De lange weg naar duurzaam beleggen

©Â© Ioannis Lelakis

Sinds 10 maart zijn beleggingsfondsen opgedeeld naargelang hun duurzaamheid. Maar denken dat daarmee duidelijkheid komt in de wereld van duurzaam beleggen, is ijdele hoop. ‘Dit is nog maar het begin.’

De eerste zaden van duurzaam beleggen werden 30 jaar geleden gezaaid. Toen werd vooral gesproken over sociaal verantwoord of ethisch beleggen. De initiatieven om ethische beleggingen af te lijnen situeerden zich vooral op privévlak. In België werd in 1991 Ethibel opgericht door enkele non-profitorganisaties. Een van de taken was beleggingsfondsen te screenen op hun ethisch karakter en ze al dan niet een label toe te kennen.

De echte doorbraak voor duurzaam beleggen kwam er toen de overheden op de kar sprongen. In 2015 leidden twee internationale akkoorden tot een stroomversnelling. Het klimaatakkoord van Parijs, ondertekend door meer dan 190 landen, heeft als belangrijkste doelstelling de opwarming van de aarde tegen te gaan. De landen engageren zich om de temperatuurstijging te beperken tot maximaal 2 graden, met een streefdoel van 1,5 graden.

De taxonomie, die duurzame activiteiten definieert, is nog onvolledig.
DOMINIK HATIAR
EFAMA

Een tweede internationaal akkoord werd in 2015 bereikt in de schoot van de Verenigde Naties. Dat stelde 17 duurzame ontwikkelingsdoelstellingen voorop die tegen 2030 gehaald moeten worden. De doelstellingen zijn ruimer dan alleen milieu. Het gaat onder meer ook over de strijd tegen de armoede, kwalitatief onderwijs voor iedereen en gendergelijkheid.

Verwarring in België

De duurzame classificatie van beleggingsproducten heeft in ons land tot wat verwarring geleid. De toezichthouder FSMA stelt dat lichtgroene producten die onder artikel 8 vallen zichzelf niet als ‘duurzaam’ mogen omschrijven. ‘Het gebruik van de term ‘duurzame belegging’ is voorbehouden aan artikel 9-producten. Andere fondsen moeten zo veel mogelijk het woord ‘duurzaam’ in hun publiciteit vermijden. Als dat niet mogelijk is, moeten ze verduidelijken in de publiciteit dat ze geen artikel 9-producten zijn’, luidt het bij de FSMA. Die eist wel niet dat de bestaande artikel 8-fondsen met ‘duurzaam’ in hun naam die naam wijzigen. ‘Eerst moeten op Europees niveau een aantal onduidelijkheden worden uitgeklaard.’
Wat dan met het duurzame label Towards Sustainability? ‘Sinds de invoering van de SFDR komen artikel 6-producten niet meer in aanmerking voor het label’, zegt Tom Van den Berghe van het labelagentschap CLA.
‘Van de 578 producten met het label vallen er 140 (24%) onder artikel 9. De overige producten zijn artikel 8 of hebben nog niet gerapporteerd’, zegt Van den Berghe.

Beide internationale akkoorden waren voor Europa de aanzet om werk te maken van een duurzamere wereld. In 2016 nam de Unie het voortouw met haar actieplan voor de financiering van duurzame groei, gericht op drie hoofddoelstellingen: het bevorderen van een langetermijnfocus voor de economie, het financieren van duurzame groei en het integreren van milieurisico’s als een beleggingsrisico.

Op 11 december 2019 presenteerde de Europese Commissie de Europese Green Deal om van Europa in 2050 het eerste klimaatneutrale continent te maken. Als onderdeel van de Green Deal werd een investeringsplan voorgesteld, dat de komende jaren miljarden aan duurzame investeringen moet mobiliseren.

Om dat te bewerkstelligen is een helder kader nodig. Daaraan wordt op verschillende fronten gewerkt. Het Europese kader voor duurzame investeringen heeft drie niveaus.

1/ Taxonomie

De taxonomie is een classificatie van economische activiteiten die als duurzaam worden bestempeld. Ze is noodzakelijk om bedrijven, beleggers en overheden dezelfde taal te laten spreken. Om tot die definities te komen werden duurzame doelstellingen vooropgesteld en wordt bekeken in welke mate activiteiten bijdragen tot die doelstellingen.

Hoewel een eerste basis van taxonomie al in voege is, ligt nog veel werk op de plank. ‘De taxonomie is onvolledig’, zegt Dominik Hatiar, adviseur regelgevingsbeleid van de Europese fondsenfederatie Efama. ‘Zowel in de landbouwsector als in de energiesector moeten nog verduidelijkingen komen. En het is wachten op hoe enkele duurzame doelstellingen en kenmerken moeten worden geïnterpreteerd onder SFDR. (zie verder) Ten slotte moeten aan de taxonomie de sociale aspecten worden toegevoegd.’ De taxonomie zal pas in 2022 vollediger zijn.

De logische volgorde is dat je eerst een bouwwerk opzet en pas nadien in het huis gaat wonen. Niet andersom.
lodewijk van der kroft comgest

2/ SFDR

Sinds 10 maart moeten beleggingsproducten voldoen aan de Europese SFDR-regels (Sustainable Finance Disclosure Regulation). Die delen beleggingen volgens hun duurzaamheid op. Grijze producten, die voldoen aan artikel 6 van de SFDR-regels, hebben geen duurzame ambities in hun prospectus opgenomen. Lichtgroene producten, die onder artikel 8 vallen, hebben wel duurzame doelstellingen opgenomen. Donkergroene producten (artikel 9) hebben daar een duidelijke impactdoelstelling aan gekoppeld.

Podcast | Is duurzaam beleggen de toekomst?

Maakt duurzaam beleggen echt zijn beloften waar of is het uitkijken voor valkuilen? Journalist Ellen Vermorgen zoekt het uit, samen met De Belegger-analyst Simon Renty, in deze aflevering van de podcast 'De Beurs Van Tegenwoordig'.

Ondanks de nobele doelstellingen kregen de SFDR-regels veel kritiek, vooral omdat fondsenhuizen moeten werken met definities die verre van afgelijnd zijn. ‘De logische volgorde is dat je eerst een bouwwerk opzet en nadien in het huis gaat wonen en niet andersom’, zegt Lodewijk van der Kroft van Comgest.

Bovendien zijn de SFDR-regels gebaseerd op voorlopige teksten die uiterst complex zijn. ‘Uiteenlopende interpretaties tussen de afzonderlijke regelgevende instanties van de EU-25 hebben geleid tot andere indelingen van soortgelijke producten’, zegt Ophélie Mortier van DPAM. ‘In het ene land is het makkelijker of moeilijker een artikel 9-status te krijgen dan in het andere’, zegt ze.

Ondertussen wordt gewerkt aan verduidelijkingen, maar die zullen pas zin hebben als ook de taxonomie op punt staat. Toch treedt begin volgend al een tweede SFDR-fase in. ‘Ook hier is het nog wachten op de teksten, maar de bedoeling is dat we een soort dashboard voor elk fonds maken waarin we argumenteren waarom een fonds artikel 8 of 9 is. Voor verschillende parameters zullen we moeten aangeven wat de score is van het fonds. Het gaat bijvoorbeeld over de koolstofdensiteit of het waterverbruik’, zegt Van der Kroft. De bedoeling is tot een gemiddeld cijfer te komen. Die kwantitatieve benadering heeft een keerzijde omdat niet alles te vatten is in cijfers. ‘Brouwers zijn grote verbruikers van water. Ze scoren heel slecht op het wateronderdeel en kunnen geen hoge score krijgen, terwijl ze misschien veel duurzame inspanningen leveren’, zegt Van der Kroft.

Duurzame beleggingen zouden fiscaal aangemoedigd kunnen worden.
Michael Lewis
DWS

Volgens Efama is het gevolg van de onvolledige taxonomie dat het duurzamebeleggingsuniversum voor ESG-fondsen voorlopig beperkt is. ‘Het kan ook betekenen dat fondsen met specifieke beleggingsdoelstellingen, zoals het herstel van de biodiversiteit of de transitie naar een circulaire economie, voorlopig niet in lijn kunnen liggen met de taxonomie, bij afwezigheid van criteria voor deze doelstellingen’, luidt het.

3/ NFRD

Voor de rapportering over de duurzaamheid van fondsen zijn de fondsenhuizen afhankelijk van de data van de bedrijven waarin ze beleggen. Ook daar werkt Europa aan een duidelijk kader. Die regels, onder de naam Non-Financial Reporting Disclosure (NFRD), gelden al in beperkte mate en voor een kleine groep bedrijven. De komende maanden worden de regels aangescherpt - met ook de komst van de CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive). Het aantal bedrijven dat eraan moet voldoen gaat in stijgende lijn.

De fondsenhuizen ondervinden moeite om de data te verzamelen. ‘Veel fondsenhuizen kunnen die duurzame analyse voor duizenden bedrijven onmogelijk zelf maken en stappen naar gespecialiseerde ratingbureaus. Maar het probleem is dat een gebrek aan definitie soms tot tegengestelde ratings voor hetzelfde bedrijf leidt’, zegt Van der Kroft.

De informatie van de bedrijven zelf klakkeloos overnemen is gevaarlijk. ‘Sommigen denken dat je kan vertrouwen op de informatie die bedrijven jou als belegger geven. We kennen twaalf bedrijven die in hun jaarverslag stellen dat ze bijdragen aan de terugdringing van de armoede in de wereld. Als we daar kritisch naar kijken, blijft van die twaalf slechts één over’, zegt Van der Kroft.

Dat illustreert de noodzaak van heldere rapporteringsregels. Hoewel op Europees niveau hard wordt gewerkt, zou een internationaal kader nog beter zijn. Fondsenhuizen beleggen niet alleen in Europese, maar ook in Amerikaanse of Aziatische bedrijven. ‘Het zou logischer zijn mochten er internationale boekhoudregels komen die de ESG-rapportering vastleggen, een soort ESG-GAAP’, zegt Michael Lewis, hoofd duurzaamheidsonderzoek bij DWS.

Die internationale samenwerkingen zijn er volgens Lewis al. ‘We zien samenwerkingen tussen boekhoudcoöperaties. De vier grote consultants werken met het Wereld Economisch Forum aan standaarden. En ook IFRS (dat de wereldwijde boekhoudregels vastlegt, red.) denkt na over standaardisatie’, zegt Lewis.

Het einddoel is een duurzamere wereld. ‘Zodra we duidelijke definities en rapporteringen hebben, kunnen we het gedrag sturen’, zegt Lewis. ‘In een volgende stap kunnen fiscale gevolgen aan duurzaam beleggen gekoppeld worden. Beleggingen in artikel 9-producten kunnen fiscaal aangemoedigd worden en investeringen in artikel 6 afgestraft.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud