Elk land zijn eigen duurzame fondsenlabel

©Filip Ysenbaert

Wegens geen uniforme definitie van duurzaam beleggen hebben verschillende partijen een eigen label ontwikkeld om aan duurzame fondsen toe te kennen. We bespreken vier populaire labels in België en de ons omringende landen.

België

Towards sustainability heet het certificaat dat Belgische banken samen met academische instellingen ontwikkelden in 2019. Het onafhankelijke Central Labelling Agency (CLA), waarin enkele academische instellingen (UAntwerpen en ICHEC) en Forum Ethibel zijn opgenomen, kennen de labels toe en voeren de controles uit.

Een groen label kost een fonds snel enkele duizenden euro’s per jaar.

Naast een label op productniveau kent CLA ook een label toe op het niveau van de fondsenuitgever. Het label gaat naar financiële instellingen die zich engageren om in hun duurzame aanbod alleen nog producten met een duurzaam label te verkopen.

De kostprijs van het label is sterk afhankelijk van de complexiteit van het product en van het aantal duurzaamheidsstrategieën. De prijs is geplafonneerd op 5.000 euro per product per jaar. Vandaag hebben 448 fondsen van 63 fondsenhuizen het label.

Luxemburg

Het Luxemburgse label Luxflag komt van een vzw die in 2006 werd opgericht om de transparantie van financiële producten te vergroten en duurzaamheid in kaart te brengen. Aan de basis stonden de Luxemburgse overheid en de Europese Investeringsbank, aangevuld met private spelers zoals de fondsenverenigingen en de Luxemburgse beurs.

Het label wordt toegekend in vijf domeinen: microfinanciering, milieufinanciering, omgeving, het bredere ESG en groene obligaties. Fondsen moeten onder meer kunnen aantonen dat de ESG-analyse een impact heeft op de samenstelling van het fonds. Vandaag hebben 303 producten het label. De kostprijs bedraagt 3.000 euro per jaar.

Frankrijk

In Frankrijk ontwikkelden enkele belangenorganisaties in opdracht van het Franse ministerie van Economie en Financiën het SRI Label. In juli 2020 was er een bijsturing van de methodologie.

De analyse gebeurt door twee geaccrediteerde partijen, waaronder EY France. Om het label te krijgen moet het fonds aan een reeks criteria voldoen. De criteria situeren zich op zes niveaus, waaronder de beleggingsdoelstelling van het fonds en de manier waarop de bedrijven in het fonds op hun duurzaamheid worden beoordeeld.

503 fondsen van 78 fondsenhuizen dragen het label. De fondsen moeten op twee niveaus voor het label betalen: er zijn de kosten voor de auditors en de kosten om promotie te maken. Ze hangen af van de grootte van de fondsbeheerder (1.500 tot 3.000 euro per jaar) en van de grootte van het fonds (tussen 500 en 3.000 euro per jaar).

Duitsland

In Duitsland werd het label FNG Siegel in 2015 in de markt gezet door een professionele vereniging voor duurzame beleggingen in Duitstalig gebied, waaronder Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. De methodologie kwam tot stand na een consultatieronde van drie jaar bij fondsbeheerders, ratingagentschappen, ngo’s, wetenschappers, politici, media en consumenten. Het onderzoek en de labeling gebeuren door een onafhankelijk instituut onder leiding van onderzoekers van de universiteit van Hamburg.

Het label hanteert kleuren om de mate van duurzaamheid aan te geven. Om het label te mogen dragen moet over het fonds een document van twee pagina’s ter beschikking gesteld worden met informatie over de ESG-kenmerken van het fonds. Vandaag hebben 104 fondsen van 47 fondsenhuizen het label.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud