Europa timmert aan definitie van duurzaamheid

©Filip Ysenbaert

Wegens geen duidelijke definitie is het uiterst moeilijk duurzame beleggingen te beoordelen. De Europese Commissie legt de laatste hand aan een betere omlijning van het begrip.

In 2015 ondertekenden 193 lidstaten van de Verenigde Naties 17 ontwikkelingsdoelstellingen die tegen 2030 gehaald moeten worden. Het gaat onder meer om de beperking van de opwarming van de aarde, minder waterverbruik, de aanpak van de armoede… Om voldoende engagement in die doelstellingen te leggen, ontvouwde Europa een actieplan. In de Europese Commissie werkt een groep experts onder meer aan een lijst van duurzame economische activiteiten (taxonomy). Dat moet het beleggers makkelijker maken bedrijven te herkennen die aan de ontwikkelingsdoelstellingen werken. Drie werven staan in de steigers.

1. Taxonomy

De expertengroep discussieerde lang over de vorm van de definitie. Er was de vraag of voor een groene of voor een bruine taxonomy gekozen moest worden. Bij een groene taxonomy worden duurzame activiteiten opgelijst, bij een bruine niet-duurzame activiteiten. Er werd voor het eerste gekozen.

Ieder zijn definitie

UN PRI > UN PRI is een internationaal netwerk van beleggers om de zes principes van verantwoord beleggen, ondersteund door de Verenigde Naties, in de praktijk te brengen. Institutionele beleggers die zich aansluiten, geven aan dat hun beleggingsproces conform die beleggingsprincipes is. Inmiddels hebben 2.369 fondsenhuizen en andere institutionele beleggers de principes ondertekend. Ze zijn te consulteren op www.unpri.org.

Febelfin > In België hanteert Beama, de vereniging van fondsenbeheerders, al lange tijd een eigen definitie van duurzame fondsen. Eind 2018 waren er in België 100 DMVI-fondsen. Begin 2019 kwam de bankenfederatie Febelfin met een opvolger voor die inspanningen. Fondsen kunnen voortaan een label aanvragen dat hun duurzaamheid uitdrukt. Beama verwacht dat de eerste labels in november uitgereikt worden.

Indexsamenstellers > Indexsamenstellers als MSCI en FTSE hanteren hun eigen definities en bieden indexen aan die als duurzaam worden bestempeld. Op die indexen worden trackers (beursgenoteerde indexfondsen) gelanceerd die eveneens als duurzaam gelden.

Dataleveranciers > De dataleveranciers hanteren eigen definities van duurzaamheid. Sustainalytics is de meest verspreide dataprovider en geeft duurzaamheidsratings aan bedrijven. Sustainalytics is voor 40 procent in handen van het onderzoeksbureau Morningstar, dat zelf ook beleggingsfondsen beoordeelt op hun duurzaamheid. Een andere data-leverancier met bekende duurzaamheidsratings is Bloomberg.

‘Door de oplijsting kunnen we beter in kaart brengen wat het bedrijf doet tegen de klimaatopwarming, of hoe het omgaat met waterverbruik. Want bedrijven zullen verplicht worden daarover te rapporteren’, zegt Pieter Furnée, Global Head Client Coverage for Sustainable Investing bij DWS Investments.

Of die definitie de subjectiviteit rond duurzaamheid volledig zal oplossen, is niet gezegd. ‘Het is geen wondermiddel. Het zal niet zijn alsof je het licht aandoet en plots duidelijk wordt wat duurzaam beleggen is. Wat wel vaststaat, is dat dat een nog groter duurzaam bewustzijn zal creëren’, zegt Furnée. ‘Fondsbeheerders zullen bedrijven niet enkel meer beoordelen op financiële ratio’s zoals winstgroei, maar ook op duurzame ratio’s, zoals de CO2-uitstoot.’ Beleggingsfondsen zullen veel concreter kunnen aangeven wat de voetafdruk is van de ondernemingen die ze in hun fonds opnemen.’

2. Benchmark

Europa ambieert niet enkel een definitie, het werkt ook aan een benchmark, een soort referentie-index met duurzame bedrijven. Vandaag zijn er al talrijke duurzame referentieindexen, maar die zijn ontwikkeld volgens de eigen definities van de indexsamensteller. Daarom wil Europa met algemeen aanvaarde benchmarks komen, de Low Carbon-benchmarks. De ene benchmark bevat bedrijven die conform de ontwikkelingsdoelstellingen van Parijs werken. De andere index zal bedrijven bevatten die in transitie zijn om de doelstellingen te halen. Die benchmarks zijn voor fondsenbeheerders een hulpmiddel om hun fondsen aan af te toetsen.

3. Groene obligaties

Een derde luik is de definitie van groene obligaties. Vandaag bestaan die obligaties al, maar een algemeen aanvaarde definitie is er niet. ‘De obligaties kunnen een iets lagere rente bieden omdat ze gekoppeld zijn aan duurzame projecten, maar er is daarop geen controle’, zegt Furnée.

Europa werkt aan een aflijning van de ‘green bonds’, met rapporteringsvoorwaarden, zodat de klant kan controleren of het project effectief groen is.

De drie genoemde werven zitten in een vergevorderd stadium. Mogelijk komt de Europese Commissie al in juni met een eerste deel van de taxonomy.

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect