Europa zet fondsenhuizen voor duurzaam blok

©Photo News

Vanaf maart 2021 moeten alle fondsenhuizen beleggers duidelijk maken hoe ze duurzaamheid integreren in hun fondsen. Het is niet vanzelfsprekend die deadline te halen.

Hoeveel geld zit in duurzame fondsen? Het is de vraag van 1 miljoen of, beter gezegd, de vraag van 1 triljoen. In augustus meldde het onderzoeksbureau Morningstar dat fondsen die zich baseren op ESG-principes (Environment, Social, Governance/deugdelijk bestuur) voor het eerst een vermogen van 1.000 miljard dollar hebben. Maar Morningstar hanteert zijn eigen definitie van duurzaam beleggen, net zoals verschillende andere onderzoeksbureaus er hun eigen definitie op nahouden. Dus circuleren verschillende cijfers over het vermogen in beleggingsfondsen die de ESG-principes hanteren. Ook greenwashing, waarbij een fondsbeheerder duurzaam zegt te zijn maar dat in de realiteit niet is, leidt wellicht tot een overschatting van de cijfers.

‘We weten allemaal dat ESG-data verre van betrouwbaar zijn, deels omdat ze niet gestandaardiseerd zijn, maar ook omdat bedrijven weinig risico lopen als ze de data er beter doen uitzien dan ze zijn’, zegt Sebastien Thevoux-Chabuel, ESG-analist bij de Franse fondsenboetiek Comgest.

We weten allemaal dat ESG-data verre van betrouwbaar zijn.
Sebastien Thevoux- Chabuel
Comgest

Dat leidt tot merkwaardige vaststellingen. Bedrijven die volgens de indexleverancier MSCI duurzaam zijn, zijn dat volgens collega FTSE helemaal niet, en vice versa (zie grafiek). ‘De manier waarop bedrijven op hun ESG-profiel worden beoordeeld, is zeer uiteenlopend en zeer complex naargelang de ratingbureaus. Er zijn niet alleen verschillen in de analyse, maar ook in de selectie van de criteria waarmee ze rekening houden, het belang dat ze aan elk van die criteria geven en de strafpunten die ze aanrekenen voor het niet openbaar maken van bepaalde gegevens’, zegt Thevoux- Chabuel.

Green Deal

Aan die troebele situatie komt weldra een einde, als het aan Europa ligt. De Green Deal, waarmee Europa in 2050 het eerste klimaatneutrale continent ter wereld wil worden, zet ook in op de stimulering van duurzame beleggingen. Hoe meer duurzaam belegd wordt, hoe sneller de energietransitie gerealiseerd kan worden, is de redenering. Dus maakt Europa in spoedvaart werk van een kader om te bepalen welke economische activiteiten duurzaam zijn, en wanneer een belegging voldoet aan de ESG-principes.

Het Europese actieplan heeft een impact op het hele economische weefsel. Ook fondsenaanbieders moeten actie ondernemen. ‘Tegen maart 2021 zijn we verplicht op onze website en in onze prospectussen aan te geven in welke mate we duurzaam zijn’, zegt Ophélie Mortier, verantwoordelijk voor de duurzame beleggingen bij DPAM. ‘Er moet een rapportering komen op het niveau van de beheerder en van de fondsen die we aanbieden. Op productniveau zijn er drie mogelijkheden. Ofwel hangt het product de ESG-principes aan, ofwel gaat het een stap verder en wil het impact, ofwel engageert het zich niet in ESG’, zegt Mortier.

Met de vaart die Europa achter deze regelgeving zet, dreigt het enkele stappen over te slaan. De Europese fondsenfederatie Efama vroeg al om uitstel omdat fondsenhuizen niet over voldoende informatie beschikken om die rapportering te doen. ‘Een voorbeeld. Informatie over de werkomstandigheden in de ondernemingen zal nog niet kunnen, omdat de regelgeving die Europese bedrijven verplicht daarover te rapporteren niet vroeger dan in januari 2022 beschikbaar zal zijn.’

Dat maakt het werk voor de fondsenhuizen een stuk moeilijker. ‘De logica achter de nieuwe regelgeving is dat eerst de ondernemingen meer ESG-informatie over hun activiteiten geven en de fondsenhuizen vervolgens hun analyse en rapportering kunnen doen. Dat de laatste fase nu voor de eerste komt, bemoeilijkt het werk van de fondsenhuizen’, zegt David Czupryna van Candriam.

Ondanks de vraag van Efama voor uitstel, houden fondsenhuizen er rekening mee dat dat er niet komt. De meeste bereiden zich volop voor. ‘We zullen ons best doen om een maximum aan informatie te geven op basis van de beschikbare gegevens’, luidt het bij Candriam. Ook KBC Asset Management en NN Investment Partners willen de regelgeving in de mate van het mogelijke toepassen. ‘We nemen deze verplichting serieus en zijn hard bezig de zaken te regelen’, zegt NNIP.

We vrezen dat een overvloed van informatie voor de consument nefast kan zijn.

Al zal de rapportering bij de start volgend jaar niet volledig zijn, het risico op greenwashing wordt er wel mee verkleind. ‘Je kan het risico op greenwashing nooit helemaal uitsluiten, maar het wordt toch een stuk moeilijker zich beter voor te doen als fondsenhuizen zwart op wit moeten rapporteren over hoe ze bedrijven op hun duurzaamheid analyseren. Er komt meer sérieux bij kijken’, zegt Mortier.

Kanttekening

Toch gaan hier en daar waarschuwende vingers op. ‘Hoewel we voorstander zijn van transparantie, en zeker voor onze duurzame fondsen, vrezen we dat een overvloed aan informatie voor de consument nefast kan zijn’, maakt KBC een kritische kanttekening. Comgest ziet ook nadelen aan meer standaardisatie. ‘Natuurlijk ondersteunen we initiatieven om de fondsensector meer verantwoordelijk te maken voor ESG. Het was tot nu het Wilde Westen. Maar we mogen niet vergeten dat markten gedreven worden door de diversiteit in aanpak en voortdurende innovatie. Als we duurzame strategieën in één model moeten stoppen, kan het op het vlak van innovatie tot een standstill komen’, luidt het.

Afvinken

Comgest wijst er ook op dat de nieuwe regelgeving vanuit bedrijfsstandpunt niet herleid mag worden tot het afvinken van vakjes en het invullen van een Excel-bestand. ‘We mogen als fondsenhuizen niet focussen op de grootte van het ESG-rapporteringsteam in een onderneming, want dat zegt niets. De vraag is of bedrijven zelf iets doen met de gerapporteerde gegevens.’

‘Gebruiken ze die om het bedrijf duurzamer te maken en betere beslissingen te nemen? Veel van de ESG-gegevens die bedrijven rapporteren, dienen enkel om door te spelen aan dataverkopers, zonder dat iemand in het bedrijf er gebruik van maakt of zelfs maar weet dat ze bestaan’, zegt Thevoux- Chabuel.

Voor beleggers kan de toenemende standaardisatie van de regelgeving betekenen dat de uiteenlopende labels om beleggingsproducten als duurzaam te bestempelen meer naar elkaar toegroeien. Al is het weinig waarschijnlijk dat er snel één uniforme definitie zal zijn over wanneer een beleggingsproduct duurzaam is. Dus blijven de nationale labels wellicht nog even bestaan.

Voor fondsenhuizen is dat niet altijd een cadeau. ‘De ontwikkeling van labels door de individuele lidstaten van de Europese Unie maakt het de vermogensbeheerders niet makkelijker hetzelfde product in heel Europa te verkopen. Het werpt aanzienlijke barrières op voor de toegang tot de markt’, zeggen enkele beheerders.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud