend is, ze afgestraft wordt, want de winsten zullen dalen. En dan heeft het als belegger toch weinig zin om in zo’n bedrijf te beleggen. Een goed bedrijf kijkt naar wat in de wereld gebeurt en onderneemt actie. Maar goed, als een fondsenhuis een duurzaam fonds wil lanceren, prima. Als mensen erin willen beleggen, ook prima. Maar zeggen dat iedereen dat moet doen en dat alle fondsen duurzaam moeten zijn, daar komt mijn haar van recht. Het irriteert me. Ik wil niet dat mensen me allerhande dingen opleggen, zoals de regelgevers doen.’

Was de regelgeving de reden waarom u uit de sector stapte?

Dementie is een groot probleem. Door de toegenomen digitalisering weten mensen soms niet meer waar ze hun geld hebben ondergebracht.

Horlick: ‘Dat had meer te maken met het feit dat het steeds moeilijker werd met het management van een bedrijf te praten. Ik had het gevoel dat ik niet genoeg informatie kon bekomen en dus geen toegevoegde waarde kon leveren. Daarom zette ik in 2011 een investeringsgroep op. Ze bestaat nog onder de naam Rockpool Investments. Al mijn investeringen zitten in private aandelen (niet-beursgenoteerde aandelen, red.) of in private schulden.’

Waarom?

Horlick: ‘Bij investeringen in private activa weet je wat in het bedrijf gaande is, want je hebt heel korte lijnen met het management.’

Zijn de waarderingen in private aandelen en private schulden niet te hoog opgelopen?

Horlick: ‘Te veel geld jaagt op te weinig opportuniteiten. Je moet je ervan bewust zijn dat private equity nog altijd aandelen zijn.’

U richtte zes jaar geleden het bedrijf Money & Co op. Waarom bent u daarmee begonnen?

Horlick: ‘Het is moeilijk voor kleinere bedrijven om geld te ontlenen. Enerzijds hebben ze geen toegang tot de kapitaalmarkten, anderzijds zijn veel banken niet bereid grotere bedragen te ontlenen aan jonge bedrijven.’

Welke rendementen zijn haalbaar?

Horlick: ‘We vragen de bedrijven een rente van 8 procent. 1 procentpunt daarvan zijn kosten, zodat er nog 7 procentpunten voor de belegger overblijven. Het voordeel van zo’n lening in het Verenigd Koninkrijk is dat je ze kunt linken aan een spaarboekje en dat je zo een bepaald bedrag belastingvrij kunt innen. Als je 7 procent op 20.000 euro krijgt, betekent dat 1.400 euro belastingvrije rente. In vergelijking met de nulrente op een klassiek spaarboekje is dat een goed alternatief.’

Wellicht wel met een groter risico?

Horlick: ‘De selectie van de bedrijven is daarom cruciaal en we hanteren strenge voorwaarden. De bedrijven moeten minstens drie jaar bestaan, ze moeten winstgevend zijn, en ze moeten minstens 100.000 pond (114.000 euro) bedrijfskasstroom realiseren. We lenen nooit meer uit dan het dubbele van de bedrijfskasstroom. Voorts hechten we er veel belang aan dat we voldoende garanties hebben. We willen een fysieke zekerheid. Het kan gaan om vastgoed, maar ook om materialen of intellectuele eigendom. De voorbije zes jaar hadden we maar twee keer een wanbetaling. Het falingspercentage bedraagt 0,03 procent.’

Wat zijn uw ambities nog?

Horlick: ‘Ik wil Money & Co uitbouwen tot een echt bedrijf. Momenteel lenen we 25 à 30 miljoen pond uit, maar enkele family offices staan klaar om ook uit te lenen. We gaan traag, want we moeten door een mijnenveld. Maar we hebben een stevige trackrecord van vijf jaar en kunnen verder bouwen.’

U hebt verschillende fondsenhuizen geleid. Waarop lette u als u mensen aanwierf?

Horlick: ‘Ik kijk altijd of de mensen ervaring hebben met praten voor een publiek. Dat betekent meestal dat ze goede communicatievaardigheden hebben. En communicatie is belangrijk.’

‘Ik zoek ook altijd mensen die snel kunnen beslissen. Als ik vraag of ze snelle beslissers zijn, en ze antwoorden ‘ja’, dan maken ze een grote kans om aangenomen te worden. Als ze 10 minuten nodig hebben om tot een antwoord te komen, is die kans al veel kleiner.’(lacht)

‘Ik geloof heel erg in de sterkte van een team. Neil Woodford leerde ons op dat vlak een goede les. Er is altijd de vraag hoeveel de individuele fondsbeheerder bijdraagt en hoeveel het fondsenhuis. Toen Woodford bij Invesco zat, werd altijd gedacht dat het succes voor 90 procent aan Woodford lag, en voor 10 procent aan Invesco. Nu moeten we misschien eerder het omgekeerde denken.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud