‘De fondsensector ziet er over vijf jaar helemaal anders uit'

©Jonas Lampens

Peter De Proft, aftredend topman van de Europese fondsenfederatie Efama, voorspelt een 'aardverschuiving' in de fondsensector. ‘We moeten verder kijken dan wat vandaag zichtbaar is. Op de achtergrond zijn heel wat krachten aan het werk.'

Meer dan 30 jaar heeft de 65-jarige De Proft op de teller aan de top van de Belgische en de Europese fondsenindustrie. De inwoner van Boom was onder meer directeur van Bank Nagelmackers en CEO van Fortis Investments. In 2007, aan de vooravond van de financiële crisis, werd hij directeur-generaal van de Europese fondsenfederatie Efama. Al meteen moest hij vol aan de bank om een crisis bij de monetaire fondsen te bezweren.

Twaalf jaar later geeft De Proft de fakkel als Efama-topman door aan een andere Belg, Tanguy van de Werve. Maar aan uitbollen denkt hij niet. ‘Ik blijf actief in het vermogensbeheer, maar dan eerder in een rol van consultant.’

Ik vind niet dat de fondsensector te veel gereguleerd is.

U werkt al vele jaren in de fondsensector. Hoe hebt u die zien evolueren?  

Peter De Proft: ‘De Europese fondsenmarkt heeft de voorbije jaren serieuze stappen vooruit gezet. Fondsenbeheer was vroeger het kleine broertje in de financiële sector. Zelfs in 2007, aan de vooravond van de financiële crisis, was het gewicht van de sector beperkt.'

'Ik herinner me dat we tijdens de financiële crisis contact opnamen met de Europese Centrale Bank naar aanleiding van problemen met Amerikaanse monetaire fondsen. De eerste vraag die we toen kregen, was: ‘Wie zijn jullie?’ De Europese fondsensector stond toen voor 7.000 miljard euro. Vandaag is dat ruim het dubbele: 15.200 miljard. Vermogensbeheer is een volwaardige sector geworden, met een eigen wetgevend kader en een groot potentieel.’

Over die regelgeving menen critici dat de slinger na de financiële crisis compleet de andere richting is uitgeslagen. Vindt u dat de fondsensector overgereguleerd is?  

©Jonas Lampens

De Proft: ‘Nee. De bescherming van de belegger is noodzakelijk en cruciaal. Je moet ook altijd goed kijken vanwaar we komen. Tijdens de financiële crisis werd er gesmeekt om meer regulering. Het klopt dat vandaag hier en daar wat moet worden bijgeschaafd, maar dat is geen reden om het kind met het badwater weg te gooien en te zeggen dat die regulering tot niets dient. Integendeel, ik denk dat ze gaat bijdragen aan de ontwikkeling van de sector.’

In welke zin?

 De Proft: ‘De fondsensector in Europa heeft nog heel wat potentieel. Hij kan een belangrijke rol spelen in de pensioenopbouw van burgers en in de uitbouw van een spaarpot voor individuele zorg. Kijk maar naar wat de VS gerealiseerd hebben met de 401k-plannen (fiscaalvriendelijke plannen waarmee Amerikanen voor hun pensioen kunnen sparen, red.).'

'Ik ben een groot voorstander van de derde pensioenpijler van het individuele pensioensparen. Maar het moet wel om andere bedragen gaan dan degene die we vandaag kennen. De fiscale prikkels moeten ook dezelfde zijn als die voor de bedrijfspensioenplannen van de tweede pijler. De Europese Commissie zit in de laatste rechte lijn voor de lancering van een pan-Europees pensioenplan (PEPP). Daarmee krijgen pensioenspaarproducten een Europees paspoort, waardoor bijvoorbeeld Europeanen in België een pensioenspaarproduct kunnen kopen. Ik geloof sterk dat dat een succes kan worden.’

Vereist zo’n pan-Europees pensioenspaarfonds geen fiscaal uniforme behandeling tussen de landen?

De Proft: ‘Zo’n uniforme fiscaliteit kan helpen, maar is geen noodzaak. Als de fondsen een Europees paspoort krijgen, kan schaalgrootte gecreëerd worden. Zeker als het life cycle-producten worden - de fondsen evolueren qua risico en samenstelling mee met de leeftijd -, dan zal schaalgrootte een grote rol spelen.’

Ondanks de vele inspanningen blijft het door fiscale en culturele verschillen uiterst moeilijk een eengemaakte Europese fondsenmarkt te creëren. Waar liggen de oplossingen?

De Proft: ‘Fondsen moeten inderdaad nog makkelijker over de grenzen heen verhandeld kunnen worden. Het probleem is dat we in Europa een trend naar meer nationalisme zien. Kijk naar wat in het Verenigd Koninkrijk gebeurt. Elk Europees land is met zijn eigen begroting en zijn eigen problemen bezig. Ik betreur dat, want ik ben door en door Europeaan. Die Europese markt is onze sterkte. De kennis is er, maar we hebben een duidelijk beleid nodig met sterke Europese democratische figuren. En we moeten de jongeren meetrekken. We kennen succesvolle uitwisselingsprogramma’s tussen Europese universiteiten. Waarom kan zo’n Erasmus-project ook niet in de financiële sector opgezet worden? Ik ben er rotsvast van overtuigd dat samenwerken de enige manier is om vooruit te komen.’

 

 

Wat zijn volgens u de grootste uitdagingen van de fondsensector?

De Proft: ‘De digitalisering en de disruptie zullen tot een aardverschuiving leiden. Op de achtergrond werken heel wat krachten die de sector zullen veranderen. Het gaat echt alle richtingen uit, van robotadvies tot geautomatiseerde taken tot de blockchain. Wie de winnaars zullen zijn in de fondsensector, valt niet te voorspellen. Wat als de Apples van deze wereld ook fondsen beginnen te maken en te verdelen?’

Wat als de Apples van deze wereld ook fondsen beginnen te maken en te verdelen?

‘Ik ben ervan overtuigd dat de sector er binnen vijf à tien jaar compleet anders uitziet. De digitalisering zal tot een barbell-effect leiden. Enerzijds moet je inzetten op digitalisering, anderzijds moet er voldoende aandacht blijven voor de persoonlijke band met cliënten. Het komt erop aan een goed evenwicht tussen de twee te vinden, of keuzes te maken.'

'Je ziet vandaag al een opdeling van de markt: enerzijds de grote spelers die op digitalisering en kosten focussen, anderzijds de kleinere spelers die het persoonlijke aspect omarmen. Ik hoop dat de regelgeving een kader schept waarin de mogelijkheden van de digitalisering benut kunnen worden. Maar daarvoor is het noodzakelijk dat de regelgever genoeg personeel heeft dat over voldoende technologische en financiële bagage beschikt.’

Is de snelle technologische evolutie ook een gevaar voor de fondsensector?

De Proft: ‘Ik ben geen doemdenker, de wereld heeft zich altijd aangepast en zal dat ook nu doen. Maar het is duidelijk dat we sterk afhankelijk zijn geworden van technologie. Soms denk ik wel eens: is die technologie werkelijk zo onfeilbaar als ze soms oogt? Als je kijkt naar die internetreuzen, dan twijfel ik er niet aan dat de beste mensen daar samenzitten, maar is dat een garantie dat het nooit fout kan lopen?’

Hoe schat u de impact van de technologische revolutie op de relatief gesloten Belgische fondsenmarkt in?

De Proft: ‘Om mee te kunnen zal schaalgrootte cruciaal zijn. In die zin zijn Belgische spelers op wereldschaal eerder klein en dreigen ze de evolutie te moeten ondergaan, in plaats van ze zelf uit te tekenen.’

Hoe kijkt u naar de Belgische fiscaliteit voor beleggingsfondsen?

De Proft: ‘In België zijn we fiscaal sowieso al te veel benadeeld als werknemer. Voor de spaarfiscaliteit vind ik dat sparen in al zijn vormen aanmoediging verdient. Toen ik jong was, bestond nog het systeem waarbij kinderen elke maandag in de klas centen meebrachten om op hun spaarboekje te zetten. Je kan dat in zekere zin discriminerend vinden, maar het had ook positieve punten. Het wees ons op onze verantwoordelijkheden en het creëerde een mentaliteit waarbij sparen cruciaal was.’

Een ander actueel thema is de strijd tussen actief en passief beheer. Hoe kijkt u daarnaar?

De Proft: ‘Ik ben er zeker van dat actief beheer altijd zal blijven bestaan. Er moet dringend controle komen op de wildgroei aan passieve fondsen. De Europese financiële toezichthouder ESMA is daarmee bezig. Want er is amper controle op wie de referentie-indexen berekent waarop de passieve fondsen geënt zijn. Dat moet dringend aangepakt worden.’

Wat vindt u van de groei van duurzame fondsen? 

De Proft: ‘Duurzaam beleggen is de hype van de dag. Het moeilijke is: hoe definieer je duurzaam beleggen? Een strikte definitie of classificatie van duurzaam beleggen is noodzakelijk. Ik vind ook dat de hele discussie over duurzaam beleggen te veel over het milieu gaat. Uiteraard is het milieu belangrijk, maar ESG (Environment, Social, Governance) is meer dan milieu alleen. Ik vind dat de sociale component te veel vergeten wordt. Maar goed, ik vind dat we al een hele weg hebben afgelegd. Mijn grootouders werkten alle vier in een steenbakkerij in Boom vanaf hun twaalfde. Zowel op milieuvlak als op sociaal vlak kan je je dat vandaag toch niet meer voorstellen? Het toont aan dat we van heel ver komen en dat het belangrijk is op de ingeslagen weg door te gaan.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect