‘Fondsen hebben nood aan stabiele en eenvoudige fiscaliteit'

©Diego Frannsens

‘Om beleggingsfondsen aantrekkelijker te maken zijn een vereenvoudiging van de spaarfiscaliteit en aandacht voor financiële opvoeding cruciaal.’ Dat zegt Myriam Vanneste, topvrouw in de Belgische fondsensector en onlangs benoemd tot ondervoorzitter van de raad van bestuur van de Europese fondsenfederatie Efama.

We ontmoeten Myriam Vanneste in de kantoren van Candriam, op wandelafstand van de Europese wijk. Haar job als hoofd productmanagement bij Candriam valt probleemloos te combineren met haar nieuwe rol bij Efama, waarvoor ze in juni benoemd werd. ‘Mijn twee bureaus liggen op 300 meter van elkaar’, zegt ze.

Mijn grootste doelstelling is duurzaam beleggen te laten uitgroeien tot een cruciale pijler van de Europese fondsen sector.

Vanneste begon haar loopbaan in 1986 als assistent-fondsbeheerder bij Gesbank, dat via een aantal fusies zou uitmonden in Dexia. In 1998 zette ze mee Dexia Asset Management op en werd ze lid van het directiecomité van de Belgische entiteit. Na de financiële crisis werd de fondsenpoot van Dexia afgestoten en kwam die in handen van de Amerikaanse verzekeraar New York Life. Dexia Asset Management werd omgedoopt tot Candriam, waar Vanneste sindsdien enkele leidinggevende functies bekleedde.

Al 15 jaar maakt ze deel uit van de raad van bestuur van de Belgische fondsenfederatie Beama, en sinds kort staat ze ook mee aan het roer bij Efama. ‘Mijn grootste ontgoocheling is dat ik soms de zaken niet zo snel heb kunnen bewegen als ik het echt wou’, blikt ze terug op de voorbije 30 jaar. Maar voor haar nieuwe rol in Efama heeft ze een duidelijk doel voor ogen. ‘Mijn grootste doelstelling is duurzaam beleggen te laten uitgroeien tot een cruciale pijler van de Europese fondsensector. We moeten het momentum aangrijpen om duurzaam beleggen alomtegenwoordig te maken.’

Welke belangrijke trends ziet u?

Myriam Vanneste: ‘Uiteraard is er het duurzaam beleggen en alles wat met klimaat te maken heeft. België was 20 jaar geleden een van de pioniers in duurzame beleggingsfondsen, maar al bij al bleef het op de achtergrond. De klimaatbetogingen en de toenemende mediatisering hebben het thema een forse duw in de rug gegeven. Europa werkt aan het stimuleren van duurzame beleggingen. Zo wordt gewerkt aan definities van duurzaamheid - de zogenaamde taxonomy - die ertoe moeten leiden dat duurzame fondsen duidelijker kunnen worden afgelijnd.’

De fondsensector moet beleggingsoplossingen aan reiken die in deze lagerente-omgeving kunnen werken.

‘Een tweede trend die de fondsensector zal beïnvloeden is de vergrijzing. Die doet de noodzaak van een aanvullend pensioen toenemen. Beleggingsfondsen kunnen een cruciale rol spelen in de opbouw van een pensioenspaarpot.’

‘Een derde evolutie is die van de lage rentevoeten. Dat is een realiteit waar we langer dan gewild mee zullen worden geconfronteerd. Het is aan de fondsensector beleggingsoplossingen aan te reiken die in die lagerenteomgeving kunnen werken. Denk aan nieuwe activaklassen of aan subklasses bij de obligatiefondsen. De lage rente zal de noodzaak doen toenemen om meer te diversifiëren.’

Bij de belangrijkste trends ontbreekt de digitalisering. Gelooft u niet dat technologie de sector grondig kan hertekenen?

Vanneste: ‘Ik ga niet ontkennen dat dat een belangrijke impact kan hebben. Alleen, niemand kan zeggen welke richting het precies zal uitgaan. Ik denk dat de digitalisering uiteindelijk vooral zal spelen langs de distributiekant. Niet dat ik de grote massa zelf fondsen zie kopen via internet. Een fonds aankopen blijft zeer complex voor iemand die de sector niet volgt. Geraak maar eens wijs uit de verschillende klasses, de soorten fondsen... Ondersteuning zal nodig blijven, alleen biedt de digitalisering meer mogelijkheden om die ondersteuning te geven.’

Fonds

Nu woensdag 18/09, gratis bij De Tijd

Magazine fondsen met onder meer: 

Interview | ‘Fondsen hebben nood aan eenvoudige fiscaliteit om geld op spaarboekjes te activeren’, Myriam Vanneste - Topvrouw Europese fondsenfederatie

+ Extra dossier: Gemengde fondsen

Denkt u dat het voor beleggers makkelijker zal worden om fondsen van derden te kopen. Zal de digitalisering ertoe leiden dat open architectuur in België eindelijk van de grond komt?

Vanneste: ‘De regelgeving heeft er sinds de financiële crisis toe geleid dat de begeleiding van de cliënt belangrijker is geworden. De fondsenverkopers zijn er zich van bewust dat ze de belegger niet alleen moeten begeleiden tijdens het aankoopproces, maar ook tijdens de periode dat hij het fonds in portefeuille heeft. Maar het is onmogelijk dat voor duizenden fondsen te doen. Alleen in een geleide open architectuur lukt het een goede kennis te hebben van de fondsen die je aanbiedt. Dat besef neemt duidelijk toe in de sector.’

Van de regelgeving wordt weleens gezegd dat de slinger de andere kant is uitgeslagen, met een overregulering die de particuliere belegger niet noodzakelijk meer bescherming biedt. Deelt u die mening?

Vanneste: ‘We hebben sinds kort de MiFID II-regelgeving, die banken verplicht transparant te zijn over de kosten van de fondsen. De hogere transparantie is een goede zaak, maar ik moet toegeven dat er nog dingen vatbaar zijn voor verbetering. MiFID II gaat erg ver met zijn kostentransparantie vooraf en achteraf. Het gaat zelfs zo ver dat de informatie nog moeilijk te begrijpen valt, dat ze niet duidelijk is, en vooral dat je als belegger het risico loopt appels met peren te vergelijken. De Europese fondsen- en bankenfederaties hebben dat al aangekaart bij de regelgever. Een goed en continu evenwicht vinden tussen het regelgevend kader enerzijds en de productontwikkeling anderzijds is essentieel voor de sector. Efama kan daar een belangrijke rol in spelen.’

België is een van de koplopers voor de kosten van beleggingsfondsen, blijkt uit een recente studie van de bankentoezichthouder ESMA. Hoe kijkt u daartegen aan?

Vanneste: ‘De studie heeft zeker haar verdienste, maar op sommige punten loopt de vergelijking mank. In België waren ook de advieskosten en de distributiekosten inbegrepen, terwijl dat voor de Nederlandse en Britse markt niet het geval was. We hebben dat gesignaleerd aan ESMA, die er rekening mee zal houden bij de volgende stappen van de analyse.’

In België staat 278 miljard euro op verlieslatende spaarboekjes en dat bedrag blijft groeien. Hoe komt het dat de fondsensector er niet in slaagt zich een groter deel van die koek toe te eigenen?

Vanneste: ‘Er moet absoluut een gelijk fiscaal speelveld komen tussen beleggingsproducten in België. De complexe fiscaliteit van de fondsen is het resultaat van een opeenstapeling van maatregelen die verschillende regeringen in de loop der jaren hebben genomen. We moeten af van die fiscale koterijen. Er is nood aan een serieuze vereenvoudiging, meer transparantie en een gelijk speelveld tussen de verschillende producten.’

De kostentransparantie gaat zo ver dat de informatie nog moeilijk te begrijpen valt en dat je als belegger het risico loopt appels met peren te vergelijken.

‘Financiële opvoeding speelt ook een cruciale rol. Verschillende actoren moeten daaraan meewerken. Een financieel opleidingscentrum wordt binnenkort, onder de vleugels van de toezichthouder FSMA, geopend. Dat is een uitstekende zaak. Voorts moet de bankensector meer diversificatiemogelijkheden aanbieden. Er moet waarde gecreëerd worden voor de belegger.’

Pensioenspaarfondsen mogen in ons land sinds kort ook beleggen in private equity (niet-beursgenoteerde bedrijven) en infrastructuur. Is dat een goede zaak?

Vanneste: ‘Ik zie niet meteen een probleem. Die fondsen mogen er maximaal 10 procent in beleggen, waardoor het uiterst beperkt blijft. Bovendien gelden strikte regels om in die activa te beleggen.’

Welke belangrijke regelgeving is nog op komst in de fondsensector?

Vanneste: ‘Het is uitkijken naar de regelgeving over duurzaam investeren waaraan Europa werkt. Die moet er uiteindelijk toe leiden dat bedrijven duurzamer worden en dat beleggers steeds meer belang hechten aan duurzaamheid.’

De Belgische bankenfederatie Febelfin heeft een eigen label voor duurzame beleggingsproducten ontwikkeld. In welke mate kan dat strijdig blijken met de Europese definities die uitgewerkt worden?

Vanneste: ‘Dat Belgische label wordt eind 2020 herzien, rekening houdend met wat op dat moment in Europa zal zijn uitgerold.’

Vindt u het jammer dat België wat voor zijn beurt heeft gesproken?

Vanneste: ‘Aan de ene kant kan je zeggen dat dit een achteruitgang is in de eengemaakte fondsenmarkt die Europa wil maken. Het leidt tot fragmentatie. Aan de andere kant draagt het label bij tot meer bewustwording over duurzame beleggingen en dat is positief.’

Ondanks talrijke initiatieven om de Europese fondsenmarkt één te maken, blijft Europa kampen met te veel kleine fondsen. Hoe komt het dat die eenmaking niet sneller verloopt?

Vanneste: ‘We zien een stagnatie van het aantal Europese fondsen. Maar het klopt dat het gemiddelde fonds in Europa 280 miljoen euro onder beheer heeft, terwijl dat in de VS vijf keer zoveel is. We blijven onze tanden stukbijten op het verschillende regelgevende kader en de verschillende fiscaliteit. Zolang die verschillen blijven, is een eengemaakte markt in Europa onmogelijk.’

‘Wat we wel zien, is dat het aandeel van fondsen die over de grenzen heen worden verkocht is toegenomen van 40 procent in 2008 tot 46 procent in 2018. Het illustreert dat de fondsen onderworpen aan de Europese UCITS-richtlijn een succes geworden zijn. Elk fondsenhuis is zich ervan bewust dat enkel fondsen met een zekere grootte een goed rendement kunnen leveren, dus ik ben overtuigd dat de herstructureringen zullen blijven doorgaan.’

Wat vindt u van het feit dat actieve fondsen vaak niet beter presteren dan indexfondsen? Denkt u dat passief beheer verder zal groeien?

Vanneste: ‘Er is plaats voor de twee types van beheer: actief beheer en indexbeheer. Actieve fondsen zullen zich moeten onderscheiden van de indexfondsen. Ze moeten bewijzen dat ze alfa creëren, dat ze beter presteren dan de indexen, en dus zal elk fondsenhuis een eigen specialiteit moeten ontwikkelen.’

Hoe kijkt een Europese vereniging als Efama naar de Belgische markt?

Vanneste: ‘België is een klein land, maar het fondsenbeheer is er goed vertegenwoordigd. In België is 20 procent van het spaargeld van de mensen belegd in fondsen, tegenover gemiddeld 10 procent voor de andere Europese landen. België staat ook bekend om zijn groot professionalisme. Bovendien is het een troef dat het hart van Europa zich in ons land bevindt.’

Op welke verwezenlijking in uw professionele loopbaan blikt u tevreden terug?

Vanneste: ‘Ik ben eigenlijk toevallig in de fondsensector terechtgekomen. Maar ik ben blij dat ik de markt mee heb kunnen helpen ontwikkelen met Beama. Ik ben ook fier dat duurzaamheid de voorbije jaren steeds belangrijker geworden is.’

Vanwaar komt de fascinatie voor dat thema?

Vanneste: ‘De oorspronkelijke reden van bestaan van de financiële sector was de economie en de maatschappij te ondersteunen. Duurzaam investeren is precies dat: het langdurig ondersteunen van de maatschappij. En het is bemoedigend om te zien hoe dat zich vandaag de dag voltrekt.’

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect