‘De markt kloppen moeten we al sprokkelend doen'

©Cedric Gerbehaye

De Belg Tom Mondelaers werkt in Londen voor de grootste vermogensbeheerder ter wereld en heeft 50 miljard euro aan bedrijfsobligaties onder beheer. ‘Beter doen dan de markt zit hem bij obligaties in de details.’

In 2002 maakte Tom Mondelaers de overstap van AXA Investment Managers in Antwerpen naar Merrill Lynch in Londen. Vijf jaar later fuseerde Merrill Lynch met het BlackRock van Larry Fink, waardoor de groep de grootste vermogensbeheerder ter wereld werd. Vandaag heeft BlackRock 5.330 miljard euro onder beheer. Mondelaers staat, samen met negen andere beheerders, in voor de dagelijkse opvolging van zeven obligatiefondsen. Hij is gespecialiseerd in Europese bedrijfsobligaties.

BlackRock is ’s werelds grootste vermogensbeheerder. Is daar nog ruimte om eigen keuzes te maken als individuele beheerder?
Tom Mondelaers: ‘Jazeker, wij kunnen beleggingsbeslissingen à la minute nemen. Globaal hebben we uiteraard een strategie, maar binnen die strategie is er voldoende ruimte om een persoonlijke invulling aan de portefeuille te geven en om op opportuniteiten in te spelen. Die flexibiliteit bewijst haar nut. Onze informatieratio’s (een ratio voor risicogewogen rendementen, red.) zijn zeer hoog. Dat heeft ook veel te maken met onze beleggingsfilosofie, die gestoeld is op ‘relative value’. We kopen pas iets als het op relatieve basis goedkoop is. We durven ook uitgesproken posities te nemen in een bepaald segment, maar we dekken een deel van dat risico tegelijkertijd af met iets anders.’

Weinigen die in Londen in de financiële sector werken, zijn gelukkig met de brexit.

Hoe makkelijk is het vandaag om met obligaties beter te presteren dan de markt?
Mondelaers: ‘Het klopt dat het niet evident is. De markt kloppen moeten we al sprokkelend doen. Het is belangrijk aandacht te besteden aan de kosten. Zo hebben we een model dat meteen de impact van een order op de transactiekosten in kaart brengt. Maar belangrijker is de liquiditeit. Door te beleggen in illiquide activa verhoog je indirect ook de kosten.’

Hoe probeert u extra rendement te creëren?
Mondelaers: ‘De componenten waarmee je dat kan doen, wijzigen in de tijd. Vandaag is het bijvoorbeeld minder evident om extra rendement te halen door in te spelen op rentegevoeligheid. Een strategie waarmee we de voorbije maanden succes hadden, is de arbitrage tussen obligaties van dezelfde emittent. Zo kan je oude obligaties verkopen en nieuwe uitgiftes van dezelfde emittent kopen. Die worden tegen hogere spreads aangeboden om ze makkelijk geplaatst te krijgen. Maar om de markt te kloppen moet je er altijd staan. Veel obligatiebeheerders creëren extra rendement in een stijgende markt, maar hebben het moeilijker om het beter te doen in een dalende markt.’

De jongste jaren werd meermaals gewaarschuwd voor een obligatie-crash, maar die bleef uit. Mede daardoor schuwen nogal wat beleggers obligaties. Is dat terecht?
Mondelaers: ‘De rentes zijn inderdaad laag in absolute termen, maar dat betekent niet dat je moet wegblijven van obligaties. Niet alleen zijn ze een diversificatie in de portefeuille. Bovendien is die absolute rente voor actieve obligatiefondsen minder belangrijk. Veel belangrijker zijn de renteschommelingen. Hoe groter die volatiliteit is, hoe groter het potentieel om als beheerder waarde te creëren. Bij de huidige lage rentes is een rendement van 2,5 à 3 procent voor een gespreid obligatiefonds best mogelijk.’

Volatiliteit is belangrijker dan rente om als obligatiebeheerder rendement te halen.

Vindt u het verontrustend dat het wapenarsenaal van de centrale banken, vooral de Europese, heel beperkt is geworden?
Mondelaers: ‘Het klopt dat er niet veel ruimte is voor de traditionele maatregelen. Ik betwijfel ook of lagere (negatieve) rentevoeten nog een verschil kunnen maken. Voor mij is het belangrijk dat de centrale bank voldoende flexibiliteit behoudt en ondersteunend wil zijn op momenten waarop de financiële markten in een negatieve spiraal dreigen terecht te komen. Ik denk dat zowel de Europese als de Amerikaanse centrale bank dat begrijpt.’

Wat vindt u zelf het moeilijkste facet aan het beheer van een bedrijfsobligatiefonds?
Mondelaers: ‘Het asymmetrische karakter van de obligaties is een aandachtspunt. Daarmee bedoel ik dat het neerwaartse risico bij obligaties groter is dan het opwaartse potentieel. Daardoor kan een foute investeringsbeslissing de prestatie die is opgebouwd over een lange periode volledig uithollen. Ik denk dat obligatiehouders van Nyrstar (de wankelende zinkverwerker, red.) dat wel zullen begrijpen.’

Hoe kijkt u vandaag naar de Europese bedrijfsobligaties?
Mondelaers: ‘2018 is te streng geweest voor Europese kredietwaardige bedrijfsobligaties, al hebben we sinds begin dit jaar een mooie rally gekend. Zelfs in een scenario van milde recessie blijft het risico in deze markt relatief beperkt.’

Hebt u vandaag Belgische bedrijfsobligaties in portefeuille?
Mondelaers: ‘Ja, zowel obligaties in de industriële als in de financiële sector. Belgische obligaties maken zowat 4 procent uit van ons fonds. Voorbeelden van Belgische emittenten zijn AB InBev, Argenta, Belfius, KBC en P&V. De screening van landenrisico’s maakt deel uit van ons actief beheer en moet de volatiliteit in het fonds onder controle houden. Denk aan het Verenigd Koninkrijk of Italië, waar de onderliggende kwaliteit van de uitgever van secundair belang is en de markt handelt volgens het landenrisico. Dat we die oefening niet moeten doen voor België is alleen maar goed nieuws, zou ik zeggen.’

Welk type obligaties draagt uw voorkeur weg?
Mondelaers: ‘We zijn heel positief over de inflatiegelinkte obligaties. Die hebben echt forse klappen gekregen. We geloven in een scenario van lage groei met een normale inflatie. De markt is vandaag wel heel pessimistisch over de inflatie, zodat we voor die obligaties potentieel zien.’

We hebben obligaties van AB InBev, Argenta, Belfius, KBC en P&V in portefeuille.

Hoe belangrijk is het contact met de bedrijven waarin u investeert en welke vraag stelt u altijd?
Mondelaers: ‘Het contact met bedrijven is van onschatbaar belang. We investeren niet als we geen goed contact met het managementteam hebben. De vragen die we stellen, verschillen van sector tot sector. De bedoeling is niet enkel te kunnen inschatten hoe winstgevend het bedrijf is of hoeveel cashflow het genereert. We willen vooral zekerheid hebben dat de balans voorzichtig wordt beheerd. Daarmee bedoelen we dat de aandacht van het bedrijf niet te agressief op de aandeelhouder is gericht. Bij elk contact komen ook vragen over duurzaamheid (ESG - Environment, Social en Governance) naar voren, omdat dat meer en meer een onderscheidende factor wordt.’

Ervaart u die vraag naar duurzame beleggingsoplossingen ook bij klanten?
Mondelaers: ‘De druk van de klanten neemt inderdaad toe. Een op de twee klanten wil meer ESG-focus in zijn portefeuille. Veel van de principes van ESG zijn al vervat in het vijfkrachtenmodel van Porter, waarmee bedrijven beoordeeld worden. ESG creëert alleen een extra laag, en beleggers zijn daar steeds vatbaarder voor. De trein is vertrokken.’

U woont al sinds 2002 in Londen. Hoe beleeft u de brexit?
Mondelaers: ‘Weinig mensen in de financiële sector zijn daar gelukkig mee. Al moeten we eerlijk zijn en zeggen dat we door de brexit ook wat extra rendement hebben gecreëerd.’

Tijdens de financiële crisis werkte u al in Londen. Welke lessen hebt u uit die crisis getrokken?
Mondelaers: ‘Het heeft me geleerd dat ik niet te veel links of rechts van me moet kijken, maar dat het beter is mijn eigen investeringsproces te volgen. Soms moet je accepteren dat de risico’s groter zijn dan de winstmogelijkheden en dan moet je bereid zijn risico’s af te bouwen.’

‘Een van de grootste uitdagingen voor een obligatiebeheerder is los te komen van het idee dat je de markt moet najagen. Als je daarin slaagt, kan je ook makkelijker opnieuw risico opbouwen wanneer de rest van de wereld supernegatief is. Ik denk dat de ervaringen van 2008 en 2009 me helpen te navigeren door de volatiliteit van vandaag - de brexit, de handelsoorlog, Italië... - en er zelfs winst uit te halen.’

In welke mate denkt u dat de aanwezigheid in de Londense City een toegevoegde waarde is voor u als fondsbeheerder, vergeleken met bijvoorbeeld een plek in Brussel?
Mondelaers: ‘Toegang tot bedrijven is belangrijk, maar de toegang tot ‘human capital’ is nog belangrijker. Als ik morgen iemand verlies in het team, weet ik dat de City een heel diepe ‘talent pool’ heeft die me de mogelijkheid biedt dat gat snel op te vullen. Ik wil niet zeggen dat dat enkel hier kan, maar het zal een hele tijd duren om dat ergens anders op te bouwen. Dat het Engels de voertaal is in de economische wereld speelt waarschijnlijk ook een rol.’

Heeft Londen uw hart gestolen en zult u er altijd blijven wonen, of ziet u het eerder als een tussentijdse professionele bestemming?
Mondelaers:‘De tijd zal het uitwijzen, maar Londen zal altijd een speciale plaats in mijn hart hebben. Niet enkel als werkplaats in de City, maar ook qua leefbaarheid vind ik Londen top. Ik ben bijvoorbeeld een muziekliefhebber, en je vindt hier elke dag wel een leuk concert of een kleinere gig om even te ontspannen na een drukke werkdag. Hopelijk verandert de brexit daar niets aan.’

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect