‘Duurzaamheid mag niet verwateren tot een dunne soep'

©JONAS LAMPENS

‘Het is een goede zaak dat duurzaamheid ook in de fondsensector is binnengedrongen. Maar we zijn bezorgd over de gevaren van impact washing, waarbij zomaar elke belegging pretendeert een duurzame impact te hebben op de samenleving.’ Dat zegt Geert Peetermans, medeoprichter en hoofd van het beleggingsbeleid bij de impactinvesteerder Incofin.

Incofin werd in 2001 opgericht met als belangrijkste missie ondernemerschap in groeilanden aan te moedigen via microfinanciering. Intussen is de groep actief in 66 landen en heeft ze vestigingen in Antwerpen, Latijns-Amerika (Colombia), Afrika (Kenia) en Azië (India en Cambodja).

Ondernemerschap wordt in Azië en Latijns-Amerika gezien als iets positiefs.

‘Mensen hebben vaak een fout beeld over die exotische landen, alsof het passieve ontwikkelingslanden zijn’, zegt Geert Peetermans, hoofd beleggingsbeleid bij Incofin. ‘Maar niets is minder waar. Binnen twee weken trek ik naar ons kantoor in Colombia. Ik verbaas me er altijd opnieuw over hoe dynamisch de mensen er zijn.’

Incofin werkt in zijn buitenlandse kantoren zelden met expats. ‘We hebben nooit problemen om lokaal talentvolle en dynamische medewerkers te vinden. Ondernemerschap wordt in die regio’s ook als iets positiefs ervaren. Dat staat toch in schril contrast met België.’

Peetermans reist het hele jaar door van het ene naar het andere continent. Fysiek kan dat soms zwaar vallen, mentaal ervaart hij het als heel stimulerend. ‘Maar natuurlijk moet je ook met je gezin rekening houden. Ik heb een vrouw en twee tienerdochters en ik wil ook voldoende bij hen zijn.’

De discipline om schulden terug te betalen is cultuurgebonden. In Zuid-Oost-Azië kennen we bijna geen krediet falingen.

Bij het Belgische beleggingspubliek is Incofin vooral bekend om zijn coöperatief aandeel, waarin 2.500 Belgen beleggen, maar de groep biedt ook enkele beleggingsfondsen aan.

Wat is het verschil tussen het coöperatief aandeel en de beleggingsfondsen die u aanbiedt?
Geert Peetermans: ‘De toegankelijkheid is een eerste belangrijk verschil. De coöperatieve aandelen zijn beschikbaar vanaf 130 euro, terwijl de minimumdrempel bij de fondsen 250.000 euro is. Die zijn enkel weggelegd voor goed geïnformeerde beleggers. Bij het coöperatief aandeel is het beleggingsbeleid voorzichtiger. Daar streven we naar een jaarlijkse uitkering van een dividend, dat we stabiel proberen te houden. Het dividendrendement lag de voorbije jaren in de buurt van 2,5 procent.’

‘Onze fondsen zijn risicovoller. Ze ambiëren hogere rendementen die netto tot 10 procent per jaar kunnen oplopen. Daar staat tegenover dat ze gesloten zijn en dus zeer illiquide. Je moet er voor tien jaar inzitten.’

Waarin belegt u?
Peetermans: ‘Onze portefeuilles bestaan vooral uit schuldfinanciering, waarbij we kleinere financiële instellingen in de groeilanden financieren die op hun beurt kleinere lokale ondernemingen financieren. Daarnaast hebben we een private-equitysegment waarmee we participaties nemen, meestal in financiële instellingen. We zijn ook actief in de landbouw, waar we kleine boeren verenigd in associaties prefinancieren.’

Bio Geert Peetermans

> Geboren in 1968.

Studeerde toegepaste economie aan KU Leuven.

1997-2000: consultant voor Trias in Ecuador.

2001-2006: verantwoordelijke investeringen Latijns-Amerika bij Incofin.

Sinds 2007 chief investment officer bij Incofin Inv. Management.

Zit in de raad van bestuur van de financiële instellingen Edpyme Confianza (Peru), FIE Gran Poder (Argentinië), KWFT (Kenya) en Khushhali Bank (Pakistan).

‘Momenteel halen we kapitaal op voor een nieuw fonds dat volledig gericht is op India en uitsluitend participaties zal nemen in twee sectoren: financiële dienstverlening en agrifood. We gaan het fonds verpakken in een private privak (een juridische constructie die het makkelijker maakt om in niet-beursgenoteerde aandelen te beleggen, red.) om de fiscale complexiteit voor de Belgische belegger te minimaliseren.’

Wat zijn uw succesvolste investeringen of financieringen tot nu toe?
Peetermans: ‘In India hebben we geïnvesteerd in Fusion MicroFinance, een lokale financiële instelling gespecialiseerd in microfinanciering. We investeerden zowel via schuldfinanciering als via een participatie. Bij onze instap was het bedrijf zeer klein. Het had slechts drie à vier kantoren. In 2018 hebben we Fusion MicroFinance verkocht aan de Amerikaanse private-equitygroep Warburg Pincus. Bij de verkoop had de financiële instelling meer dan 1 miljoen klanten in portefeuille.’

‘We zijn het bedrijf nog gaan bezoeken tijdens een Belgische handelsmissie, waarbij koningin Mathilde aanwezig was. Van de verstrekte kredieten ging 85 procent naar vrouwen, die een winkeltje hadden geopend of artisanale producten verkochten. De meesten van hen zagen hun inkomen sterk toenemen door hun ondernemerschap.’

‘In Latijns-Amerika blik ik met voldoening terug op een investering in Bolivia. De bank FIE zag haar portefeuille groeien van 100 miljoen euro naar 1,5 miljard tijdens de twaalf jaar waarin we haar financierden, zonder haar focus op kleine ondernemers te laten varen.’

U richt zich ook op landbouwcoöperaties. Waar ligt daar uw toegevoegde waarde?
Peetermans: ‘We financieren bijvoorbeeld een coöperatie van 12.000 kleine cacaoboeren in Ivoorkust. Het gaat om de grootste coöperatie die fairtradeproducten exporteert. Bij die export spelen we onze rol als prefinancier. We zien erop toe dat de boeren meteen vergoed worden voor hun cacao. Dat is nodig omdat ze moeten investeren in de volgende fase van de oogstcyclus. Na de oogst volgt ook altijd een feestperiode met huwelijken, dus er is geld nodig. Het alternatief is dat de boer zich sneller laat betalen tegen een lagere prijs, vaak door malafide partijen. Door de prefinanciering regelen wij dat de boeren een eerlijke prijs voor hun cacao krijgen en snel uitbetaald worden.’

Financiert u ook fintechspelers?
Peetermans: ‘Momenteel hebben we twee spelers in portefeuille, een uit Colombia en een uit India. Velen denken dat financiële technologie vooral een verhaal van de Verenigde Staten en Europa is, maar dat is een vergissing. De landen waar wij actief zijn, lopen zeker niet achter. Kenia was bijvoorbeeld jaren een wereldwijde voorloper als het op mobiel betalen aankomt.’

Schuldfinanciering vormt een belangrijk onderdeel van uw activiteiten. Hoe hoog lopen de rentevergoedingen op die de lokale ondernemers moeten betalen?
Peetermans: ‘De rentes die kleine financiële instellingen aanrekenen aan kleine ondernemers lopen in sommige gevallen op tot 40 procent, maar bevinden zich meestal tussen 25 en 30 procent. Dat is erg hoog, maar vergeet niet dat het om heel kleine kredieten gaat die een arbeidsintensieve opvolging vereisen. Bovendien gaat het om werkkapitaal, en zijn het dus kredieten met een heel korte looptijd.’

Leiden die hoge rentes niet tot misbruik, waarbij de financiële instellingen te hoge winstmarges boeken?
Peetermans: ‘In sommige landen worden plafonds opgelegd en mogen de rentevergoedingen daar niet bovenuit komen. Maar als die plafonds te laag liggen, krijg je het perverse effect dat het kredietaanbod krimpt, en dat de lokale ondernemers uiteindelijk slechter af zijn. Dat gebeurde in Kenia. In 2016 werd een plafond opgelegd, maar dat is inmiddels afgeschaft.’

Leningen bieden een antwoord op migratie omdat ze lokale ondernemers in staat stellen hun economie zelf te doen groeien.

‘Los daarvan is het voor ons een belangrijk aandachtspunt dat we geen financiële instellingen financieren die excessieve winsten boeken. Uiteraard moet de financiële instelling wel levensvatbaar zijn en een rendabel bedrijfsmodel hebben.’

Bestaat het risico niet dat die hoge rentes veel ondernemers de das omdoen?
Peetermans: ‘Het gaat hier niet om start-ups. Echte beginners halen meestal geld op in familiale kring of bij vrienden. Het gaat om winkeltjes of bedrijfjes die al zakendoen. Bij het verstrekken van een krediet wordt de betaalcapaciteit in kaart gebracht. Ook die van de familie, want het gaat doorgaans om informele bedrijven waarbij geen grens is tussen bedrijfs- en privékapitaal. Vergeet ook niet dat de kredieten meestal worden afgesloten zonder zekerheden, zoals een hypotheek. De klantenrelatie en het wederzijdse vertrouwen zijn dus zeer belangrijk, want alleen zo maximaliseer je de bereidheid tot betalen.’

Wat gebeurt er als de kredieten niet kunnen worden terugbetaald?
Peetermans: ‘In geval van overmacht of niet-terugbetaling moeten de financiële instellingen flexibiliteit aan de dag leggen. Vaak draait het uit op een herschikking van de schulden. Het rechterlijke systeem is vaak geen optie, want dat blijkt meestal niet effectief.’

Ziet u culturele verschillen in het terugbetalen van kredieten?
Peetermans: ‘Absoluut. In sommige landen is er een sterke discipline om schulden terug te betalen. In Zuid-Oost-Azië kennen we bijna geen kredietfalingen. Die discipline om schulden terug te betalen zit ingebakken in hun cultuur. In andere landen wordt soms wel eens losser omgesprongen met de terugbetaling. Op termijn resulteert dat in hogere tarieven, wat zoals overal betekent dat het de goede terugbetalers zijn die betalen voor de minder goede.’

Uw kredietrisico ligt bij de financiële instellingen die de kredieten aan de lokale ondernemers verschaffen Hoe vermijdt u dat u door hen niet terugbetaald wordt?
Peetermans: ‘Op onze totale kredietportefeuille hebben we nog maar 0,4 procent wanbetalingen gehad. Dat is uitzonderlijk weinig. Een reden voor dat succes is dat we veel belang hechten aan het screenen van de financiële instelling die we financieren. We kijken niet alleen naar de balans en de cashflow, maar ook naar de kwaliteit van hun kredietportefeuille en het management. Voorts waken we streng over transparantie. Er moet een goede audit zijn van de instellingen, en het bedrijf moet de rapporteringsverplichtingen nakomen.’ 

In Europa hebben nulrentes tot gevolg dat er zeer goedkoop geleend kan worden. In welke mate beïnvloedt dat ook uw werking?

Peetermans: ‘Lage rentes leiden tot lagere financieringskosten van onze fondsen. Maar ook de rente die we zelf kunnen krijgen van de instellingen die we financieren, daalt. Dat komt niet alleen door een daling van de globale rentes, maar het is ook te danken aan lokale economische evoluties. Tot nu toe is de marge tussen onze financieringskosten en de rente die we krijgen grotendeels stabiel gebleven, maar uiteraard is het moeilijker een marge te handhaven als de rentes lager worden. Daarom werken we permanent aan de efficiëntie van onze investeringsprocessen.’

Wat vindt u het moeilijkste aspect aan uw job?

Peetermans: ‘Door onze internationale aanwezigheid worden we regelmatig geconfronteerd met landenrisico’s die onze investeringen kunnen aantasten. Dat kan je niet helemaal uitsluiten en dat is dus een risico dat je erbij moet nemen. Het komt erop aan rustig te blijven op zulke momenten en transparant uitleg te verschaffen aan onze investeerders.’

Wat is uw belangrijkste drijfveer bij Incofin?

Peetermans: ‘Incofin is een bedrijf waarin initiatief en samenwerken vooropstaan. Bovendien draagt onze activiteit bij aan de groei van ondernemerschap wereldwijd. Voor mij is het relevant via ondernemerschap sociale uitdagingen aan te pakken. In Europa is migratie een belangrijk thema. Wel, microfinanciering biedt daar een antwoord op omdat ze lokale ondernemers in staat stelt zelf hun economie te doen groeien.’
‘Onze activiteiten slaan misschien op kleine investeringen, maar ze hebben wel een internationale dimensie. We creëren zo op grote schaal werkgelegenheid, zowel direct als indirect. We zijn een echte impactinvesteerder. In die zin vinden we het een goede zaak dat ook grote vermogensbeheerders daar aandacht voor krijgen. Al moeten we opletten dat het begrip ‘duurzaam beleggen’ niet verwatert tot een dunne soep.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud